Mare Nummer 34     18 juni 2009

34
Krijn Trimbos ringt een grutto-kuiken: ‘Ik schat deze op 19 dagen.’
FOTO: Jasper Doest/Fotonatura
CSI met Friese grutto’s
Bioloog haalt als eerste volledig dna uit eierschalen

Bioloog Krijn Trimbos wist als eerste het volledige moleculaire dna van grutto’s uit hun eierschalen te halen. Mare ging mee op kuikenjacht. ‘Je maakt ook een hoop ellende mee.’

DOOR FRANK PROVOOST ‘Eens kijken of hier nog sexy kuikentjes rondlopen.’ Krijn Trimbos (29) wandelt het Friese grasland op, vlakbij Stavoren. Daar wemelt het van de grutto’s. De weidevogels zijn te herkennen aan hun rood-bruine veren en een rechte snavel. Extra handigheidje: net als de koekoek roept de grutto zijn eigen naam. De bioloog zet zijn telescoop neer en tuurt door de lens langs de horizon, op zoek naar jongen. ‘Het is simpel’, zegt hij. ‘Als je iets fluffy’s ziet, ga je rennen.’

De Leidse promovendus volgt de grutto’s vanaf het nest tot aan de trek naar Afrika. Dagelijks gaat hij met een groep Groningse collega’s het veld in. Ze wegen eieren en vangen vogels om die te meten en te ringen. Trimbos is als enige geneticus van het gezelschap vooral geïnteresseerd in het bloed dat daarbij wordt afgenomen. De genetische diversiteit is een belangrijk hulpmiddel om verbanden tussen verschillende populaties te begrijpen. ‘Als een groep vogels bijvoorbeeld geïsoleerd raakt, groeit bijvoorbeeld het gevaar op inteelt, wat weer leidt tot allerlei ongunstige eigenschappen. Als je weet bij welke groepen dat het geval is, kun je je daar op richten.’

Trimbos’ onderzoek, dat hij deze maand publiceert in de Journal of Ornithology, zou het bloedprikken wel eens overbodig kunnen maken. Als eerste wist hij het volledig moleculair dna uit de eierschalen van de grutto te halen. Het dunne vliesje aan de binnenkant van de schaal, het zogeheten ei-membraan, bevat namelijk ook kleine bloedvaatjes. Voor het artikel vergeleek hij het bloed uit eierschalen van verschillende nesten met dat van de grutto’s die daar waren gevangen. In alle gevallen leidde het tot een 100% match.

Eigenlijk is hij zelf verbaasd dat niemand eerder op het idee is gekomen. ‘Er is al geprobeerd om dna te halen uit vogelpoep, veren en braakballen. Dat leverde alleen losse stukjes op, nooit een volledige streng. Maar niemand had eraan gedacht om het uit eierschalen te halen.’ Wellicht werkt het ook ‘bij andere dieren die uit een ei komen, zoals reptielen’, hoopt hij.

Voor zijn onderzoek heeft de ontdekking praktische voordelen: de beschikbare hoeveelheid gegevens groeit namelijk explosief. ‘Nu mogen alleen wetenschappers vogels vangen en bloed prikken. Maar eierschalen verzamelen kan iedereen. Door een goed netwerk te bouwen met boeren en natuurbeschermers kom je eenvoudig aan heel veel data. Ik laat nu vanuit heel Europa schalen opsturen naar een antwoordnummer zodat ik al de populaties kan gaan vergelijken.’ Samen met Naturalis wil hij ook een historische vergelijking gaan maken door (delen) dna uit oude opgezette grutto’s naast dat van hun huidige plaatsgenoten te leggen.

Maar eerst wacht nog het ouderwetse veldwerk. Vanaf het voorjaar verblijft Trimbos met de andere onderzoekers in een oude kerk in Gaast, met uitzicht op het IJsselmeer. Zijn werkplek bevindt zich recht onder de kansel, waar de bijbel nog open ligt. Door de hele kerk krioelen computersnoeren. Op oude bankstellen zwerven boeken, telescopen en de klapdeurkooien waarmee de grutto’s op het nest worden gevangen. Maar nu het broedseizoen op zijn einde loopt, moet dat vangen met de hand gebeuren. Dat is een kwestie van laatste kuikens die nog ‘niet vliegvlug zijn’ opsporen en er achteraan sprinten, zegt de bioloog. ‘Meestal drukken ze zich plat in het gras. Dan kun je ze zo oppakken.’

Maar op het vers gemaaide grasland van Stavoren zijn er deze ochtend weinig te vinden. ‘Per nest blijft er meestal één kuiken over’, zegt Trimbos. ‘De rest sterft door honger, of wordt opgegeten door predatoren.’ Door zijn telescoop leest hij de ringen af bij de volwassen vogels. ‘In dit gebied broeden zo’n vierduizend vogels. Tien procent daarvan is inmiddels geringd.’ Grutto’s zijn honkvast, blijkt uit het ringonderzoek. ‘Eén koppel broedt hier ieder jaar op dezelfde akker. Dat scheelt jaarlijks maar enkele meters.’

Hij werpt nog een blik op het veld. Nog steeds geen kuikens. ‘Die oudjes staan lekker in het hoge gras te chillen. Die zijn klaar met broeden en hebben het hier wel gezien.’ Bijna verontschuldigend: ‘Het klinkt stom, maar als je een jaar naar grutto’s kijkt, zie je toch meer dan een vogel alleen.’ Eén van de kuikens die hij samen met zijn vriendin ving toen zij op bezoek was, heeft hij naar haar vernoemd.

In het nabij gelegen grasland waar nog niet is gemaaid zijn er wellicht nog kuikens te vinden. De oudere vogels die luid kwetterend boven zijn hoofd cirkelen, wekken in elk geval wel die indruk. Net als hij de zoektocht tot ‘kansloze exercitie’ verklaart, glipt er een kuiken voor zijn voeten weg. Na een korte achtervolging weet Trimbos hem van de grond te plukken.

‘Sorry jochie’, zegt hij als het beestje in zijn handen fladdert. ‘Ik schat deze op 19 dagen.’ Hij pakt de gereedschapkoffer en begint te meten. Hij doet de grutto in een stoffen zakje - ‘als alles donker wordt, zijn ze minder gestresst’ – en legt hem op de weegschaal: 143 gram. Weer uitgepakt is het tijd voor de ringen. Met een tang knijpt Trimbos een metalen ringetje rond de enkel. Boven beide knieën gaan twee gekleurde en één zogeheten vlag, vergelijkbaar met de sluiting van een zak brood.

Het kuiken steekt inmiddels zijn tong uit en maakt kauwende bewegingen met zijn snavel. ‘Dat heet panting’, legt de bioloog uit. ‘Door de stress begint hij te hyperventileren en gaat het hart sneller kloppen. Voor mij is dat een teken om op te schieten.’ Als de laatste vlag met Bison Kit is dichtgeplakt, krijgt het kuiken zijn vrijheid terug. ‘Toch altijd weer vet’, vindt Trimbos.

‘Je maakt ook een hoop ellende mee’, zucht hij. ‘Verderop heeft een boer tien hectare grasland gemaaid, toen de kuikens 15 dagen oud waren. Grutto’s kunnen na 23 dagen vliegen. Als hij een week had gewacht hadden ze nu nog geleefd.’

Dat vrijwilligers de nesten met stokken markeren, zodat de boeren er omheen kunnen maaien, helpt volgens hem niet goed. ‘Zo ontstaan eilandjes van hoog gras. Die wijzen de roofdieren als het ware de weg naar hun prooi.’

Ook daar moet ‘forensisch onderzoek’ naar worden verricht, zegt hij. ‘Je ziet heel vaak dode grutto’s naast een nest liggen. Dan heeft een roofdier, bijvoorbeeld een hermelijn, alleen hun bloed opgedronken en zich vervolgens op de eieren gestort.’

Terug in Gaast laat hij de bewijzen zien. In het schuurtje waar ook zijn kartonnen dozen vol eierschalen staan, trekt hij een vrieskist open waarop een vriendelijk verzoek is geplakt: ‘Wil iedereen die dode beesten invriest, ze goed inpakken in een plastic zak die ook is dichtplakt?’ Naast de voorraad brood, rosbief en pizza’s liggen ingevroren grutto’s, koperwieken en kemphanen.

De moorden zijn nog niet zijn opgelost, maar Trimbos kent wel al de toedracht: ‘Kijk, allemaal doodgepikt zonder te zijn opgegeten.’

Wedden met Google Maps voor grutto’s

Het gaat niet goed met de grutto. Door de opkomst van intensieve landbouw en de bijbehorende ruilverkaveling is het aantal broedparen in Nederland vanaf de jaren tachtig meer dan gehalveerd tot een kleine veertigduizend. Maar dat is wel bijna de helft van de Europese populatie.

Dit jaar zijn er voor het eerst vijftien grutto’s voorzien van een zender, waarvan het signaal dagelijks op www.vogelbescherming.nl is terug te vinden, als een soort grutto-Google Maps. De onderzoekers hebben onderling weddenschappen afgesloten over welke vogel er wanneer aan de vlucht naar Afrika zal beginnen. Trimbos gokt op ‘Starum’ (Fries voor Stavoren), zegt hij. ‘Ik denk dat ze volgende week vertrekt.’