Mare Nummer 15     18 december 2008

15
'Ik moest uitleggen waarom ik niet in de kroeg was verschenen.'
FOTO: Taco van der Eb
‘Eerst een opzetje getikt, daarna pas douchen’
Hittitoloog over zijn doorbraak; al moesten de collega’s nog even nadenken

In de rubriek Eureka! vertellen Leidse onderzoekers over plotselinge inzichten, geestelijke doorbraken en de momenten dat het kwartje viel. Of is wetenschap toch meer transpiratie dan inspiratie? In deze aflevering: taalwetenschapper Alwin Kloekhorst.

DOOR BART BRAUN ‘Ik heb wel eens een eureka-ervaring gehad, ja. Dat was heel leuk, daar word je blij van. Het was een zaterdagochtend en er was iets dat me al een tijdje dwars zat. Ik lag te soezen, was aan het nadenken en ineens - Pats! – zat het er. Toen klopte het.

Ik ben meteen uit bed gesprongen, heb mijn computer aangezet, en een opzetje getikt, en toen ben ik pas gaan douchen. Daarna de literatuur erbij gepakt, en zondagavond was het artikel klaar. Het was niet echt een levensreddende wereldvondst, maar wel iets dat al een tijdje zat te zweren. En dan klopt het ineens. Ik moest wel uitleggen waarom ik niet in de kroeg was verschenen dat weekend.

Ik bestudeer onder meer het Luwisch, een Anatolische taal. Alle talen van Europa en een deel van Azië horen bij elkaar, en stammen af van het Proto-Indo-Europees. Daar bestaan geen geschriften van, maar toch valt vrij nauwkeurig uit te vogelen hoe die taal eruit moet hebben gezien, door alle klankontwikkelingen tegen elkaar weg te strepen. Taalwetenschappers proberen de afstand tussen hun taal en die oertaal in kaart te brengen.

Voor het Luwisch geldt de zogeheten wet van Cop, die zegt dat als een korte e-klank geaccentueerd wordt, de volgende medeklinker wordt verdubbeld. Maar dat geldt niet voor de korte o-klank. Tijdens mijn onderzoek naar het Hittitisch, een zustertaal van het Luwisch, had ik echter uitgevonden dat die korte o in een tussenstadium een lange o was geworden, die juist verenkeling van medeklinkers veroorzaakte, net als andere lange klinkers. Maar in datzelfde stadium was er uit een Proto-Indo-Europese He-klank ook een nieuwe korte o-klank ontstaan, en die nieuwe korte o bleek nu ineens ook verdubbeling te geven.

Toen ik dat eenmaal inzag, viel de wet van Cop ineens binnen een groter systeem: na een korte klinker verdubbelt de medeklinker bij accentuatie, maar na een lange vocaal volgt juist een enkeling. De wet heeft dus bredere implicaties dan Cop zelf dacht.

Ineens blijkt alles bij elkaar te horen, en onderdeel van één systeem te zijn. Nu kun je met één klankwet voorspellen hoe de medeklinkers in een woord zich gaan gedragen. Prachtig toch?

Die maandag erop heb ik het artikel uitgedeeld onder mijn collega’s. Iedereen hier werkt vooral aan zijn eigen taal, dus niet iedereen had meteen door dat het een doorbraak was. Nu is het verhaal ook echt gepubliceerd; ik heb al mailtjes gehad van hittitologen en luwologen dat ze het overtuigend en erg leuk vonden. Het was ook een belangrijke pijler in het verkrijgen van mijn Veni-beurs.

Op het moment zelf, in bed, is het eureka-moment natuurlijk puur inspiratie. Alle informatie en ideeën had ik al opgedaan tijdens het schrijven van mijn proefschrift, alleen toen kwam het samen. Het is dus niet zo dat wetenschappers maar gewoon in hun bed kunnen blijven liggen.’





Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook