ACHTERGROND - MARE 34, 2001

'Arme' westen tegenover 'rijke' niet-westen

Kleine Letteren voelen zich bedreigd

De Kleine Letteren, studies met weinig studenten in verhouding tot de staf, voelen zich bedreigd. Er klinkt luid landelijk protest tegen de beknotting van de Kleine Letteren, maar hoe nijpend is de situatie voor deze 'orchideeŽnstudies' nu werkelijk?

Christiaan Weijts

Het rommelt in de Kleine Letteren. Begin dit jaar ging het bericht rond dat het zogenaamde 'beschermingsgeld' was vervallen. Dit was extra geld dat het ministerie begin jaren negentig gaf om de studies te laten overleven in een bekostigingsstelsel dat vooral naar studentenaantallen kijkt. Onlangs gaven vertegenwoordigers van Kleine Letterenopleidingen als Keltisch, Egyptologie, of Fries van diverse universiteiten lucht aan hun angst voor bedreiging van hun opleiding in De Volkskrant. Ook de KNAW (Koninklijke Akademie van Wetenschappen) raakte bezorgd, en stelde een commissie onder leiding van Leids Scaliger-hoogleraar Wim Gerritsen in die zich buigt over de toekomstperspectieven van de Kleine Letteren. Op 6 juni kwamen er zelfs vragen in de Tweede Kamer over met opheffing bedreigde Leidse disciplines als Papyrologie en Egyptologie.
Onrust alom. Maar hoe kritiek is de situatie op dit moment nu werkelijk voor de Leidse Kleine Letteren?

Linkerhand
Het arme westen en het rijke niet-westen. In de wandelgangen van de Letterenfaculteit is dit een veelgehoorde tweedeling. De niet-westensector heeft jarenlang in een beschermde en relatief geÔsoleerde positie geleefd, waardoor ze bij de bezuinigingen buiten schot bleven. 'Nu worden ze uit dat isolement gehaald', zegt Letterendecaan Wim Blockmans, 'en dat creŽert grote onzekerheid.' Gezien de grote tekorten op de facultaire begroting moet nu ook de niet-westensector inleveren, meent het faculteitsbestuur.
Weliswaar blijkt het 'beschermingsgeld' nog steeds te worden uitgekeerd aan college, faculteit en niet-westens (zie kader), maar, zegt Blockmans, 'ondertussen kort het ministerie ons zodanig langs andere wegen, dat je je kunt afvragen wat het beschermingsgeld nog inhoudt. De linkerhand geeft, en rechterhand neemt, en neemt nog veel mťťr.'
Hoeveel wordt er gekort op wat wel de 'orchideeŽnstudies' worden genoemd? Volgens de begroting gaat het 'slechts' om een korting die oploopt tot 1 miljoen in 2005 . 'Dat is zuur, maar dat zou nog wel op te brengen zijn', zegt Jarich Oosten, directeur van het CNWS (centrum voor Aziatische, Afrikaanse en Amerindische studies). Allerlei andere bezuinigingsmaatregelen brengen het niet-westen volgens Oosten nog een flinke extra klap toe. 'De faculteit is bijvoorbeeld van mening dat de kosten voor automatisering nu ook verhaald moeten worden op het niet-westen. Wij hameren er op dat er een gescheiden budgettering voor het westen en niet-westen blijft. Op het moment dat je die gescheiden budgettering gaat opheffen, wordt volstrekt onduidelijk waar het Staalgeld heen gaat.' De scheiding komt in de begroting van 2002 inderdaad te vervallen.
Oosten maakt evenals de decaan deel uit van de 'commissie strategie en model', die naar een oplossing zoekt voor de problematiek. Hij bepleit een allocatiemodel waarbij bijvoorbeeld driekwart van de formatie voor het niet-westen vastligt, en het overige deel afhankelijk van prestatie (zoals studenten- en dissertatie-aantallen) is. De faculteit wil liever het bestaande 'nullastenmodel', dat gebaseerd is op de bijdrage aan het onderwijs.
Inmiddels heeft de faculteit tot Oostens verdriet deze onderhandelingen door tijdgebrek over de zomer heen getild.

Benijdenswaardig
Hoe dan ook staat er aantal concrete ingrijpende bezuinigingen op stapel. Omdat in 2003 de NWO-subsidie voor Papyrologie stopt, voelt de faculteit zich ook niet langer geroepen dit instituut te financieren. Dat is een groot verlies, ook voor de opleiding Egyptologie, zegt Egyptoloog Joris Borghouts. 'Papyrologie bestrijkt precies de periode van vlak vůůr de christelijke tijd en vlak na de klassieke tijd, het Demotisch. Als je dat eruit snijdt is de studie niet meer volledig.'
Daar komt nog bij dat Egyptologie in Nederland een unicum is. Door de bezuinigingen van de afgelopen jaren is het vakgebied verdwenen uit Utrecht, Amsterdam, Groningen. Andere kleine letteren, zoals Duits of Italiaans, hebben nog vestigingen in andere steden, waardoor er landelijke fusies van bijvoorbeeld de mastersopleidingen mogelijk zijn.
Blockmans ziet het minder somber: 'Egyptologie beschikt over vijf personeelsleden. Houd even de verhouding staf en studenten in de gaten. Deze is zeer benijdenswaardig. Papyrologie is een extra voorziening die in 2003 niet door ons verzekerd kan worden en waarvoor ondertussen alternatieve financiering wordt gezocht. Dat is heel iets anders dan Egyptologie aantasten. Dat is zelfs tot in de kamervragen verkeerd voorgesteld.'
Toch voelt Egyptologie zich wel degelijk aangetast. Zo is er bijvoorbeeld een bezuiniging van 75 duizend gulden aangekondigd, die, legt Borghouts uit, 'onze opleiding precies nekt in de voorziening van een assistent die nodig is om de "Annual Egyptological Bibliography" te maken. Dat is een mondiale bibliografie, die alle publicaties in ons vakgebied bijhoudt. Het fungeert jaar na jaar als het visitekaartje van de Leidse Egyptologie. Als dat ophoudt verdwijnen we uit het perspectief van de wereldegyptologie.'
Blockmans toont zich niet onder de indruk. 'De grondvraag die wij ons moeten stellen na 20 jaar bezuinigingen is: wat zijn de kerntaken? De kerntaken laten het nu niet meer toe om bibliografieŽn te maken op kosten en ten koste van het onderwijs bij bijvoorbeeld Engels of Nederlands. Deze opleidingen zijn onderbezet, maar zŪj klagen daar niet over in de krant.'

Scheefgroei
Dit laatste illustreert wat Blockmans herhaaldelijk 'de scheefgroei tussen westen en niet-westen' noemt. Het niet-westen haalt dubbel zoveel 'tweedegeld' (landelijke onderzoeksprojecten via organisaties als NWO en de KNAW) binnen voor onderzoek, waardoor de 'wezenlijke vervlechting tussen onderzoek en onderwijs in het geding is gekomen'.
Oosten vindt dit geen goede benadering. 'De bijzondere bescherming is destijds gegeven vanwege het nationale en internationale belang van deze studies. Bij eenheden met kleine studentenaantallen zal dan onvermijdelijk meer onderzoekscapaciteit zijn. Verwacht mag worden dat het niet-westen het qua onderzoek goed doet.'
Andere zichtbare aangekondigde bezuinigingen in het niet-westen zijn het blokkeren van de leerstoelen voor Boeddhologie en Assyriologie. Al is die laatste zeer recent vrijgegeven, meldt Blockmans verheugd. Voor Boeddhologie zoekt de faculteit naar een fonds dat deze leerstoel, samen met de faculteit Godgeleerdheid, kan sponsoren.
De oplossing voor de Leidse kleine letterenstudies moet ook gezocht worden in nauwere samenwerking en sterkere marktwerking als het BaMa-systeem van start gaat, dat zijn faculteit en opleidingen met elkaar eens.
Daarnaast moet er binnen het niet-westen meer samengewerkt worden, en meer 'geparticipeerd worden in maatschappelijke debatten'. Blockmans: 'Als er bijvoorbeeld in Iran iets gebeurt, kan een deskundige dat op televisie op de juiste manier duiden.' Unica als Afrikaans, Indonesisch of Egyptologie moeten hiermee hun wervingskracht vergroten.
Borghouts en zijn collega's uit aangrenzende vakgebieden van het oude nabije oosten zijn al op weg naar een nauwere samenwerkingsvorm. Er liggen plannen om al deze vakgebieden samen in het aan de universiteit gelieerde onderzoeksinstituut NINO (Nederlands Instituut voor het Nabije Oosten) onder te brengen.
Maar hoe dan ook zal het beschermingsgeld hard nodig blijven, zegt Borghouts. 'Studenten zullen hier nu eenmaal nooit vier rijen dik voor de deur staan.'

Beschermingsgeld nog steeds uitgekeerd

In 1991 besloot het ministerie de kleine letteren te beschermen tegen de bezuinigingen op het hoger onderwijs, die voor deze studies met weinig studenten vaak onmiddellijk funeste gevolgen zou hebben. Onder leiding van de sanskritist en filosoof F. Staal bracht een commissie aan het ministerie een advies uit, die leidde tot 'de Consolidatie van de Kleine Letteren'. Tien miljoen kwam er landelijk beschikbaar, waarvan Leiden, met haar keurcorps aan exotische studies, de helft in de wacht sleepte.
Eind 2000 zong rond dat de minister deze 'Staalgelden' zou schrappen. 'Nu de politiek stilzwijgend heeft laten weten niet langer in de kleine letteren te willen investeren, is het voor onze faculteit ondraaglijk om deze verantwoordelijkheid te nemen', verklaarde Letterendecaan Wim Blockmans bij die gelegenheid.
Dit laatste blijkt niet juist. In februari 2001 lichtte een commissie de begroting voor het niet-westen goed door, en onderzocht onder meer waar de Staalgelden gebleven waren. Uitkomst: 2,4 miljoen van de 5 miljoen die het college van bestuur ontvangt, is direct zichtbaar op de begroting voor het niet-westen. De overige 2,6 miljoen zitten 'versleuteld' in de reguliere bijdragen, in de zogenaamde 'structurele nullast', het bedrag dat opleidingen krijgen zelfs al zouden ze geen enkele student hebben.
Enige zichtbare bezuiniging die de niet-westensector boven het hoofd hangt is een 'taakstellende' korting die in 2003 begint, en oploopt tot 1 miljoen in 2005. Binnen de zogenaamde 'batenstrategie' van de universiteit moeten de kleine letteren dit bedrag aan extra middelen in de eerste, tweede of derde geldstroom verwerven.