Mare Nummer 24     19 maart 2009

24
‘De geest kun je vergelijken met een aap die van boom naar boom slingert. It’s all over the place.’
Mediterende geest slingert als een aap
Hersenonderzoek naar meditatie kweekt inzicht in religie

Wat gebeurt er met de hersenen als we boeddhistisch mediteren? Dat is de centrale vraag van het eerste symposium van het interdisciplinaire Leiden Institute for Brain and Cognition.

DOOR HANS KLIS ‘Alles wat er is, kwam na de geest. Pas als men de geest begrijpt, kan men alles begrijpen’, zei Gautama Boeddha, de grondlegger van het boeddhisme. Het is een wijsheid die wetenschappers op het symposium van het interdisciplinaire Leiden Institute for Brain and Cognition (LIBC) ‘Imag(in)ing the buddhist brain’ ter harte genomen hebben.

‘Het is vaak de eerste vorm van meditatie die men leert in het boeddhisme. Met je ogen halfdicht of helemaal dicht, concentreer je je op een punt een paar centimeter van je hoofd vandaan. Je begint te tellen hoe vaak je ademhaalt. Bij 10 begin je telkens opnieuw. Na de zesde of zevende reeks heb je opeens door dat je tot 14 hebt geteld. Oeps! Zo merk je hoe snel de geest eigenlijk afgeleid wordt.’ Aan het woord is Jonathan Silk, hoogleraar in de studie van het boeddhisme in Leiden en een van de sprekers op het symposium . ‘De geest kun je vergelijken met een aap die van boom naar boom slingert. It’s all over the place.’

‘Meditatie kan kalmeren en zo inzicht verschaffen in het innerlijk. Maar dat kan ook bevorderd worden door bijvoorbeeld vrijwilligerswerk te doen in een gaarkeuken’, legt Silk uit. ‘De focus op meditatie is vooral een westerse modernistische kijk op boeddhistische rituelen en tradities. De meeste boeddhisten mediteerden vroeger niet eens.’

Op het symposium spreken ook cognitief psychologen Antonino Raffone van de universiteit van Rome en Heleen Slagter van de universiteit van Wisconsin. Zij onderzochten beiden de effecten van meditatie op de hersenactiviteit.

‘Het is belangrijk om te begrijpen dat er veel verschillende vormen van meditatie zijn’, vertelt Raffone, zelf praktiserend boeddhist. ‘Ruwweg kunnen we twee soorten onderscheiden. Het zogenaamde focused attention (FA) en open monitoring meditatie (OM). Bij FA meditatie wordt de aandacht op één specifiek fenomeen gericht, zoals de ademhaling. Tijdens OM meditatie stelt men zich open voor alle gevoelens en sensaties die in het nu zijn waar te nemen.’

Raffone onderzocht de hersenactiviteit van Italiaanse Theravada monniken (een oude vorm van boeddhisme, red.) bij de twee verschillende meditatievormen. FA meditatie zorgde voor een vermindering in de linkerhersenhelft. Maar anderzijds voor een activatie in de rechterhersenhelft. Een plek die belangrijk is voor de zelfreferentie, het aanwijzen van de ‘ik’. OM meditatie bleek daarentegen juist de plekken in de linkerhersenhelft te activeren, die belangrijk zijn voor het waarnemen van prikkels uit de omgeving en het eigen lichaam. Niet verassend, ‘maar wel heel interessant’, vindt Raffone. ‘Het onderscheid tussen FA en OM meditatie bestaat namelijk alleen voor de wetenschap. Tijdens meditatie is er helemaal geen onderscheid, het één kan gaat natuurlijk over in het andere.’

Heleen Slagter onderzocht hoe aandachtsprocessen in de hersenen door meditatie veranderden. Zij bekeek de hersenactiviteit van proefpersonen die drie maanden lang oefenden met OM meditatie. Hiervoor gebruikte zij een zogenaamde attentional blink test. ‘Deze taak meet de moeite die de hersenen hebben met het waarnemen van opeenvolgende prikkels. In een lange reeks van letters verschijnen snel achter elkaar twee cijfers. Vaak zien proefpersonen wel het eerste cijfer, maar missen het tweede cijfer dat al na een halve seconde verschijnt. Alsof de aandacht even knipoogt’, legt Slagter uit. ‘De aandachtsprocessen zijn nog met het eerste cijfer bezig.’

Uit haar onderzoek bleek de mediterende proefpersonen vaker het tweede cijfer waarnamen. Zij richtten minder hersenactiviteit op het eerste cijfer. De meditatie zorgde ervoor dat zij beter hun aandacht konden verdelen over verschillende prikkels. ‘Hoewel het te vroeg is om meditatie te promoten als behandelmethode, zouden bepaalde patiëntengroepen zoals ADHD’ers er iets aan hebben.’

Leidse psycholoog en mede-organisator van het LIBC- symposium Lorenza Colzato zag de positieve effecten van meditatie toen zij met aids- en terminale patiënten werkte. ‘Het hielp hen om dingen los te laten.’

Colzato zet op dit moment een samenwerkingsverband op met de universiteit van Tapei in Taiwan. Daar wil zij graag haar onderzoek naar de effecten van geloof op cognitie voortzetten met taoïstische, confuciaanse en boeddhistische monniken. Colzato onderzocht al eerder hoe streng gereformeerden naar de wereld kijken in vergelijking met atheïsten. Zij zag dat gelovigen vaker de dingen om hen heen lokaal bekeken, op het detail gericht; zagen zij letters gemaakt van kleine symbolen, zagen zij eerst die symbolen en niet het globale beeld, de letter. Dit in tegenstelling tot de atheïstische groep, die vooral eerst de letter zag.

‘Het is geen waardeoordeel over geloof’, verduidelijkt Colzato. ‘Als je bijvoorbeeld kunstenaar bent, is het handig dat je globaal naar de wereld kijkt, maar als je DNA analyseert moet je precies zijn, gedetailleerd de wereld zien. Het één is niet beter dan het ander.’

Naast gereformeerden en mediterende monniken heeft Colzato projecten lopen in Israël, Italië en Iran waar gekeken wordt hoe verschillende religies de wereld aanschouwen. ‘Religie zorgt ervoor dat mensen anders kijken naar hetzelfde. Ik hoop met mijn onderzoek meer inzicht te krijgen in en te kweken voor andersdenkenden. Complexe fenomenen zoals geloof moet je op een schaal van 360 graden bekijken. Het zijn namelijk niet alleen hersengolven die je onderzoekt. Maar ook de context en de geschiedenis. Alles bij elkaar heeft betekenis.’


Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook