Minoren moeten beter georganiseerd Raad vreest keuzebeperking, vice-rector spreekt dat tegen
De universiteitsraad wil dat het college van bestuur de regie meer in handen gaat nemen bij het faciliteren van het minorenstelsel voor het komende studiejaar. Inhoudelijk moet de regie wel aan de faculteiten worden overgelaten.
DOOR VINCENT BONGERS De raad vreest dat door de vele onduidelijkheden die er nu rond het stelsel bestaan, het doel ‘de verbreding van de opleiding van studenten’ niet behaald zal worden.
Een van de grote problemen van het minorenstelsel is volgens de raad de beperking in keuzevrijheid voor studenten. Deze beperking is ontstaan door de verschillen in blok- en lintminoren (‘blok’ is voltijds gedurende een korte periode, ‘lint’ is deeltijd naast andere vakken, verspreid over een langere periode) bij de faculteiten en het ontbreken van roosterslots. Studenten zullen er nu sneller voor kiezen om binnen hun eigen faculteit of opleiding een minor te volgen. Iets wat nadrukkelijk niet de bedoeling was van het stelsel.
Vice-Rector Magnificus Rietje van Dam vindt dat centrale regie voorlopig niet nodig is om het roosterprobleem op te lossen: ‘De keuzevrijheid voor studenten is er wel. In het algemeen wordt er niet van negen tot vijf gestudeerd. Het zal wel de nodige flexibiliteit van studenten en de opleidingen/faculteiten vereisen om het systeem goed te laten functioneren.’
De raad wijst er in haar advies aan het college op dat veel studenten, vooral bij de bčta-en geneeskunde faculteit, juist heel veel contacturen hebben. Zij zullen een minor in blok moeten volgen om studievertraging te voorkomen. Hun keuzevrijheid is dus wel beperkt.
Ook op andere punten heeft de raad zorgen over het stelsel. Het is nog niet bekend waar studenten hun minoren zullen volgen. Het is mogelijk dat bepaalde minoren veel populairder zullen zijn dan anderen. Dat kan ook de keuzevrijheid beperken omdat wellicht bij te geringe belangstelling vakken uiteindelijk niet zullen worden aangeboden. Bij te veel belangstelling zou het mogelijk kunnen zijn dat studenten zullen moeten worden geweigerd.
De raad zou dan ook graag meer onderzoek willen welke minoren studenten willen volgen zodat er een beeld zal ontstaan van de stromen studenten. Verder vindt de raad het jammer dat studenten niet worden betrokken bij het bepalen van het aanbod van minoren.