DOOR ROSANNE HERTZBERGER‘Ik ben 28 jaar oud. Ik werk bij een reisbureau voor vijftig plussers in Alphen aan de Rijn.’ De jongen is zeker twee meter lang en zit ongemakkelijk op het stoeltje met de doorgezakte zitting. ‘Okee, bedankt. Heeft iemand nog vragen voor...’ Ik spiek op mijn blaadje. ‘Pieter. Ik heet Pieter. En wanneer mogen we de kamer zien?’
Eerder op de avond lieten mijn huisgenoten hun wensen weten voor de onderhuurder die mijn kamer zeven maanden zal bewonen. Geen maandverband, geen schaamhaar in het putje en nog wat andere racistische opmerkingen met betrekking tot nationaliteit die ik hier niet eens durf op te schrijven.
‘Ik doe MBO beveiliging.’ Het meisje met het petje is wijdbeens op de bank gaan zitten tussen de andere huisgenoten. Ze pakt een biertje uit het krat op de tafel en drinkt er zo wild uit dat het schuim over het etiket loopt. ‘Goh, wat interessant. En wat wil je daarmee worden?’ ‘Nou ja, beveiliger lijkt me wel wat. Met honden enzo, lijkt me wel vet.’ Ik hoor mijn gedachten resoneren in de hoofden van mijn huisgenoten. We verdenken haar van het gebruiken van maandverband.
Een meisje heeft haar shawl en jas niet uitgedaan, ze is een beetje grieperig. Dat heeft ze nou altijd als het heerst. En het heerst bijna altijd. Ze studeert mediamanagement in Rotterdam. ‘Kijk, later kan ik dus bijvoorbeeld naar een klant toegestuurd worden en dan vraag ik wat ze willen en dan communiceer ik dat weer door naar mijn team.’ Ze haalt haar neus luidruchtig op en ik gruwel van de gedachte dat ze al kwijlend en snotterend zeven maanden op mijn bank zal zitten. Verder betwijfel ik of een bedrijf haar ooit naar een klant zou sturen.
En een onderhuurder hoeft niet eens fantastisch te zijn. Een onderhuurder mag alleen geen ramp zijn. De onderhuurder mag lelijk zijn. De onderhuurder hoeft niet te studeren, hoeft nergens lid te zijn. Echt, de enige voorwaarde die aan de onderhuurder wordt gesteld is dat degene niet het huis uit gepest is voordat ik terugkom.
‘Ik wilde graag nog één ding zeggen.’ Het snottermeisje is een beetje rechtop gaan zitten. ‘Kijk, mijn thuissituatie is gewoon heel lastig en het is gewoon zo dat ik niet terug naar huis kan.’ Als dit een film zou zijn zou iemand zich verslikt hebben. ‘Als jullie het niet erg vinden, treed ik niet in details. Maar ik dacht, gewoon, ik laat het jullie even weten.’ Kamernood bestaat niet, echt niet. Het is een hardnekkige mythe, net als hongersnood in Afrika en maffia in Italië. Alleen voor een heel klein groepje bestaat zoiets als kamernood. En dat is niet de enige nood waar dat groepje last van heeft.
Ik begeleid de kandidaten naar de uitgang en bedank ze voor hun komst. ‘Ik bel jullie vanavond nog op met de uitslag.’ En terwijl ik de deur achter me sluit, besef ik dat ik van niemand het nummer heb genoteerd. Deel op Facebook