Mare Nummer 28     16 april 2009

28
Naakt in het water? Cultureel kapitaal!
Roeiwedstrijd Varsity door antropologenogen

Exotische kledij, vreemde gebruiken en constructie van een collectieve identiteit. Mare stuurde een antropoloog naar de studentenroeiwedstrijd van het jaar: de Varsity. ‘Het moddergooien kadert de statusstrijd in.’

DOOR RIVKE JAFFE Begin jaren dertig van de vorige eeuw stond mijn overgrootmoeder, Toos James-Ament, langs de waterkant als toeschouwer van de Varsity roeiwedstrijd. Haar vier zoons - Frits, Tjalling, Jan en Piet - studeerden respectievelijk in Wageningen, Delft, Leiden en Amsterdam, en roeiden alle vier in studentenroeiverenigingen. Destijds verkocht ene Bertha tijdens de Varsity corsages in de kleuren van de verschillende verenigingen. Om steun aan al haar zoons te tonen, moest Toos vier verschillende corsages aanschaffen.

Bijna tachtig jaar later sta ik bij Houten zelf langs het Amsterdam-Rijnkanaal, tijdens de 126e Varsity. Zoals mensen overal ter wereld ben ik ontvreemd geraakt van de rituelen van mijn voorouderen. Het is de eerste keer dat ik dit evenement meemaak, en voor mij is het geen voortzetting van een familietraditie. Ik ben hier in opdracht van Mare, om over de Varsity te berichten met een professionele antropologische bril op.

De uitgesproken corporale bevolking komt nogal exotisch op me over. Ook zijn de sanitaire voorzieningen op het terrein aanzienlijk slechter dan waar ik normaal mijn veldwerk uitvoer, in achterstandswijken in Caraïbische steden. Dit gebrek aan schone wc’s belemmert ook het niveau van mijn participerende observatie; om echt mee te doen had ik veel meer bier moeten consumeren.

Wat me in nuchtere staat vooral opvalt, is hoe symbolen en rituelen worden ingezet om een groepsidentiteit te bevorderen, zowel op het niveau van de individuele roeiverenigingen als op het bredere niveau van sociale klasse. De aanhangers van verschillende verenigingen dragen hun identificatie uit door gekleed te gaan in jasjes en dasjes (en truien, sjaals en strohoeden) in de kleuren van hun vereniging. Voor het Leidse Njord is dat normaal blauw, maar de kleur van hun 27e lustrum is roze, dus veel Njord-leden dragen vandaag de speciale lustrumdas, roze en blauw gestreept, met het cijfer 27 in de vorm van hun symbool, een zwaan. Daarnaast zingen de aanhangers, vooral bij een overwinning, luidkeels verenigingsliederen.

Groepsidentiteiten worden vooral gevormd en gesterkt in contrast met De Ander, in dit geval in eerste instantie andere roeiverenigingen. De vaak competitieve ‘ontmoetingen’ waarin groepsgrenzen getrokken worden zijn natuurlijk de formele roeiwedstrijden op het water. Maar aan wal gebeurt veel meer wat de sociaalwetenschapper kan boeien.

Dan, Asopos de Vliet-lid en vierdejaars geneeskunde in Leiden legt het me uit: ‘Omdat het zo’n oude wedstrijd is zijn er ook heel veel gewoontes ingesleten. Je hebt verenigingen die elkaar onderling niet zo heel erg lief vinden, dus wat doen ze dan? Ze gaan met graspollen gooien om elkaar een beetje te irriteren, om te kijken wie de sterkste is.’ Aan de overkant van het kanaal wapperen op vlaggenstokken de vlaggen van alle roeiverenigingen. Dan: ‘Zodra je laatste boot binnen is, moet je eigenlijk je vlag binnenhalen, maar goed, er staan altijd mensen te azen om net even je vlag te stelen.’

Behalve deze spannende strijd om wie de ander z’n vlag kan pakken, zie ik ook een schuit van een meter of acht lang met aan elke kant een groep bedaste jongens. De twee groepen overbruggen de paar meter niemandsland in het midden door plastic glazen bier en af toe een graspol naar elkaar te gooien. Dit is zo leuk dat het uren doorgaat.

Al deze semi-agressieve activiteiten lijken een beetje op het ‘zooien’ dat vooral binnen de meer corporale verenigingen de statusstrijd van mannelijke leden inkadert. Wat binnen het eigen corps tussen jaarclubs plaatsvindt, gebeurt hier op landelijke schaal.

Ik zie ook opvallend veel politie zoveel te voet als te paard. Ik vraag twee agenten naar de reden van deze aanwezigheid. Ze verzekeren me dat het louter preventief is, maar vragen ook: ‘Er is toch bij dat vlaggentrekken ooit iemand bewusteloos met zijn hoofd onder water gehouden?’

Naast de intern bevochten scheidslijnen is er echter veel wat de Varsity-bezoekers bindt. Laurens Blaser (23), student bedrijfseconomie en supporter van het Utrechtste Triton vertelt: ‘Dit is het enige wat alle studenten bij elkaar brengt. Een gala bijvoorbeeld is meer stadgericht, maar dit is eigenlijk het enige wat nationaal gericht is. Dit is de verzamelplek van heel studerend Nederland.’

‘Dronkenschap is nooit een excuus’

Tradities legitimeren sociale ongelijkheid

Nou, niet alle varianten van studerend Nederland zijn vertegenwoordigd. Varsity heeft wat weg van een Lowlands voor corpsleden, het is een soortgelijk generatiegenererend evenement, met dezelfde modder, mobiele bars, vieze wc’s en rijen voor de consumptiebonnen. Maar hier werkt vooral corporaal Nederland aan de constructie en reproductie van een collectieve identiteit, en dan één die nauw samenhangt met sociale klasse. Het klasse-element is evident in de prominenten die het Comité van Aanbeveling van de Varsity bevolken, als ook in het ‘besloten karakter’ dat door voorlichters wordt benadrukt.

De Varsity-gebruiken vormen deel van wat de Franse socioloog Pierre Bourdieu ‘cultureel kapitaal’ noemde: de kennis die je nodig hebt om tot een bepaalde sociale klasse te behoren. Deze geprivilegieerde kennis – van het jargon tot de rituelen – geeft toegang tot ons-soort-mens-netwerken en uiteindelijk tot financieel kapitaal. Wat een sporttraditie lijkt, kan ook als middel dienen om de bredere sociale hiërarchie te reproduceren.

Historie en traditie zijn termen die hierbij van groot belang zijn. Bijna iedereen die ik spreek, benadrukt het historische karakter van de Varsity. ‘Het is een hele oude wedstrijd, dit is de 126e, en het is ooit begonnen tussen Njord en Laga’, vertelt Mirjam, Asopos-lid en derdejaars Life Science Technology. ‘Het is echt een oude wedstrijd tussen vooral de corporale verenigingen, een verenigingswedstrijd, dat gevoel proberen ze hier echt naar boven te halen, meer dan op andere roeiwedstrijden, waar het echt alleen om de winst gaat.’ Verschillende verenigingen staan dan ook anders in deze traditie: ‘Asopos is minder corporaal, wij hebben ook minder historie daarom hier.’

Ook Rutger van Breda (19), gekleed in Njord-kleurige blazer, das en strohoed, benadrukt de lange historie van het evenement. ‘Het is altijd heel gezellig’, meldt deze tweedejaars geschiedenis die bij geesteswetenschappen op de lijst van BeP staat. Dat ‘altijd’ is natuurlijk relatief als je tweedejaars bent.

Maar ook het echtpaar Kars uit Utrecht benadrukt het belang van historische banden. Bij hun gaat het ook om familietraditie. Ze zijn er nu om de neef van meneer Kars aan te juichen, die voor het Wageningense Argo roeit, maar mevrouw Kars heeft ook zelf geroeid, evenals haar vader en haar dochter.

Toch zijn niet alle tradities zo oud. Er lijkt sprake te zijn van wat historicus Eric Hobsbawm aanduidt als ‘invented traditions’. Hierbij wordt via bepaalde gebruiken een - vaak niet bestaande - continuïteit met het verleden benadrukt, om sociale cohesie en een gedeelde identiteit te bevorderen, maar ook om sociale patronen of ongelijkheid te legitimeren.

Alexander Kuyper (60), erelid van het Amsterdamse Okeanos, komt al veertig jaar naar de Varsity en meldt stellig: ‘Wat er nu als traditie beschouwd wordt, bestond veertig jaar geleden absoluut nog niet.’ Toen sprong men ook naakt, met alleen verenigingsdas om, in het water om de winnaars van de hoofdrace de Oude Vier te feliciteren, maar het was eerder bijzaak dan hoofdzaak. Bovendien hield men vaker ook ondergoed aan (wat nu vooral het geval is bij het handjevol vrouwelijke springers-red). Maar vooral: ‘Wat heel erg verschillend is: er zijn mensen, die menen dat het leuk is om met voorwerpen naar roeiboten te gooien. Dat is ongeveer begonnen begin jaren tachtig. Toen heb ik tot mijn afgrijzen voor het eerst gezien dat een stel imbecielen, half bezopen, met kluiten modder gooiden naar supersporters, de beste roeiers van Nederland. Mijn eerste Varsity was in 1968, we dronken bier uit flesjes - als iemand een flesje op de baan gooide, werd-ie door een ouderejaars in zijn nek gepakt en er bijna achteraan gesmeten. Hoe zat ook, dronkenschap is nooit een excuus.’

Omdat ik zelf te langzaam en te weinig heb gedronken, heb ik om vijf uur nog een handvol consumptiemunten over die ik niet meer kan uitgeven of inruilen. Misschien moet ik mijn familietraditie weer oppikken en volgend jaar terugkomen om ze alsnog op te drinken. Of om er een longitudinale antropologische studie van te maken.

Uitslagen 126e Varsity

Skadi wint de 126ste editie van de Varsity in een tijd van 9.46,86, gevolg door Gyas en Nereus.
Uitslag Oude Vier
  1. Skadi 09:46.86
  2. Gyas 09:49.51
  3. Nereus 09:52.42
  4. Okeanos 09:57.71
  5. Aegir 10:01.38
  6. Skoll 10:06.08
  7. Euros 10:10.89
Bij beginnelingen vier met stuurman en Dames Overnaedsche vier met stuurvrouw eindigde Njord als eerste.


Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook