Mare Nummer 19     05 februari 2009

19
‘Als enig meisje in de klas, kreeg je sneller een duwtje in de rug’
FOTO: Taco van der Eb
Sterrenkunde als Sinterklaascadeautje
‘Bewijs maar eens dat je uitsluitend met competitie goed onderzoek kunt doen’

Ewine van Dishoeck (53) spreekt aanstaande maandag de Diesoratie uit, onder meer over haar Spinozaprijswinnende onderzoek. Maar ook over het belang van fundamenteel onderzoek: ‘Moet je dan echt voor elk dubbeltje in competitie?’

DOOR BART BRAUN Als je niet wist wie ze was, zou je je lelijk kunnen vergissen in Ewine van Dishoeck. Met haar vriendelijke gedrag en vrolijke bloemetjesjurk lijkt ze op het eerste gezicht een basisschooljuffrouw; zo eentje met begrip voor sanitaire ongelukjes en een bataljon katten thuis. En als je dat dacht, zou je er zover naast zitten dat het niet eens meer grappig was.

Professor Ewine Fleur van Dishoeck (1955) is namelijk een van de grootste sterrenkundigen van Nederland. Cum laude afgestudeerd en gepromoveerd, gewerkt aan Harvard en Princeton, en voorzien van een hele lijst eerbetonen, waaronder een Spinozaprijs. Vrij Nederland rekende haar onlangs tot één van de tien belangrijkste vrouwelijke wetenschappers van Nederland, maar waar dat blad de focus legde op de achterstand van vrouwen in de wetenschap, ziet Van Dishoeck juist de voordelen: ‘Ik was bij natuurkundecolleges vaak het enige meisje in de klas. Dan krijg je wat sneller een duwtje in de rug. Astronomen zijn heel open, en als je ergens goed in bent, wordt dat opgepikt. Ik heb het feit dat ik een vrouw ben nooit als een nadeel ervaren.’

Aankomende maandag spreekt Van Dishoeck de Diesoratie uit, op de verjaardag van de universiteit. Het zal gaan over het verband tussen kunst en sterrenkunde, en over haar onderzoek. Sterren en planeten vormen zich door het samenklonteren van gigantische wolken ruimtestof, gas en ijs. Hier, zo rondom de zon, is dat proces al voorbij, maar elders in het heelal gebeurt dat nog volop. Als je de samenstelling van die wolken, de chemie die zich daar afspeelt, en het precieze verloop van het klonteren goed snapt, kun je uitspraken doen over hoe planeten buiten ons zonnestelsel eruit zien.

De eerste echt bevestigde exoplaneet stamt alweer uit 1995, maar het onderzoek ernaar is nog steeds op volle stoom. Van Dishoeck: ‘Als we een nieuwe set aan data krijgen, is dat alsof je een Sinterklaascadeautje open doet. Soms bevestigt het wat je dacht, soms blijkt het helemaal anders, en dat is juist het leukste.’

Bestaat er ergens in het heelal een ‘Tweeling Aarde’? ‘Waarschijnlijk wel. Op dit moment vinden we alleen de zwaarste, Jupiter-achtige exoplaneten, omdat die het makkelijkst op te sporen zijn, maar alle ingrediënten zijn er. De grote vraag is nu nog of die Jupiters bij de vorming van het stelsel niet al het materiaal opslokken of de jonge planeet naar buiten slingeren.’

Het andere thema van haar lezing: het belang van fundamenteel onderzoek. ‘Ingaan tegen de drang van de maatschappij dat alles een onmiddellijke toepassing moet hebben. Als je zelfs aan een klassieke universiteit als Leiden het fundamentele onderzoek moet verdedigen, is er echt iets mis met het stelsel.’ Zo hekelt ze de overheveling van universiteitsgelden naar NWO, die overal aan de universiteit gevolgen heeft. Opmerkelijk, want juist de Leidse Sterrewacht scoort ontzettend goed bij de verdeling van NWO-gelden, en met een Spinozapremie op zak is de bekostiging van haar onderzoek nu geen probleem. ‘Voor mij is het opleiden van onderzoekers een hoofdtaak van de universiteit. Dat haal je niet weg uit je budget. Moet je dan echt voor elk dubbeltje in competitie, en telkens een half jaar wachten op goedkeuring als je een goed idee hebt? Bewijs maar eens dat je uitsluitend met competitie goed onderzoek kunt doen. Onze eigen eerste-geldstroom-aio’s hebben het altijd prima gedaan in elk geval.’


Diesoratie Ewine van Dishoeck
Ma 9 februari, 14.45 uur
Pieterskerk
Aanmelden kan via www.evenementen.leidenuniv.nl


Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook