Het ministerie van Onderwijs zal hoogstwaarschijnlijk in januari 2010 een nieuw accreditatiestelsel voor opleidingen in het hoger onderwijs in werking stellen.
De afzonderlijke beoordeling van universitaire opleidingen door de De Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) blijft gehandhaafd. Een universiteit krijgt daarnaast de mogelijkheid een instellingsaudit aan te vragen. Waardoor de mogelijkheid ontstaat dat opleidingen in de toekomst op een eenvoudiger wijze geaccrediteerd kunnen worden.
In het huidige accreditatiestelsel, ingevoerd in 2002, wordt een opleiding beoordeeld door een Visiterende en Beoordelende Instantie (VBI). De NVAO bepaalt de kaders waaraan de opleidingen en het onderzoek van de VBI’s moeten voldoen. De VBI’s maken vervolgens een rapport op. Waarna de NVAO een opleiding kan accrediteren voor een periode van zes jaar. Een opleiding die niet is geaccrediteerd, ontvangt geen geld van het ministerie en mag geen studenten inschrijven.
Er kwamen al snel kritische geluiden uit het onderwijsveld over de werking van het systeem. ‘Bestuurders, maar vooral ook docenten ervaren een hoge administratielast en weinig incentive om de kwaliteit te verbeteren,’ schrijft minister Plasterk in een notitie aan de Tweede Kamer. ‘Tegelijkertijd zijn klachten over de kwaliteit van hoger onderwijs niet altijd terug te vinden in de uitkomsten.’
Maar vooral de bureaucratie is een groot probleem. ‘Elke opleiding moet nu elke keer weer een lijst met 150 vragen invullen’, zegt een woordvoerder van het ministerie.’ Met daarbij vragen of er een bibliotheek aanwezig is? Of hoe het personeelsbeleid is geregeld? In het nieuwe systeem kan de onderwijsinstelling zelf een audit aanvragen. Blijkt uit deze audit dat de universiteit bijvoorbeeld de zaken goed op orde heeft, dan valt deze in een regime van ‘verdiend vertrouwen’ en worden afzonderlijke opleidingen binnen deze universiteit in het vervolg beoordeeld aan de hand van een simpelere procedure. De verantwoordelijkheid voor kwaliteit komt zo meer binnen de universiteit te liggen. Dus ook dichter bij bestuurders, docenten en studenten.’
De vereniging van universiteiten (VSNU) is blij met de plannen van het ministerie maar hoopt dat in de toekomst de instellingen zelf zorg zullen mogen dragen voor de periodieke beoordeling van het onderwijs. Zodat niet alle opleidingen door de NVAO hoeven te worden getoetst. Uiteraard moeten wel de instellingen door een onafhankelijke organisatie worden geaccrediteerd. VB