De rechter heeft het verzoek om de reorganisatie bij Biologie op te schorten niet gehonoreerd.
Het Instituut Biologie Leiden moet reorganiseren, en vallen ontslagen. De mensen die hun baan kwijtraken zijn het niet eens met de procedure, en willen die aanvechten bij de rechter. In afwachting daarvan hadden ze de rechter gevraagd de reorganisatie op te schorten, zodat er geen onomkeerbare situatie ontstaat. Het zou immers wrang zijn als de ontslagen biologen mogen blijven, maar er vervolgens geen plek voor ze is in het Sylviusgebouw, waar een groot deel van het instituut van de zomervakantie naartoe hoopt te verhuizen.
Dat verzoek is door de rechter afgewezen. Jan Willem Landman, advocaat van de biologen: ‘Of dat betekent dat onze kans om de bodemprocedure te winnen kleiner is geworden? Nee, in principe staat de voorlopige voorzieningen uitspraak daarvan los.’
Landman: ‘Het betekent ook dat de kansen nu kleiner blijken dan we hadden gehoopt. Met name de bevoegdheid van de instituutsraad lijkt door de rechter afgedaan te worden met de algemene mededeling dat zij de indruk heeft dat de medezeggenschap ook via de faculteitsraad "voldoende" was.’ Volgens de Universiteit was de faculteitsraad het aangewezen medezeggenschapsorgaan, volgens de biologen de Instituutsraad voor biologie. Dat maakt uit, want de faculteitsraad stemde in met het plan, en de Instituutsraad was juist tegen.
De hoop van de ontslagen IBL-medewerkers is nu gericht op de bodemprocedure. Wanneer die plaats zal vinden, is nog niet bekend.