De bètafaculteit moet bezuinigen. En daarmee komt ook een einde aan de subsidie op avondmaaltijden in het Huygensgebouw. Niet dat die populair waren, maar: ‘Nu hebben we een faculteit waar je alleen van negen tot vijf kunt werken.’
Medewerkers van de faculteit die wilden overwerken, konden ’s avonds in het Huygens een maaltijd kopen, verzorgd door het Universitair Facilitair Bedrijf. Een onderzoeker die werkt in het centraal gelegen Kamerlingh Onnes kan zo naar buiten wandelen en op tientallen plekken eten kopen, maar de bèta’s die daar ooit zaten, zijn nu verbannen naar de verder lege Leeuwenhoek. De faculteit stak een helpend handje toe, en subsidieerde een avondmaaltijdvoorziening. Tienduizenden euro’s per jaar legde het bètabestuur er jaarlijks op toe.
Maar nu niet meer: de faculteit moet bezuinigen, en dan is subsidie op eten ineens geen prioriteit meer. De voorziening zou kostenneutraal zijn met vijftig verkochte maaltijden per dag, legde directeur Gert Jan van Helden uit tijdens de vergadering van de faculteitsraad. ‘Op goede dagen is het twintig, meestal minder.’
Twintig maar? Dat klopt niet met het cliché-beeld van de bèta als monomane onderzoeksverslaafde. Van Helden: ‘Eén van de redenen dat de maaltijden weinig gebruikt werden, is dat de waardering ervoor laag was. Met name de buitenlandse medewerkers maakten zelf iets en namen dat mee, liever dan de oer-Hollandse happen uit de kantine te eten.’
‘Het was zo mooi dat we het hadden’, klaagde natuurkundige Peter Gast. ‘Nu hebben we een faculteit waar je alleen van negen tot vijf kan werken.’ Van Helden legde uit dat hij onderzoekt of een automaat met kant-en-klaarmaaltijden een optie is. ‘Er mag wel wat geld bij, maar geen tienduizenden euro’s.’ BB