Mare Nummer 17     21 januari 2009

17
In het Afrikaanse fynbos komen er achthonderd familieleden van de heideplant voor. Waar komt die variëteit vandaan?
De buitenstaander ziet alleen de gewogen keutels
In ecologie hangt alles met alles samen maar meestal is de samenhang volkomen onduidelijk

Waarom werkt de natuur zoals zij werkt? De wetenschap die daarachter probeert te komen, staat na tweehonderd jaar nog steeds in de kinderschoenen. In het boekje The Loom of Life staan de nieuwste concepten en voorbeelden mooi bij elkaar.

DOOR BART BRAUN ‘Als Galileo een ecoloog was geweest, had hij veertig monografieën gepubliceerd over ballen die van de toren van Pisa vallen, maar was hij nooit met een theorie van valversnelling gekomen.’ De uitspraak is afkomstig van een anonieme natuurkundige in Menno Schilthuizens nieuwe boek The Loom of Life.

Als Galileo’s metalen ballen tijdens het vallen van vorm veranderden of wegvlogen, hij geen manier had om het verloop van tijd bij te houden, de Kerk had verklaard dat ballen juist omhoog vallen, ballen vanaf andere torens sneller of juist langzamer vielen of in spiralen, en hij tegelijkertijd de toren van Pisa had moeten verdedigen tegen illegale steenrovers, dan had hij zich misschien meer als een ecoloog gevoeld.

Want, om Schilthuizens boek in één zin samen te vatten: ecologie is verrekte ingewikkeld. Allemaal verschillende soorten die interacteren met soortgenoten, met de rest van de organismen, met ziekten, met licht, water, nutriënten, uitwisseling met andere ecosystemen enzovoort. Alles hangt met alles samen, en meestal is de samenhang volkomen onduidelijk.

In de schaarse momenten dat de ecologie een stukje inzicht prijsgeeft, is het de mooiste wetenschap van allemaal. De geest omsluit een stukje wereld met haar bewoners, in zowel de ruimte als de tijd. Bijdehante natuurkundigen en andere buitenstaanders zien alleen iemand die maandenlang ganzenkeutels heeft gewogen en kansloos is op de arbeidsmarkt. Om het nog erger te maken: vervolgens blijkt meestal dat de werkelijkheid nog ingewikkelder is dan de ecoloog dacht.

Galileo had al een aardig idee van waar het heen zou gaan met zijn ballen. Ecologen staan vaak zelf verbaasd van wat ze tegen komen. Zo stortten in de jaren negentig de zeewierwouden voor de Amerikaanse westkust in. Het zeewier en de dieren die erop of eromheen leefden, verdwenen. Dat kwam, zo bleek na jarenlang onderzoek, omdat twintig jaar daarvoor het water in de Stille Oceaan ineens ietsje warmer werd.

Door de opwarming daalde de productie van algen, en daarom waren er minder kleine algenetende kreeftjes. Daardoor waren er minder kreeftenetende vissen en daarom waren er minder roofvissen en daarom waren er minder roofvis-etende zeehonden en daardoor gingen de orca’s in plaats van zeehondjes zee-otters eten, en als gevolg daarvan hielden de zee-otters de zee-egels niet onder de duim en vraten de zee-egels het zeewierwoud kaal. Prachtig onderzoek, maar wat leert het ons over welke factoren de stabiliteit van een ecosysteem bepalen? ‘Niet veel’, geeft Schilthuizen toe.

Er bestaan wereldwijd meer dan vierhonderdduizend plantensoorten. Planten doen allemaal hetzelfde: mineralen uit de bodem halen, koolstofdioxide met behulp van zonlicht omzetten in plant. Hebben al die soorten nou echt hun eigen unieke niche? Schilthuizen: ‘In Europa komt een handvol familieleden van de heideplant voor. In het Afrikaanse fynbos (vegetatie in de Kaapstreek, red.) zijn dat er achthonderd. Hoe kunnen er nou achthonderd verschillende manieren bestaan om een heideplant te zijn?’ Als de bodem ook maar ietsje verschilt in beschikbaarheid van water of voedingstoffen, lijkt dat genoeg te zijn om één soort een klein voordeeltje te geven in de struggle for life. Maar de ecoloog moet maar net weten naar welke verschillen hij moet kijken.

Waarom vind je in de woestijn langere voedselketens dan in graslanden? Waarom zijn voedselketens überhaupt zo lang als ze zijn? Waarom vind je op het ene eiland meer soorten dan op een ander, even groot eiland? Waarom zijn complexere ecosystemen niet beter bestand tegen verstoring dan eenvoudige, terwijl er toch meer soorten zijn om de klap op te vangen? Ecologen gaan dat soort vragen te lijf met uitgebreid gereedschap, van kettingzaag tot complexe wiskunde. Schilthuizen – werkzaam bij de Leidse tak van het Nationaal Herbarium, bij Naturalis en de Rijksuniversiteit Groningen – laat ze allemaal langskomen in zijn boek.

Schilthuizen: ‘Na twee eeuwen van onderzoek naar biodiversiteit, beginnen ecologen nog maar net de complexiteit van het leven te ontrafelen. Misschien hoeven we niet alle soorten en niet alle interacties tot in detail te kennen. We weten het gewoon niet.’ Wie The Loom of Life leest, weet in elk geval een flink stuk meer.

Daar moet de lezer wel wat voor doen. Schilthuizen kan goed schrijven en helder uitleggen, maar hij schuwt de diepgang niet. De achterflap claimt dat het boek voor zowel studenten als gewone lezers bedoeld is, maar de vele abstracte concepten en het kleine beetje wiskunde zorgen er wel voor dat die algemene lezer een behoorlijke biologie-nerd moet zijn om het nog met plezier te kunnen lezen.

Die lezer moet ook nog eens rijk zijn. The Loom of Life kost vijftig euro; onbeschoft prijzig voor 168 pover geïllustreerde pagina’s. Het is te hopen dat Schilthuizens uitgeverij aan ramsjen doet.


Menno Schilthuizen, The Loom of Life – unraveling ecosystems, Springer Verlag – Berlijn, 168 pagina’s, € 49,95


Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook