Mare Nummer 20     14 februari 2008

20
Latijn leeft

Als het aan filoloog Prof. Dr. Wilfried Stroh uit München ligt, wordt Latijn weer de voertaal op universiteiten. Maandag was Stroh – a.k.a. Valahfridus - te gast bij de opleiding klassieke talen, waar gesproken en geschreven Latijn alleen nog bestaat als vrijwillig vak voor eerstejaars.

Excuses dat ik Engels spreek. Uw boek Latein ist tot, es lebe Latein! Kleine Geschichte einer grosser Sprache was een bestseller in Duitsland. Hoe verklaart u die populariteit?

‘Eén reden is dat mensen het weer leuk vinden om Latijn te leren. Dat is een trend, in ieder geval in Duitsland. Steeds meer scholieren kiezen Latijn. Een andere reden is wellicht dat het boek de hele geschiedenis van het gebruik van Latijn beslaat; een dergelijk boek bestond nog niet. De taal verenigt niet alleen naties maar ook tijden. Als Cicero tot ons zou komen zou ik zonder enig probleem met hem kunnen spreken.’

Waarom is Latijn juist nu populair?

‘Dat zou ik niet zo kunnen zeggen. Misschien omdat het Latijn niet langer een maatschappelijk selectiemiddel is. Het is geen elitetaal meer; de mensen zijn niet meer bang voor het Latijn en ontdekken nu de schoonheid van de literatuur.

‘Een boekhandelaar vertelde mij dat de filosoof die op dit moment het meest gelezen wordt niet Kant is, niet Schopenhauer, of Nietzsche, maar Seneca. De oudheid biedt een ander perspectief. Als ik me zelf ergens zorgen over maak, lees ik ook graag Seneca.’


Wat vindt u van de Nuntii Latini, de radio-uitzendingen in het Latijn?

‘Een aardig spel, makkelijk toegankelijk en erg geschikt voor de propaganda van Latijn - maar ik houd er zelf niet zo van. Ik vind het Latijn van de Nuntii niet zo goed en prefereer het Latijn zoals bijvoorbeeld Erasmus of Lipsius dat schreven.’


Hoe belangrijk is het om Latijn te spreken?

‘Het is geen spelletje. Gesproken Latijn is noodzakelijk voor het onderwijs. Je kunt geen taal leren - en je beleeft er ook geen plezier aan - als je die taal niet spreekt of hoort.

‘Als je Latijn alleen leest, dan zoek je zinsconstructies, verbum, subject, object, enzovoorts… je ogen gaan heen en weer ,van rechts naar links en weer rechts. Als je luistert daarentegen ga je alleen van links naar rechts. Dan ‘lees’ je een tekst op de natuurlijke manier.

‘Op mijn universiteit is er sinds vijfentwintig jaar elke maandagmiddag om twee uur een colloquium Latinum. Dan praten we in het Latijn over bijvoorbeeld de poëzie van Horatius.’


U heeft het niet zo op Engels als wetenschappelijke voertaal.

‘Begrijp me goed, ik hou van het Engels, de werken van Milton en Shakespeare bijvoorbeeld, maar niet van Engels als lingua franca. Niet-native speakers kunnen zich in het Engels nooit zo uitdrukken als in hun eigen taal. Ik zou zelf nooit zo goed Engels kunnen schrijven, bijvoorbeeld, als mijn collega uit Oxford. Latijn als wetenschappelijke taal zou daarom fair zijn.’

AVV
Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook