Mare Nummer 18     28 januari 2009

18
'Heb je die napoleonvis gezien?'
Droomduiken in Egypte: goed zicht, geen stroming en een heel wrak voor jezelf

Als duikers wintersporten, doen ze dat in de tropen. De Leidse Studenten Duikvereniging zat een week op een boot in Egypte. Het programma: slapen, duiken, eten, en ouwehoeren over multipiemels. 'Op een schaal van één tot tien geef ik mijn gelukzaligheid nu wel een vijftien.'

Door Bart Braun Reportages over studentenvakanties zijn meestal journalistieke inkoppertjes. Je gaat mee met een jaarclubje of dispuut naar Salou, Rimini of een skihut-oord, en het verhaal schrijft zichzelf. Teveel drank, onbegrijpelijke tradities, de wedstrijd wie het meeste ‘regelt’: voor buitenstaanders zijn studenten die zich misdragen een eindeloze bron van vermaak. Iemand van het Augustinus-cordial Blondt riep ooit ‘Kakteef, zuipen met je kutje!’ waar een verslaggever bij was, en maakte de jaarclub in één klap beroemd.

Met dat gegeven in het achterhoofd vallen de tien leden van de Leidse Studenten Duikvereniging ronduit tegen op hun vakantie. Ze hebben een boot afgehuurd, varen over de Rode Zee en doen…bijna niets. De totale bierconsumptie komt op twee blikjes per persoon per dag, maar zelf denken ze dat het minder moet zijn geweest. Keurig met de bikini’s aan liggen ze op het dek. Af en toe staan ze, zuchtend, op, voor wat zonnebrandcrème of een flesje water.

In het gunstigste geval houden ze een gesprek. ‘Heb jij ook wel eens dat gevoel, dat je met je sleutelbos in je hand staat en hem in het water wil gooien?’ vraag informaticus Eric Verlooy. Psychologiestudente Iris Mulder houdt het op angst voor verantwoordelijkheid. Haar studiegenoot Benjamin Sprecher denkt meer aan iets Freudiaans. ‘Sleutels zijn lang en dun, en daarmee dus een symbool.’

Angst voor de eigen penis, dan? ‘Nee, want ik heb dat gevoel ook, en ik ben juist extreem mannelijk.’

Verlooy: ‘Jung schreef ooit dat elke man ervan droomt om twee of zelfs drie piemels te hebben – een multipiemel, als het ware.’ ‘Multipiemel’ is de LSD-naam voor Heterocentrotus mammilatus, een rode zeeëgel die tijdens de nachtduiken te zien is.

Mulder merkt op dat de theorieën van Freud binnen de psychologie wat achterhaald zijn, omdat je zo moeilijk kan bewijzen dat ze kloppen.

Sprecher: ‘Misschien is dat het: omdat er veel sleutels aan een sleutelbos zitten, symboliseert de bos onze extreme mannelijkheid. Liever zouden we net zo zijn als gewone mannen, natuurlijk, en daarom willen we de bos weggooien.’

Een derde psychologiestudent komt erbij zitten. Ze heeft een poppetje bij zich met een gat in zijn middel. Ze steekt er een staafje in, en drukt op een knopje op het staafje. Het poppetje draait om zijn as. Iedereen kijkt geboeid toe, en denkt aan Freud.

‘Misschien lijkt het wat suf’, geeft LSD-bestuurslid Mulder toe. ‘Maar van drie, vier duiken op een dag word je gewoon heel moe. En het duiken zelf is gewoon supergaaf.’

De hoogtepunten van de vakantie spelen zich af onder water, zo blijkt. Om de zoveel tijd kondigt Barry Thomson, eigenaar van de Dive Runner, een briefing aan. Als de groep zich steunend heeft verzameld, legt hij uit wat er tijdens de volgende duik moet gebeuren, en moedigt hij ze aan om de duikuitrusting aan te doen. Meer gezucht, meer gekreun, iedereen blijft zitten. Eerst nog even een flesje water.

Als de studenten zondagochtend om acht uur afdalen naar het wrak van de SS Thistlegorm, komt een karetschildpad op ze afgezwommen. Het blijkt het begin van een droomduik. Kraakhelder water, grote vissen en natuurlijk het wrak zelf. Jacques Cousteau, de godfather van het scubaduiken, was de eerste die het gezonken koopvaardijschip bedook, en sindsdien geldt de Thistlegorm als ’s werelds beste wrakduik.

Een groepje koraalduivels jaagt langs de roestige achtersteven, vleermuisvissen ter grootte van een verkeersbord vormen een school bij de voormalige kapiteinshut. De duikers die een camera mee hebben genomen, gaan helemaal los op de combinatie van kunstmatige lijnen en organisch leven.

Na afloop is zelfs Thomson, die hier beroepsmatig ontzettend veel duiken maakt, laaiend enthousiast. ‘It just doesn’t happen’, zegt hij. ‘Goed zicht, geen stroming, het hele wrak voor ons alleen. Als je hier tijdens het hoogseizoen komt, liggen er vijfentwintig boten aangemeerd. Heb je die napoleonvis gezien?’ Een napoleonvis is de Grote Vriendelijke Reus onder water. Felgekleurd, meer dan een meter lang en rustig genoeg om te kunnen bekijken kan één zo’n vis een verder doodsaaie duik goedmaken. Normaal zou iedereen die het dier gemist heeft jaloers zijn, maar nu is iedereen te opgetogen over de duik om zich druk te maken over een reuzenvis meer of minder. De LSD’ers stuiteren over het achterdek van de Dive Runner, kletsen elkaar de oren van het hoofd, maken snel back-ups van hun foto’s en krabbelen hun logboeken vol. Bij het eten schept iedereen een dubbele portie op, want van duiken krijg je honger.

En dan slaat de rust weer toe. Flesje water, zonnebrandcrème. Bladeren door een vissengids, zonnebaden. De leden met de meeste puf praten wat over fotografie, wat onder water een nog grotere kunsttour is dan op het droge. Eigenlijk moet je een digitale spiegelreflexcamera hebben met tenminste twee externe flitsers, een set lenzen voor macro en groothoek, en een verzameling kleuren- en polarisatiefilters, is de conclusie. Een nieuwe auto is goedkoper.

Inmiddels is er een tweede boot aangemeerd, en daar stapt iemand met precies zo’n camera overboord. ‘Meneer, wilt u met me trouwen?’ roept criminologiestudente Nathalie Raats met een volle Limburgse tongval. Hij luistert niet.

Bij een tweede duik wordt de binnenkant van de Thistlegorm verkend. De voorraden die het schip bij zich had toen er in 1941 een Duitse bom op werd gegooid, zijn opvallend goed geconserveerd. Laarzen, auto’s, geweren, motoren liggen langzaam weg te roesten, en worden omsingeld door scholen vissen. De vele duikers die hier langs zijn geweest, hebben grote luchtbellen tegen de bovenkant van elk ruim achtergelaten, zodat het lijkt alsof er een plas golvende olie tegen het plafond zit geplakt. Deze duik is meer een speurtocht dan een panorama. Het claustrofobische van het wrak en het zorgvuldig ontwijken van deurposten en motoren zorgen ervoor dat veel duikers er in veertig minuten een hun luchtvoorraad van een uur doorheen jagen. Gebroederlijk hangen ze aan het ankertouw voor ze naar boven gaan.

‘Op een schaal van één tot tien geef ik mijn gelukzaligheid wel een vijftien, nu’, verzucht Raats. ‘Zou die meneer van de andere boot ingaan op mijn huwelijksaanzoek?’ ‘Dat denk ik wel’, aldus Verlooy. Raats: ‘Zijn mannen écht zo makkelijk?’ ‘Ja hoor. Tot ‘ie je accent hoort, tenminste.’ Tijd voor een flesje water: pas na de laatste duik van de dag mogen de duikers aan het bier.

‘Echt studentikoos is het allemaal niet’, geeft Mulder toe. ‘Al hebben we ook wel feesten en weekenden waarop wel flink gezopen kan worden. Maar hier draait het vooral om het duiken. Het zou ook gewoon zonde zijn om iets anders te doen.’


Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook