Het alternatief voor sterven

Transhumanisten vinden de dood niet cool

Transhumanist Zoltan Istvan toerde door Amerika met een camper in de vorm van een doodskist

Ze willen eeuwig leven, desnoods als robot of dataset. De Ierse schrijver Mark O’Connell schreef een boek over transhumanisten. ‘Voor mijn part zie ik eruit als de Mars Rover.’

Door Vincent Bongers Op de glazen koffietafel van het bedrijf Alcor  ergens in een woestijn in Arizona, ligt een geïllustreerd kinderboek met de titel Death is Wrong. Op de cover staat een kind dat Magere Hein onverrichter zake laat afdruipen. In het pand staan enorme reservoirs met daarin meer dan honderd ingevroren personen. Zij hebben grof geld betaald om in deze cryogene staat gebracht te worden. Zodra de aandoeningen waaraan ze zijn overleden genezen kunnen worden, zullen hun lichamen worden ontdooid. Óf als de technologie zo ver is om alle informatie uit hun hersenen over te brengen naar een computer of een robot.

‘Je kunt ervoor kiezen om je hele lichaam te laten prepareren, maar alleen je hoofd is ook een optie, én goedkoper’, weet de Ierse schrijver Mark O’Connell. ‘In principe heb je ook alleen maar de hersenen nodig. Die zet je wel in een nieuw lichaam of zo, dat is het idee.’

De beschrijving van Alcor staat in De Mensmachine, het vorig jaar verschenen boek van O’Connell. Vrijdag 9 november geeft hij een lezing op de Brave New World Conference, in de Leidse Stadsgehoorzaal. Hij ging op zoek naar wetenschappers, filosofen, techneuten en zelfs politici die zich bezig houden met transhumanisme. Oftewel het doorbreken van de natuurlijke grenzen van het menselijk leven.

‘Er zijn mensen die leven en dood niet als een existentialistische filosofische vraagstukken zien, maar echt de mouwen opstropen en op zoek gaan naar mogelijkheden om eeuwig, of in ieder geval veel langer te leven. Ik heb er zelf ook geen vrede mee dat ik elk moment dood kan gaan. Het is niet cool dat we allemaal moeten sterven. Maar een eeuwig leven als machine, of dat mijn hersenen ergens opgeslagen zijn als data, dat zie ik ook niet zitten. Dat vind ik eigenlijk nog beangstigender. Dat is een raar soort paradox.’

Het transhumanisme kan allerlei vormen aannemen. Ergens in een kelder in de Amerikaanse stad Pittsburgh bevindt zich bijvoorbeeld een groep mensen die zichzelf als cyborg ziet en zichzelf met elektronische implantaten wil verbeteren. Ze zijn een bedrijf gestart, dat Grindhouse Wetware heet. Tim Cannon, software ontwikkelaar, biohacker en het uithangbord van het bedrijf, wijst het biologische lichaam resoluut af. We zijn maar onderontwikkelde apen, vindt hij. Een van zijn collega’s roept in het boek: ‘We kunnen niet eens röntgenstralen zien, hoe kut is dat?’



Het liefst wil Cannon alle lichaamsdelen vervangen. ‘Voor mijn part zie ik er uit als de Mars Rover. Maakt me geen reet uit.’ Alleen is zijn elfjarige dochtertje het daar niet mee eens. ‘Ik geloof dat zij nogal is gehecht aan mijn gezicht.’ Cannon baarde een paar jaar geleden opzien met het inbrengen van een implantaat in zijn onderarm ter grootte van een pak kaarten. Het apparaat stuurde om de vijf seconden biometrische gegevens naar zijn telefoon. Artsen weigerden het ding aan te brengen, schrijft O’Connell. In Berlijn werd een ‘lichaamsingenieur’ gevonden die de operatie wel wilde doen. Dat ging raw dog, oftewel zonder verdoving.

Hoe uitzonderlijk ook, voor sommige buitenstaanders klinkt het aantrekkelijk. ‘Een van de raarste dingen die me na de publicatie is overkomen was een advocate uit Londen die me mailde dat ze nog nooit van transhumanisme had gehoord, maar na het lezen van mijn boek een microchip liet implanteren.’

‘Mensen vragen soms ook of ik niet bang ben als ik met zulke figuren af te spreken. Dat was maar één keer het geval, toen ik mee ging op verkiezingstournee met transhumanist Zoltan Istvan, die zich in 2016 kandidaat stelde voor het presidentschap van de VS. Istvan had een nogal apart vervoersmiddel: een dertien meter lange camper die hij had verbouwd tot doodskist. In die loeihete olielekkende grafkist heb ik wel een paar moeilijke momenten gehad: ik zag ons zo de afgrond inrijden. Dat zou, zeker in context van mijn onderzoek, wel een knullig ironische dood zijn geweest.’

Mark O’Connell, De Mensmachine. Uitgeverij Podium, 286 pagina’s, € 21,50

Tech van de toekomst

De Brave New World Conference is een congres op donderdag 8 en vrijdag 9 november in de Leidse Stadsgehoorzaal over technologische ontwikkelingen en de impact die deze hebben op mens en maatschappij. Het congres vindt plaats in de Stadsgehoorzaal. Tickets kosten tussen de € 185 en € 250 per dag, en tussen de € 300 en € 400 voor twee dagen. Voor studenten zijn de kaartjes een stuk goedkoper. € 45 voor een dag, € 75 voor twee dagen. Zie www.bravenewworld.nl

Deel dit bericht:

Voorpagina

Achtergrond

Wetenschap

Studentenleven

Nieuws

English page