Mare Nummer 16     15 januari 2009

16
Mijnwerkers in Bulgarije. De door hen gedolven steenkool wordt gebruikt in nabijgelegen electriciteitscentrales
FOTO: Gamma/HH
Verslaafd aan energie
Natuurkundige strijdt tegen stroomverslaving en pleit voor een ‘Trias Energetica’

Hoe gaat de mensheid deze eeuw in haar energiebehoefte voorzien? Natuurkundige Jo Hermans schreef een Energie survival gids, voor zowel huishoudens als wereldbevolking. ‘We lopen een miljoen op één.’

DOOR BART BRAUN Wij zijn verslaafd. U, ik, de Universiteit Leiden, Nederland, de wereld. Keihard afhankelijk van goedkope energie. Zelfs als we af en toe demonstratief de elektronica achter ons laten en de natuur intrekken, dan doen we dat laatste meestal met behulp van vliegtuig, auto of openbaar vervoer. Onze huishoudens met verwarming, warm water, entertainment en kookgerei zijn nog maar een klein onderdeel van ons dagelijkse shotje welvaart, en het is een koopje.

Wie zojuist de energierekening van december binnen heeft gekregen en mompelt dat het met die goedkoopte best meevalt, is nooit naar de jaarlijkse wetenschapsdag van de universiteit geweest. Daar mogen kinderen proberen om met behulp van een hometrainer thee te zetten. Eén bakje water met een dompelaartje erin, aangedreven door de dynamo. Als een kind zich helemaal het schompes trapt, weet het met zweten en hijgen het glaasje naar 45 graden te trappen. Uw waterkoker doet het sneller, met één druk op de knop. Om zo in de gemiddelde elektriciteitsbehoefte van uw huishouden te voorzien, zou u twaalf fitte slaven in dienst moeten hebben. Uw energiebedrijf levert die stroom voor een paar euro per dag.

De enige reden dat dat kan, is het feit dat er honderden miljoenen jaren lang energie is opgeslagen in de vorm van fossiele brandstoffen. ‘Het is opmerkelijk dat de mensheid deze voorraad ingeblikte energie in een paar honderd jaar opgebruikt. We lopen als het ware een miljoen op één.’ Aldus emeritus-hoogleraar natuurkunde Jo Hermans in zijn Energie survival gids. ‘De gemakkelijke en goedkope energie van de afgelopen decennia heeft ons op het verkeerde been gezet’, zo stelt hij. ‘Ongemerkt hebben we ons energiegebruik laten oplopen. We zijn verwend geraakt en in slaap gesust, (maar) het wordt allemaal een stuk lastiger als we die kostbare grondstoffenvoorraad opstoken.’

Hermans’ boek bestaat uit twee delen: eentje dat inzicht moet bieden in wat energie is, hoe ons persoonlijk energieverbruik ongeveer in elkaar steekt. Er staan wat rekenvoorbeeldjes bij: een vol vliegtuig is ongeveer even energie-efficiënt als een auto met twee mensen erin, de warmwaterkraan gebruikt evenveel energie als tweehonderd gloeilampen, en wie zo slim mogelijk licht van kaarsen wil hebben, moet ze in een elektriciteitscentrale verbranden.

Deel twee gaat over de toekomst. Want dát al die goedkope fossiele energie opraakt, staat vast. De vraag is alleen wanneer. Ook dat rekent Hermans graag even voor. In 2050 zullen er zo’n 9 miljard mensen op aarde zijn. Stel nu dat die allemaal net zoveel energie gaan gebruiken als Nederlanders nu. En stel dat de totale hoeveelheden fossiele energie zijn drie keer zo groot als de nu bekende voorraden. Als die 9 miljard zich niet ook laten tegenhouden door voorzichtigheid met het klimaat? Dan is alles zo tegen het jaar 2100 opgebruikt.

‘Dit is natuurlijk een volstrekt onrealistisch model’, geeft Hermans onmiddellijk toe. ‘Maar het illustreert wel dat het fossiele-brandstof-tijdperk een bijzondere en wel heel korte periode is in de geschiedenis van de mensheid.’

De verslaafden hebben dus een probleem.

Hermans bepleit in zijn Energie survival gids een zogeheten ‘Trias Energetica’: een energiebeleid dat volgens drie lijnen verloopt.

De eerste truc is het zuiniger omgaan met de energie die we hebben. Daar valt een hoop te winnen, en heel veel pijn hoeft het niet te doen. Meer isoleren en efficiënter verwarmen scheelt al enorm. Rond 2050 zou een groot deel van onze gebouwen energieneutraal moeten kunnen zijn, voorspelt de emeritus-hoogleraar. Kleinere, minder krachtige auto’s moeten 1 op 30 kunnen rijden.

Aanpak nummer twee is duurzame energie. Niet als schaamlap, niet als speledingetje voor eco-hippies, maar serieus. Kernfusie is de heilige graal: schoon, veilig, en brandstof waar we miljarden jaren mee vooruit kunnen. Maar een heilige graal krijg je niet zomaar, die moet je verdienen. Tot 2050 hoeven we er niet te veel van te verwachten, volgens Hermans.

Zonnewarmte is al concurrerend met fossiele brandstoffen voor het warm water; zonnepanelen worden steeds beter en goedkoper. Als de kosten van kolen en gas weer stijgen, hebben windmolens niet eens subsidie meer nodig om een prijzenslag aan te gaan.

Daarnaast bespreekt Hermans in zijn boekje nog allerlei futuristischer manieren van energie-opwekking. De Archimedes Wave Swing, een Nederlandse uitvinding die energie wint uit golven – maanenergie, dus eigenlijk. Osmosecentrales, die energie winnen uit het verschil in geladen deeltjes tussen zout en zoetwater. ‘De afsluitdijk zou een mogelijke plek zijn’, aldus Hermans.

In de Amerikaanse staat New Mexico staat een zestal kleine zonnecentrales met een zogeheten Stirling-motor. De spiegels bundelen de zonnestralen op een ontvanger, en die verwarmt het gas in een volledig afgesloten motor. Het gas zet uit, en drijft zo een zuiger aan. De zuiger drijft een generator aan, en die maakt stroom. Klinkt omslachtig? Het rendement ligt ongeveer twee keer zo hoog als bij gewone zonnepanelen.

De derde lijn is om de energie die dan nog steeds nodig is aan te vullen met onze oude vertrouwde fossiele brandstoffen. Die moeten dan wel zo slim en zo schoon mogelijk worden gebruikt, bijvoorbeeld door de vrijkomende broeikasgassen op te vangen. Ook daar zijn verschillende technieken voor, en ook die beschrijft Hermans in zijn Survivalgids.

Hermans legt een lange reis af in zijn boek: hij begint met de turfstekers uit de Gouden Eeuw, en gaat via de vraag of je het best op gas of op elektrisch moet koken uiteindelijk naar kerncentrales, ‘blauwe energie’ (die osmosecentrales), en de wereldenergievoorziening in 2050. Dat hij die afstand zonder kleerscheuren overbrugt een hele prestatie. De vraag is wel hoeveel mensen er mee willen wandelen.

Hermans’ uitgever heet BetaText, en dat dekt de sfeer van het boek aardig. De formele vormgeving, de tabellen met data nog vóór het voorwoord en de vele rekenvoorbeelden zorgen voor een angstaanjagende gelijkenis met de natuurkundeboeken van de middelbare school. Ook Hermans lijdt aan de misvatting dat tekst begrijpelijker wordt door formules. De ergste bèta-heid is veilig opgesloten in kadertjes, maar in de gewone tekst ligt er nog steeds regelmatig een gruwelijke bijzin verstopt, klaar om argeloze lezers te overvallen. Uit hoofdstuk 2: ‘Om precies te zijn, het (rendement) is 1-Tlaag/Thoog, het zogenaamde Carnot-rendement, waarin T de absolute temperatuur is, in kelvin.’

Zonde, want we hebben allemaal dezelfde energieverslaving. We willen allemaal dat we over vijftig jaar nog kunnen reizen, verwarmen en koken. We mogen allemaal stemmen, en zo invloed uitoefenen op het energiebeleid van Nederland. De Energie survival gids is een prima boekje, maar het is alleen geschikt voor bèta’s en niet voor ons allemaal. Hopelijk komt Hermans ook nog met een publieksvriendelijkere variant op zijn boek.



Jo Hermans, Energie survival gids: inzicht in energie en uitzicht voor de toekomst. Uitgeverij BetaText, Bergen 192 pgs. € 19,95


Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook