Janet van Klink: 'De lezer wordt op het verkeerde been gezet'
FOTO: Taco van der Eb
Met het leger in bed ‘Embedded’ pers schrijft positiever over Nederlandse militairen in Afghanistan
Journalisten die ‘embedded’ Afghanistan bezoeken, berichten positiever dan onafhankelijke verslaggevers, ontdekte studente politicologie Janet van Klink. ‘Hoe kunnen ze vrijwillig hun onafhankelijkheid opgeven?’
DOOR FRANK PROVOOSTNederland helpt bij het verjagen Taliban. Maandagochtend opent de Volkskrant met een bericht over de ‘Luchtlandingsoperatie 82ste Airborn Division’. Verslaggever Noël van Bemmel was ter plekke; althans, hij was in Deh Rawod, het kamp van de Nederlandse militairen in de Afghaanse provincie Uruzgan.
‘Het staat er weer niet bij’, zegt Janet van Klink (22) als ze de krant openslaat. ‘Ik neem aan dat hij daar embedded zit. Dat moet erbij staan. Anders word je als lezer op het verkeerde been gezet. Je weet nu niet hoe het artikel tot stand is gekomen.’
Ze leest verder. In de vierde alinea beschrijft een Nederlandse kolonel de actie tegen de Taliban. ‘Kijk, dit vind ik grappig’, zegt Van Klink en ze leest een citaat voor: ‘“Het ziet ernaar uit dat we ze hebben verrast.”’
Met grote nauwkeurigheid wordt verteld hoe de Nederlanders ‘het gebied uitkammen’. Maar de militair lijkt de enige bron van het krantenartikel. Andere standpunten (Taliban, humanitaire organisaties) ontbreken.
Maar het kan erger, weet Van Klink. ‘Het is nog vrij inhoudelijk. Vaak zie je dat er helemaal vanuit het gezichtspunt van “onze jongens” wordt geschreven. Dan zegt een soldaat na een gevecht heroïsch: “Het leek net een oefening.” Of gaat het over het dagelijks leven op de basis.’
Media In Bed With Our Tough Guys heet haar masterscriptie politicologie, waarvoor ze tussen maart 2006 en mei 2007 de berichtgeving van de vijf landelijke dagbladen (NRC Handelsblad, de Volkskrant, Trouw, AD en De Telegraaf) onderzocht op partijdigheid.
Conclusie: de door Defensie ingevlogen en rondgeleide journalisten schrijven positiever over de missie, gebruiken eenzijdige bronnen en plaatsen de militaire acties minder vaak in een bredere context. Waar zij focussen op de operaties zelf, richten onafhankelijke verslaggevers zich vaker op het geweld en de politiek.
Een citaat dat ze uit een weblog van het AD haalde, was veelzeggend. ‘Het klinkt een beetje sullig’, schreef de embedded verslaggever, ‘maar tijdens mijn eerste trip naar Uruzgan kwam ik vorig jaar niet verder dan Kandahar. De oorzaak: chronisch gebrek aan vliegtuigen en helikopters.’ Van Klink, verontwaardigd: ‘Dat is toch onvoorstelbaar? Waarom geven journalisten zoiets fundamenteels als hun onafhankelijkheid op? Dat doen ze vrijwillig. Maar in een democratie moeten media vrij en autonoom zijn.’
Doordat ze alleen artikelen over de eerste 14 maanden van de missie heeft bekeken, kan er enige vertekening in haar onderzoek zitten. ‘Toen er wel al doden waren gevallen, maar alleen als gevolg van ongelukken - nog niet door vijandelijk vuur. Daarna vielen ze een voor een. Dat kan gevolgen voor de verslaggeving hebben gehad, bijvoorbeeld dat het menselijk aspect nog dominanter is geworden.’
Van Klink, die ook nog bestuurskunde studeert, kreeg een achtenhalf voor haar onderzoek en het advies de conclusies om te werken tot opiniestuk. Dat werd vorige week in NRC Handelsblad geplaatst, en afgelopen maandag in nrc.next. ‘Dat was een enorme kick.’
Haar onderzoek was sowieso al een ‘meisjesdroom’ en ‘ultieme symbiose van drie liefdes: politiek, oorlog en journalistiek.’ En nu: oorlogscorrespondent worden? ‘Ik weet niet of mijn ouders dat goed vinden.’