Mare Nummer 24     20 maart 2008

24
Dodenherdenking in Staphorst in 2003. In verband met de zondagsrust werd de herdenking naar zaterdagavond verplaatst
FOTO: ANP/Dick Vos
God is karig met genade
In Staphorst smelten kerk en staat samen

Dat de dominee in Staphorst ook voorzitter van de SGP is, deed antropoloog Emile van Rouveroy van Nieuwaal terugdenken aan chiefs in Afrika. Mare bezocht met hem de personages uit zijn bekroonde documentaire. ‘De professor stelde diepe vragen.’

DOOR FRANK PROVOOST Emile van Rouveroy van Nieuwaal (1939) heeft zojuist zijn Mercedes (1962) vol diesel gegooid. Na het afrekenen kruipt hij opgetogen achter het stuur. ‘Die caissière! Die hoort bij een motorclub en rijdt het hele land door om Hells Angels te evangeliseren. Dat is toch schitterend! Dat zou een prachtfilm zijn.’

Hij bedoelt maar: veertig jaar deed hij als hoogleraar antropologie onderzoek in Afrika en maakte documentaires in Burkina Faso en Mali. En nu hij met emeritaat is, liggen de verhalen voor het oprapen, en nog wel op een steenworp afstand van zijn oude woonboerderij in Hasselt (Overijssel).

Daar sprak hij eerder deze middag uitvoerig over het eerste verhaal dat hij hier heeft vastgelegd: de samensmelting van kerk en staat in de streng-christelijke gemeente Staphorst. ‘In Afrika zag ik hoe lokale leiders met één been in traditionele wereld stonden en tegelijkertijd moderne bestuurders waren’, zei hij onder het genot van een wijntje. (‘Sorry dat ik geen koffie met u drink, maar tussen één en vijf drink ik altijd wijn - daarna niet; ik drink dus heel weinig.’)

En hij vervolgde: ‘Dan nam zo’n chief na een religieuze ceremonie zijn mobiele telefoon op en begon over een zitting van de Assemblée nationale te praten. Zo’n soort theocratie zie je ook in Staphorst. De Hersteld Hervormde Kerk van dominee Tj. de Jong telt vijfduizend leden, een derde van de totale bevolking. Maar de dominee is tevens voorzitter van de SGP en diverse schoolbesturen.’ Bij de laatste verkiezing bleef de zetelverdeling gelijk: de SGP behield met 6 van de 17 zetels de meerderheid. ‘En de zoon van de dominee werd wethouder.’

Ontelbare uren zat de antropoloog in de kerkbanken en bij de de gemeenteraad. Het verschil tussen preek en politiek was vaak klein. Neem het volgende citaat: ‘De zondag moet ons zo dierbaar zijn, dat wanneer we met een gezond lichaam op die dag een kerkdienst hebben we verzuimd, we ’s avonds niet gerust durven te gaan slapen.’ Dat zei niet de dominee, maar een SGP’er tijdens de gemeenteraad om de sluitingstijd van de horeca op zaterdagavond te kunnen vervroegen naar half twaalf.

Tachtig uur film bracht hij terug tot een documentaire van een uur. Staphorst in tegenlicht won vorige maand een NL Award, voor de beste documentaire uitgezonden op de regionale omroepen. De film trekt momenteel in de regio volle zalen, en rukt op naar rest van het land. Maandag is hij te zien bij de Vlaamse publieke omroep (Canvas), de Nederlanse Ikon volgt later.

Maar genoeg gepraat, vindt de maker. ‘Ik stel voor dat we met mijn Mercedes gaan. Dat kunt u zien hoe de bevolking op mij reageert.’ Na een korte poldertocht waarbij de analoge kilometerteller driftig tussen de zestig en honderd stuitert, draait Van Rouveroy van Nieuwaal de Oude Rijksweg op. ‘Hier gebeurt het allemaal. Dit is Den Diek. Die loopt kilometers door. Iedereen wil ook het liefst hier wonen.’

De eerste kerk doemt op. ‘In Afrika was ik gewend dat iedereen heel gemakkelijk over zijn religie praatte. Hier niet. In Staphorst heb je niet over het geloof, je beleeft het. Na de kerkdienst rent – je zou ook kunnen zeggen: “vlucht” – iedereen naar huis. Want de volgende dienst begint over twee uur.’ Filmen in de kerk mocht niet, de preek opnemen evenmin. ‘Maar in de plaatselijke boekhandel kun je cassettebandje kopen voor € 2,50.’

Ik smeek het: zul je hier niet vloeken?

‘Ook al zeggen ze van niet; de dominee en zijn kuddeke hebben de film gezien’

Dus als de camera inzoomt op de kerktoren, horen we dominee Tj. de Jonge op ijzingwekkende toon klagen: ‘In de hel, jongens en meisjes, daar wordt alleen maar gevloekt. Zul je het hier niet doen? Zul je het hier niet doen? Oòòch, ik smeek het jullie, zul je het hier niet doen?!’ Kort daarop werd in de gemeenteraad een vloekverbod doorgevoerd.

Die machtsoverlap is verschrikkelijk interessant, zegt de filmer, maar toch had ‘het verhaal een emotionele lading nodig’. Dat vond hij bij de familie Kok, een gezin waarin de religeuze dilemma’s en generatieconflicten tot uiting kwamen. ‘Wicher Kok kende ik uit de jaren tachtig, toen ik scharrelbiggen bij hem kocht.’ Een ‘hechte vrienschap’ liep uit op ‘intensieve samenwerking’. Toen Wicher kanker kreeg en een oncoloog in Duitland vond, ging Van Rouveroy van Nieuwaal mee om te tolken. En om te filmen. ‘Dat ik deze behandeling onderga’, zegt de patiënt, ‘is even bepaald als mijn stervensuur. Hij weet dat ik deze behandeling zou krijgen.’

Tevergeefs, want Wicher sterft. Na zijn dood wisselt de weduwe Hilligje Kok-Bisschop van kerk, naar eigen zeggen omdat ze ‘het aanbod van genade en zaligheid nogal karig’ vindt. ‘In zo’n gemeenschap’, zegt Van Rouveroy van Nieuwaal, ‘is dat een bijzonder dramatische gebeurtenis’.

Hij rijdt haar erf op, dat er net zo uitziet als alle andere aan Den Diek. Aan beide kanten van de weg staan dezelfde boerderijen met rieten daken, scheef naar de weg gericht en pal tegen elkaar aan. De smalle kavels die erachter liggen lopen ver door naar achteren. ‘Je ziet vaak dat drie hoeven naast elkaar horen vaak bij drie generaties boeren.’

Zo ook bij Hilligje. Zij binnenkort gaat verhuizen, de gang staat al vol ingepakte dozen. ‘Die kunnen zo op de schouder’, zegt ze. Eén boerderij schuift ze op, en van voordeur tot voordeur bedraagt de afstand zo’n kleine dertig meter.

In de keuken zet ze een enorme pan met water op het vuur. ‘Om de gordijnen uit te koken. Daar worden ze mooi wit van.’ Op tafel ligt een Reformatorisch Dagblad. Gods woord volgt ze altijd, zegt ze. ‘Maar de traditie er omheen niet. Mensen houden zich daar alleen aan vast omdat het veilig is. Maar je weet dat het toch gaat veranderen. Vroeger mochten we op zondag niet met de trekker gaan melken. Dan moesten we met de fiets. Zo’n optocht met zijn allen was gezellig hoor, maar je bleef maar heen en weer fietsen. Je moest dus juist meer werken! Waar ben je dan mee bezig?’

Hilligje – in klederdracht en op witte klompen – geeft nog een voorbeeld. Prompt trekt ze het blauwe mutsje van haar hoofd. ‘Mijn haar mocht hier vroeger nooit onderuit komen.’ Dan gaat de muts weer op en trekt ze er links en rechts plukjes haar uit. ‘Toen ging ik het zo dragen: met twee toeffies. Schande, riep mijn oom. Maar ik zei: het haar is toch het sieraad van de vrouw? Dat was misschien wel brutaal, maar het kwam wel uit de Bijbel. Over tien jaar loopt je dochter er ook zo bij, voorspelde ik. En ja hoor, die meid had toen het haar op de rug hangen.’

Dat haar man zich zo kwetsbaar voor de film durfde op te stellen, verbaasde haar aanvankelijk ook. En ook al had ze er zijn dood ze er ‘geen trek meer in’. Toch vond ze dat de film moest doorgaan. Ook al werd daardoor duidelijk hoe een van haar zonen uit de kerk werd gezet, omdat hij met een katholieke vrouw trouwde. En hoe haar andere zoon de kerk vaarwel zegde en te zien was als lokale posterplakker voor Geert Wilders. Die vluchtelingen komen hierheen, zei hij, zonder ooit weer terug te gaan. ‘De een is homo geworden, de ander wordt in het thuisland vervolgd, weer een ander heeft zijn paspoort opgevreten. ’t Is altijd wat.’

‘Elk gezin heeft wel problemen’, zegt zijn moeder nu. ‘Maar wij praten er wel over.’ Ook bij die andere kwestie die het gehele dorp op zijn kop zette: ‘Dat mijn zoon het concert van Normaal ging, had ik ook liever niet gehad. Maar andere ouders doen dan alsof ze niet weten dat hun kinderen daarheen zijn gegaan. Maar dan hou je jezelf toch voor de gek?’

Die struisvogelhouding hebben veel Staphorsters nu de film is uitgekomen. Gepikeerd loopt Van Rouveroy van Nieuwaal de keuken binnen, na even boodschappen te hebben gedaan. Tegen Hilligje: ‘Negeren en doodzwijgen. Zo gaat het hier! Zelfs je zuster groette me zo-even niet meer!’

‘Misschien zag ze je niet.’

‘Ze kwam achterop fietsen. Dan moet ze haar ogen in haar zak hebben gehad.’

’Nou, die meisjes van het brood waren van de week anders heel enthousiast.’

Het hoort erbij, weet hij inmiddels. In verschillende kranten heeft ook dominee De Jonge gezegd de documentaire niet te hebben bekeken. ‘Ik durf te wedden dat hij hem heeft gezien. En ook al zeggen ze van niet; dat geldt ook voor zijn kuddeke.’

Twee bekenden die in het huis tegels aan het afbikken zijn, komen in de keuken thee drinken. ‘Ik heb een klein stukkie op internet gezien’, zegt de een. ‘Het interesseert mij niet zo’, zegt de ander. Ze begrijpen wel dat de dominee ‘wankele evenwicht’ moet bewaren. Die kan ook niet alles tegen de achterban zeggen. Hij wordt ook gecontroleerd. Hilligje: ‘Hij laat zelf ook films zien, van de zending. En dan staat er in de kerkbode dat er dia’s worden vertoond! Dat doen ze dan voor de pauze. De film durven ze pas daarna te draaien. “Dat vond ik veel mooier”, zei een van de vrouwen de laatste keer. “Die bewegende beelden leken wel levensecht!”

Jan Bisschop (84), vader van Hilligje - komt op zijn sokken de keuken binnenlopen. Zijn houten klompen heeft hij buiten op de mat laten staan. Hij heeft de documentaire drie keer gezien, vertelt hij. ‘En ik moet zeggen: hij heeft het aardig gedaan. Voor een vrèmde dan. Want hij is natuurlijk geen Staphorster.’

‘Wij gaan weer verder’, zegt Van Rouveroy van Nieuwaal even later tegen Hilligje. ‘Niet overal van die scherpe vragen stellen, hè?’ zegt ze. ‘Praat maar een beetje over het weer.’

Terug op Den Diek. ‘Iedereen rijdt hier met eerbied langs.’ Rechts staat de Hersteld Hervormde Kerk, links het enorme huis van dominee De Jong. ‘Na de laatste opnames hebben we enkel nog via e-mail met elkaar gecorrespondeerd.’ Hij draait de rotonde op en rijdt hij terug naar Hotel Waanders, ‘de enige plek die zich kan onttrekken aan de het horecabeleid'. En volgens een op de ramen geplakt krantenbericht beroemd om de ‘beste snert van Nederland’, die ook ooit door koningin Beatrix is besteld.

Binnen schuift eigenaar Hendrik Waanders aan. ‘Ik moest net weg, maar zag je Mercedes staan.’ Hij leidt het familiebedrijf, als vierde generatie. Een paar maanden geleden ging hier de documentaire in première. ‘Het zat bomvol’, zegt hij. ‘Ik zat achterin en zag de film tegelijk met de mimiek van de toeschouwers.’

Was dat al ‘heel bijzonder’, sinds vorige week is hij helemaal gelukkig. In De Wereld Draait Door was de documentairemaker met Hilligje en anderen aanwezig; én Martin Bril. ‘Hij had een jaar geleden in zijn Volkskrant-column over onze zaak geschreven en dat was niet zo positief.’ (Citaat: ‘Je zou de sfeer Spartaans kunnen noemen, maar iets afgetrapts heeft het ook.’ En: ‘“Het is hier vies,” zei een oude dame tegen haar man. Het tafelkleed lag bezaaid met kruimels, de asbak puilde uit.’)

Het interieur werd kort daarop onder handen genomen, zegt Waanders. Maar een brief aan de columnist bleef onbeantwoord. Tot vorige week, toen Hilligje zich tijdens de uitzending opwond over de veronderstelde achterlijkheid van haar dorp. ‘Er is niks mis mi Staphorst’, foeterde ze. ‘Er zijn in ieder geval hin coffeeshops.’ Gelach in de studio. Bril: ‘Maar er is wel een héél goed wegrestaurant: Waanders.’ Geweldig, zucht de directeur. ‘Toen was de de cirkel rond voor mij.’ Maar nu moet hij echt gaan. ‘En het volgende biertje is op kosten van de zaak.’

Even later rijdt de Mercedes het dorp uit, terug naar de boerderij in Hasselt. Om een tegemoetkomende tractor te laten passeren trapt de antropoloog op de rem. ‘Het zal toch niet’, roept hij remmend achter twee fietsende meisjes met hoofddoekjes. ‘Kijk nou: de islam in Staphorst!’

Staphorst in Tegenlicht is maandag 24 maart te zien op Canvas en draait 8 april in het Tropentheater in Amsterdam


Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook