ACHTERGROND - MARE 32, 2001

Emeritus hoogleraar voltooit na veertig jaar levenswerk

'Elke plant heeft haar vijanden'

Na bijna veertig jaar voltooide professor Robert Hegnauer deze maand zijn levenswerk, de Chemotaxonomie der Pflanzen, een reeks over de chemische stoffen in planten. Het gehele boekwerk, waarvan deel dertien zojuist van de drukpersen is gerold, telt bijna tienduizend pagina's. Hegnauer schreef alles met de hand. 'Theezetten met cocabladen was vroeger heel gewoon.'

Rosienne Steensma

'Liebe Minie, ohne dich wre dieser Band nicht mehr zu Stande gekommen', zo eindigt het voorwoord bij het laatste deel van de Chemotaxonomie der Pflanzen, zijn standaardwerk over de chemische stoffen in planten. Zijn vrouw, Minie Hegnauer-Vogelenzang, controleerde zijn handgeschreven teksten en bewerkte ze, vandaar deze dankzegging.
Professor Robert Hegnauer is Zwitser van oorsprong en schreef daarom het hele boekwerk in het Duits. Eigenlijk had hij nooit gedacht de hele serie naslagwerken af te krijgen. De inmiddels 81 jarige hoogleraar, kampt namelijk al jaren met gezondheidsproblemen. Sinds 1952 was hij in Leiden hoogleraar Pharmacognosie en later hoogleraar in de Experimentele Plantensystematiek. In die tijd schreef hij de eerste zes delen. Na een pauze van twaalf jaar besloot hij tijdens zijn emeritaat de klus af te maken.
Het nieuwste boek, met donkerblauwe kaft en gouden letters, is de dikste pil uit de serie. De bladzijden staan vol met ingewikkelde chemische formules. Dat is niet verwonderlijk, want de boeken zijn een inventarisatie van de chemische stoffen die in planten voorkomen. 'Deze zogenaamde secundaire plantenstoffen', legt hij uit, 'gebruiken planten vooral voor hun bescherming, want elke plant heeft haar vijanden.' Hegnauer beschouwt de secundaire plantenstoffen als hulpmiddelen bij de stamboombepaling (classificatie) van planten. In het dagelijks leven komen de plantenstoffen terug als medicijn, keukenkruid, kleurstof of genotmiddel.
Voor zijn werk interpreteerde de emeritus-hoogleraar stapels literatuur. Vroeger deed hij ook veel experimenteel werk. Alle zintuigen kwamen daarbij te pas. 'Proeven was altijd de eerste test', vertelt Hegnauer. Ook druppelde hij wel eens wat plantenextract in zijn oog. 'Dat is een tweede eenvoudige manier om bepaalde stoffen aan te tonen, want het oog is heel gevoelig.'
Hegnauer werkte veel met zogenaamde cyanogene plantenstoffen, stoffen die het giftige blauwzuur kunnen afsplitsen. Soms komt daarbij ook het lekker ruikende benzaldehyde vrij. Cyanogene stoffen komen in veel planten voor. Dat geeft aan dat zij reeds lang geleden in de evolutie zijn ontstaan. De laurierkers die bij de Hegnauers in de tuin groeit bijvoorbeeld, bevat ook cyanogene stoffen. Hegnauer wrijft een blaadje van de plant fijn tussen zijn vingers. Hij is het experimenteren duidelijk nog niet verleerd, want de zoete, amandelachtige geur van het benzaldehyde verspreidt zich. 'Ook amandelen bevatten cyanogene verbindingen', noemt Hegnauer een tweede voorbeeld. 'Mensen gaan soms dood aan het eten van veel bittere amandelen. Dat komt dan door het blauwzuur', vertelt hij.
De chemische kennis vult Hegnauer in zijn boeken aan met historisch interessante toepassingen. 'De meeste moderne databanken gaan niet verder terug dan twintig of dertig jaar, maar ik heb ook veel oudere literatuur verwerkt.' Zo vertelt hij over een boekje uit 1880 over de controle op voedings- en genotmiddelen. 'In die tijd was theezetten met cocabladen heel gewoon.' Wat Hegnauer betreft kunnen verdovende en geestverruimende middelen ook nu best vrijgegeven worden. 'Als de zwarte markt instort, zijn er geen fantasieprijzen meer en dan verdwijnt de criminaliteit vanzelf.'
Natuurlijk zijn er stukken in het boekwerk waar Hegnauer decennialang aan werkte die hem meer boeien dan andere. 'Het gedeelte over planten van het geslacht Derris die de stof rotenon (een plantaardig insecticide) produceren bijvoorbeeld, vind ikzelf een redelijk goed stuk. Ik heb daar ook veel Nederlandse literatuur in verwerkt.' De inboorlingen van het voormalig Nederlands Indi gebruikten Derrisplanten-poeder al tegen insecten. 'Het zou zonde zijn als de informatie verloren was gegaan.'
Hegnauer is een groot plantenliefhebber zelfs onkruid heeft prachtige bloemetjes volgens hem - en in het boekwerk bewaart hij zijn kennis voor volgende generaties. Hij is uiteraard trots op zijn levenswerk, maar is ook erg blij dat het af is, zo bekent hij. De literatuurstroom is tegenwoordig, zelfs mt een computer, niet meer bij te benen. Bovendien kunnen Hegnauer en zijn vrouw nu eindelijk rustig genieten van hun prachtige bloementuin.