Pok... pok…pok... Tik…tik... tik. Zo klinkt het vak vuursteen slaan, verplicht onderdeel van de afstudeerrichting Science-Based Archaeology.
DOOR ARJEN VAN VEELEN Op het frisse buitenplaatsje bij archeologie leren ongeveer tien studenten hoe je Neanderthalerwapens maakt zoals die tot vijftigduizend jaar geleden gemeengoed waren. Met een kei tikken ze schilfers van stukken vuursteen.
‘Ze zijn nu bezig met vuistbijlen’, zegt docent en aankomend aio Karsten Wentink, die het vak vorig jaar introduceerde. ‘Als je net een mammoet hebt geslacht is een lekker stevig zaagmes wel handig.’
Op een groot blauw plastic zeil ligt het instrumentarium: hertengeweien en keien. En de grondstof: donkergrijs vuursteen. Ook staat een verbandtrommel klaar. De vuursteen komt uit een groeve in Limburg, restafval van de mergelwinning. De geweien zijn van edelherten uit de Veluwe, geregeld via boswachters en jachtopzieners. De stukken gewei zijn iets zachter dan de keien. Je gebruikt ze voor het subtielere werk.
Steentijdexpert Diederik Pomstra is ingehuurd om de nijverheid te leren. Hij leefde zelf enkele keren in de natuur als Neanderthaler en weet alles van het repliceren van hun wapentuig. We zien de Neanderthalers vaak ten onrechte als simpele holbewoners met een knots, vindt hij.
‘Er is nu tien minuten pauze’, zegt hij tegen de studenten. ‘Daarna gaan we bronstijdpijlpuntjes maken, het pièce de résistance.’
Sommige studenten gaan in de pauze gewoon door met tikken en kloppen. ‘Ik probeer nu een krabbertje te maken’, zegt eentje. ‘Het is best pittig’. Hij vindt het een nuttig vak. ‘Ik merk nu dat je een vuistbijl niet even in een paar minuten in elkaar flanst. Het lijkt zo makkelijk.’ Zijn studiegenoot slijpt een pijlpunt bij. Hij heeft een pleister op zijn duim. ‘Er vloog een splinter in. Ja, ik krijg zeker respect voor de Neanderthalers.’
Steentijdarcheologie lijkt een beetje op Crime Scene Investigation. Aan de krasjes en de slijtagesporen op de vuursteen kunnen archeologen zien ze of er een mens of dier mee gedood is, of graan mee bewerkt (dus dat de eigenaar een boer was). De archeologen testen met replica’s wat voor sporen die acties nalaten. ‘We hebben een keer een dood hertje opgehangen in het bos om er op te schieten.’
Studenten onderschatten het wapenmaken vaak, is Wentinks ervaring. Er is geen undo-knopje. Een te harde tik, een klopje op de verkeerde plek, een breuklijn die je over het hoofd zag en je je pijlpunt is weg.
De studenten krijgen geen cijfer voor hun eindproduct. Het gaat er om dat ze feeling krijgen met de voorwerpen die ze straks onder de microscoop zullen bestuderen. Het vak vuursteen slaan is ook een les in nederigheid. ‘Het leert dat de moderne mens niet in één middag de maatstaven van een Neanderthaler haalt’.