Volle zalen Op bezoek in de drukste en leegste collegezaal
DOOR ARJEN VAN VEELEN Zevenhonderd stoelen telt de grootste collegezaal van de Universiteit Leiden. Zaal 4-5 van het Gorlaeus Laboratorium was ooit bedoeld om de groei van bètastudenten op te vangen, maar deze maandag zitten er ongeveer 650 eerstejaars psychologie in het amfitheater.
De docent geeft hier een stadionconcert.
Vandaag, bij het tweede college Inleiding in de Pyschologie, spreekt Dr. Wido La Heij een uur lang over conditioneren. Het gaat over Pavlov en de vraag waarom fruitautomaten verslavend zijn.
Als de docent begint, is het nog minutenlang onrustig in de zaal: gekuch, gekraak, geroezemoes. Maar halverwege hoor je - naast de stem van de docent - enkel nog het geluid van ventilatoren.
La Heij spreekt met een loopmicrofoon. Anders dan de studenten, die bijna stuk voor stuk een Spa-flesje voor zich hebben staan alsof ze de Sahara ingetrokken zijn, neemt de docent geen enkel slokje water tijdens zijn non-stop betoog.
Een powerpointscherm ter grootte van een bioscoopdoek ondersteunt het verhaal. Drieëndertig kleurige slides. Mét geluidseffecten. Zo klinkt onverwacht het snerpende geluid van een tandartsboor. ‘Ahhh!’, roepen sommige studenten. De docent: ‘Degenen van u die het boek van Gray al gelezen hebben, weten dat dit geluid een voorbeeld is van klassieke conditionering.’
Het is vol in de zaal, beaamt La Heij na afloop. ‘Maar niet zo druk als in 2003.’ In dat recordjaar kwamen er 537 voltijds eerstejaars. Studenten zaten noodgedwongen op de trappen. Reden om het jaar daarop een studentenstop in te voeren. Toen maximaal 430; inmiddels weer verruimd naar maximaal 550. Dit jaar zijn er ongeveer 500 voltijders.
‘Te doen’, zegt La Heij, ‘Maar op een gegeven moment barst het uit de voegen. Anderzijds, die studenten zijn ook je broodwinning.’
Naast het hoorcollege volgen de eerstejaars ook werkgroepen. Er zijn 24 klasjes van elk 24 studenten.
‘Je bent hier een soort performer, een popartiest’, zegt de docent. Voorwaarde voor een geslaagd college is dat de techniek vlekkeloos werkt. ‘Er was een periode dat je de politieradio door de zaal heen hoorde, omdat die dezelfde frequentie gebruikte als de loopmicrofoons.’
Studenten zijn beslist niet onrustiger of asocialer dan vroeger, is de indruk van La Heij, die al dertig jaar college geeft. Eerder andersom. Toch behandelt hij op het eerste college wel de ‘ethiek van de collegezaal’. Namelijk op tijd binnenkomen, je troep meenemen, telefoon uit, stil zijn.
Hoe keurig de studenten zijn, blijkt bij het slot: er klinkt spontaan applaus. De la Heij, lachend: ‘Dat applaudisseren is vorig jaar begonnen, en is het hele collegejaar doorgegaan. Laatst had ik het er met een collega over. Moeten we de studenten niet vertellen dat dit niet de bedoeling is?’