Mare Nummer 21     21 februari 2008

21
Een vrouw in Sarajevo verplaatst bouwmateriaal voor wederopbouw van haar huis, juli 1996
FOTO: Mikkel Ostergaard/ Hollandse Hoogte
Etnische zuivering ging gewoon door
Promovendus pleit voor huizenteruggave als mensenrecht

Een promovendus rechten hielp bij de wederopbouw van Bosnische huizen en maakte de etnische spanningen van dichtbij mee. Zijn proefschrift pleit voor huizenteruggave als internationaal mensenrecht.

DOOR VINCENT BONGERS ‘Bosnië-Herzegovina is het enige voorbeeld van een land waar de internationale gemeenschap op redelijk succesvolle wijze huizenteruggave heeft afgedwongen’, zegt mensenrechtenjurist Antoine Buyse. Maar de etnische zuivering is helaas ook gedeeltelijk geslaagd. Bijna de helft van de vluchtelingen is uiteindelijk niet naar huis teruggekeerd. ‘Vijftig procent van de mensen die een claim hadden ingediend hebben er voor gekozen hun huis en grond te verkopen of hebben op een andere manier compensatie gekregen. Vooral jonge gezinnen met kinderen zagen het niet zitten om naar het arme land terug te keren. De “ zuiveraars” hebben zo gedeeltelijk hun zin gekregen.’

Buyse schreef een proefschrift over huizenteruggave als internationaal mensenrecht, met Bosnië-Herzegovina als case study. Hij kwam tot de conclusie dat dit recht nog niet algemeen geaccepteerd is. ‘Het wordt niet standaard opgenomen in elk vredesverdrag. Al gebeurt het wel steeds vaker. Ik pleit ervoor dat het een vast onderdeel wordt.’

In 2002 trok Buyse door het voormalige Joegoslavië. ‘De oorlog was al een aantal jaren voorbij maar de gevolgen van het conflict waren in bepaalde gebieden nog zeer zichtbaar. ‘Het was een vreemde gewaarwording. We reden eerst door Kroatië. Daar waren nauwelijks meer sporen van de oorlog te zien. Dan word je vervolgens in Bosnië geconfronteerd met zwartgeblakerde huizen met kogelgaten. Het leek wel alsof de tijd daar had stilgestaan. Kroatië heeft een enorme economische impuls gekregen door het toerisme. Bosnië draaide meer op industrie. Die is door de oorlog stil komen te liggen en veel fabrieken zijn beschadigd. Herstel vordert maar langzaam.’ Buyse keerde een jaar later terug naar Bosnië om als vrijwilliger te helpen met het herstellen van huizen. ‘Naar aanleiding daarvan ontstond het idee om dit proefschrift te schrijven.’

Hij maakte de etnische spanningen die er nog steeds heersen van dichtbij mee. ‘In de buurt waar wij aan het werk waren, woonde een oude Bosnische vrouw wier echtgenoot in de oorlog was verdwenen. Ze leefde in constante angst dat de Servische buurman haar huis in zou pikken. Zo’n kerel staat dan op het balkon naar die vrouw te kijken op een manier waar je nekharen van omhoog gaan staan.’

In Bosnië-Herzegovina is na afloop van het gewapende conflict in 1995 in het vredesverdrag van Dayton een expliciet recht op huizenteruggave opgenomen. ‘Ik heb gekeken wat er in de praktijk is terecht gekomen van de afspraken die zijn gemaakt’, zegt Buyse. Er zijn wel internationale normen opgesteld met betrekking op teruggave van huizen: de zogenaamde Pinheiro Principes. Alleen zijn die niet juridisch bindend en worden ze ook niet altijd toegepast.’

Een speciaal opgerichte Bosnische Mensenrechtenkamer had bij de interpretatie van dat recht wel houvast aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). ‘ Er bestaat een schat aan jurisprudentie over het EVRM waaruit men in de Bosnische situatie uitgebreid kon putten. Daardoor was het makkelijker discriminerende lokale regels nietig te verklaren en de belangen van vluchtelingen en mensen die in de leeggekomen huizen waren getrokken goed af te wegen.’

‘In Bosnië was een heel bijzondere situatie ontstaan. Er waren drie partijen, Kroaten, Bosniaks (Bosniërs met een overwegend islamitische achtergrond) en Serviërs. Geen van hen had de oorlog gewonnen. Geen van de partijen had een overwicht. Verder werd de internationale druk op deze partijen flink opgevoerd. Het was een gewapend conflict in Europa, met als gevolg buitengewoon veel media-aandacht. De Europese Unie en de Verenigde Naties was er veel aan gelegen het conflict op een goede manier af te wikkelen. Daarnaast was er een aantal praktische zaken in Bosnië geregeld die in veel andere conflictgebieden ontbreken. Als er in Darfur hele groepen mensen worden verjaagd dan is er later geen kadaster om gebruik van te maken om te kijken wie welk huis of stukje grond in bezit had. In Europese landen is dat allemaal vaak wel goed gedocumenteerd.’

In eerste instantie liep ook in Bosnië de teruggave van huizen niet goed. ‘Er werden allerlei trucs toegepast door plaatselijke overheden om de etnische zuivering ook na de oorlog voort te zetten. Ze ondersteunden de terugkeer van hun eigen etnische groep. Anderen werden op soms bizarre wijze tegengewerkt. Zo werd er bijvoorbeeld een briefje opgehangen op een prikbord in het gemeentehuis van Sarajevo met daarop de mededeling dat na twee weken het eigendomsrecht op een huis zou komen te vervallen. De eigenaars hebben niet op tijd gereageerd, zeiden de lokale machthebbers dan. Een onwerkbare situatie natuurlijk. Er was bovendien een koppeling gemaakt tussen de terugkeer van vluchtelingen en het indienen van huizenteruggaveclaims. Dat maakte het verzet van plaatselijke bestuurders nog sterker. Ook waren er allerlei organisaties in het gebied actief. De VN en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) om er maar twee te noemen. Die werden tegen elkaar uitgespeeld.’

‘Veel staten zijn duidelijk mensenrechtenmoe’

Eind jaren negentig gooide de international gemeenschap het roer om. De koppeling tussen de juridische teruggave van huizen en de terugkeer van vluchtelingen werd losgelaten. Ook werd er niet meer met plaatselijke machthebbers onderhandeld. ‘Huizenteruggave was geen onderdeel meer van politieke, maar van juridische procedures’, aldus Buyse. ‘Verder trad de Hoge Vertegenwoordiger van de VN in Bosnië actief op. Hij had de macht om plaatselijke wetten nietig te verklaren en desnoods burgemeesters en hoge ambtenaren te ontslaan. Hij is dan ook vaak ‘de koning van Bosnië’ genoemd.’

De verschillende organisaties maakten vervolgens een plan: het Property Law Implementation Plan (PLIP). Per gemeente werd er één persoon namens de internationale gemeenschap aangesteld voor het toezicht op het restitutieproces. Er werd gepubliceerd hoeveel claims een gemeente al had afgehandeld. Via een uitgebreide mediacampagne werden Bosniërs op hun rechten gewezen. Gemeenten konden zich niet meer aan het proces onttrekken. ‘Als het aantal claims dat werd afgehandeld achterbleef, moesten plaatselijke bestuurders zich verantwoorden en konden zij zelfs hun baan verliezen. Deze gecoördineerde en transparante aanpak was zeer effectief. Maar het vereiste wel een enorme inspanning van de internationale gemeenschap. Uiteindelijk verslapt de aandacht vaak ook weer. Want dan is er weer een nieuw conflict waar de internationale gemeenschap zich op stort.’

Een van de grote problemen is volgens Buyse dat er vaak te weinig continuïteit zit in de ondersteuning van landen of gebieden waar een gewapend conflict is geweest. De VN neemt zijn specialisten mee. Vervolgens komt de EU met andere deskundigen, die het soms weer net anders aanpakken. Dat zou efficiënter kunnen. De VN pakt dit probleem nu wel op via de nieuwe Peacebuilding Commission, waarin alle vereiste deskundigheid is vertegenwoordigd, compleet met militaire ondersteuning. Die kan dan op verzoek van een land worden ingeschakeld om bijvoorbeeld huizenteruggave te coördineren. Ik wil benadrukken dat restitutie maar het begin is van het herstel. Zoals in Bosnië is gebleken, komen veel vluchtelingen niet terug omdat de economie niet meer draait en er geen werk is.’

Ondanks het feit dat er maar weinig tastbaar succes is geweest op het gebied van huizenteruggave, blijft Buyse positief. ‘Meer in het algemeen zit er sinds de Tweede Wereldoorlog een stijgende curve zit in de mensenrechten. Al vlakt deze de laatste jaren wel wat af. Veel staten zijn duidelijk een beetje mensenrechtenmoe geworden. Ook in Nederland zie je dat. De regering heeft weinig zin om weer een nieuw mensenrechtenverdrag af te sluiten.’

Het valt de promovendus op dat landen die beticht worden van schendingen zich het mensenrechtenjargon en de retoriek helemaal eigen hebben gemaakt. ‘ Het principe is kennelijk helemaal volledig geïnstitutionaliseerd. Maar mensen als president Poetin van Rusland geven er een eigen draai aan. Die zegt gewoon dat hij er in zijn land andere ideeën bestaan over wat het begrip mensenrechten inhoudt dan in het Westen. De Chinese ambassadeur in Nederland zei onlangs in de context van de discussie rond de Olympische Spelen precies hetzelfde. Maar goed, er wordt tenminste wereldwijd gediscussieerd over mensenrechten.’