Elke Leidenaar is hier geweest

Documentaire over Hoppezak op filmfestival

Door Vincent Bongers

Al honderd jaar verhuurt Hoppezak feestkleding aan studenten en promovendi, van galakostuum tot Pino-pak. Twee filmers liepen een jaar lang mee met de eigenaars. Zondag gaat hun documentaire in première op het Leiden International Film Festival.

Wie de deur opent van het pand van Hoppezak aan de Pieterskerkgracht stuit meteen op een ridderharnas, compleet met lans. Iets verderop staat een gigantisch SpongeBob-pak. Tot aan het plafond rijken tientallen bakken met opschriften als: ‘Middeleeuwse heren hoofddeksels’, ‘dieren incompleet’, en ‘dieren voeten’. Op een strijkplank ligt een plastic revolver. Vanaf een hoge kast kijkt een opgezette pauw neer op de rijen kostuums.

‘Ik vind het ontzettend gaaf dat er een film over ons is gemaakt’, zegt André Hoppezak, de eigenaar van het familiebedrijf. ‘Soms had ik het gevoel van: “Jongens nu even niet.” Dan vroegen ze: “André kun je dit of dat nog een keer doen, want we hebben het nét gemist.’

‘Je bent je er natuurlijk wel van bewust dat ze je filmen’, haakt echtgenote en mede-eigenaar Adrienne in. ‘Maar als dat wekelijks gebeurt, dan let je er niet meer zo op. Dan wordt het een tweede natuur. Je loopt een beetje om hen heen, en zij zorgen dat ze niet in de weg lopen.’

‘Zij’, dat zijn documentairemakers Wendy Westerhof en Mariëlle van der Want, die deze dinsdagochtend nog even langskomen. Zondag gaat hun film in première op het Leiden International Film Festival

Stampen

Alleen: hij is nog niet af. ‘We hebben ook tot op het laatste moment gefilmd’, zegt Van der Want. ‘Ik kom net uit de geluidsstudio. Vandaag is de laatste dag, maar het gaat lukken.’

Westerhof: ‘Het is nog even stampen. We hadden meer dan vijftig draaidagen; vier terabyte aan film. Dus het is echt een kwestie van kill your darlings.’

De hoofdrolspelers hebben nog niets van de film gezien. ‘Eerst wilden we dat wel, om te kijken of we er wel voordelig uitkomen’, zegt Adrienne. ‘Maar het vertrouwen is zo groot geworden dat we het echt wel aan hen durven overlaten. We hebben echt een goede band met elkaar gekregen.’

‘Bijna alle Leidenaren zijn hier weleens geweest’, zegt Van der Want. ‘Het is een wereld op zich en die wilden we laten zien. Zo is het idee ontstaan om een jaar lang het bedrijf te volgen.’ Westerhof: ‘De romantiek druipt hier van de muren af. Het is meer dan het verhuren van kleding en grime. Er zit zoveel liefde voor het vak in.’ Van der Want: ‘De kleding moet historisch correct zijn. Dan worden er echt boeken bij gepakt om het goed te krijgen.’

Quasimodo 

Bij een oude kappersstoel en een grote kartonnen doos die tot aan de rand is gevuld met paskoppen voor pruiken wijst André naar de muur. Daar hangt een foto van Willem-Alexander. Achter hem staat iemand in een Pino-pak. ‘Hij huurde in zijn studententijd ook weleens een kostuum voor een feest’, zegt Adrienne.

‘Prins Constantijn en Laurentien zijn hier ook geweest. Die gingen als Quasimodo en Jeanne d’Arc de deur weer uit. De klanten die hier ook rondliepen hadden niet eens in de gaten wie ze waren. Ze gingen op in de omgeving. Als je het zonder poespas en toeters en bellen aanpakt, heeft niemand het door.’

 Er is ook een sterke band met de universiteit, legt André uit. ‘Uiteraard verhuren we heel veel rokkostuums aan promovendi en de paranimfen. Pedel Erick van Zuijlen benadrukt altijd dat ze bij het rokkostuum eigenlijk lakschoenen moeten dragen. Als er dan promovendi langskomen die zeggen: “Ik draag mijn eigen zwarte schoenen wel” laten we ze echt wel even weten dat de universiteit het erg op prijs stelt als ze toch maar voor de lakschoenen kiezen.’

Arabische poolparty

‘Er komen heel vaak studenten langs voor huisfeesten’, zegt André. ‘Wat ik altijd wel leuk vind, is het grote feest van Minervahuis Hôpital Wallon. Er wonen zo’n 35 jongens die altijd wel flink uitpakken. Van de zomer hadden ze een poolparty met Arabisch thema.’
Adrienne: ‘Wali Babba en de dertig rovers.’
André: ‘Wij zorgen voor de kleding, zij maken het decor. Ze verbouwen het hele huis. Zo trots als een pauw laten ze dan zien wat ze gemaakt hebben: kijk eens wat we hebben gefiguurzaagd.’
Adrienne: ‘Ze hebben ook weleens een Rusland versus Amerika-feest gehad, met onze stars and stripes-pakken voor de Amerikanen en kozakkenoutfits en forse bondmutsen voor de Russen. Aan het begin van het feest werden de dames en heren dan apart van elkaar gehouden. Ze hadden zelfs een muur in het huis gebouwd om dat voor elkaar te krijgen. Die muur werd dan om twaalf uur ’s nachts met hamers en sikkels afgebroken en dan stroomde het allemaal samen.’

André: ‘We hebben heel goed contact met de verenigingen, en in het bijzonder met Minerva. We zijn wapenhouder (het corporale keurmerk voor ondernemingen die nauw aan de vereniging zijn verbonden, red.) sinds 1989.’ ‘Het wapen van Minerva staat dan ook op de gevel’, aldus Adrienne.
André: ‘We hebben een keer per jaar een etentje op de sociëteit. Als je geen lid bent, kom je daar niet zo snel.’

Vorig jaar bestond Hoppezak honderd jaar. In die eeuw is altijd wel een connectie met de studentenwereld geweest, vertelt André. ‘Mijn grootvader deed voor de maskerade van studenten al het haarwerk en de grime. Via hem konden ze kleding bestellen. Hij huurde dat weer in. Op een bepaald moment is hij zelf met kleding begonnen. Ik ben erin opgegroeid. Nu zitten we in een groot bedrijfspand, maar mijn vader begon in een rijtjeshuis met een kamer met kostuums. De Sinterklazen werden in de huiskamer gegrimeerd.’

'Ons lot'

Adrienne kwam via een omweg bij Hoppezak. ‘Ik ben aan hem blijven plakken. Toen ik van de middelbare school kwam, wilde ik al heel graag grimeur worden. Ik ben toen bij Andrés vader Wim binnengewandeld of ik een interne opleiding kon volgen, maar dat deed hij niet. De passie verwaterde en ik ben ander werk gaan doen. Ik leerde André in de kroeg kennen. Hij bleek een Hoppezak te zijn. Dit is het lot, dacht ik toen. Het moet zo zijn.’

De winkel is vandaag rustig. ‘Het is nu net Halloween geweest, dat is altijd wel een drukke tijd.’ Ook wat betreft grime, zegt Adrienne. ‘Dan wordt iemand opgemaakt zodat het lijkt alsof zijn kaak is weggeslagen.’

‘Wat ik ook leuk vond om te doen was een huwelijksfeest in steampunk-stijl. Dat is serieus creëren op het lijf. Je kijkt naar iemand, en dan ga je op zoek naar een gave leren handschoen, of een gekke vliegtuigbril. De klant begrijpt eerst niet wat je aan het doen bent, maar zegt als hij uiteindelijk voor de spiegel staat: “Nou snap ik het.” Al de gasten moeten er anders uitzien. Tien dames met hetzelfde korsetje is natuurlijk niet leuk. Dan ga je op zoek naar iets waar je maar één exemplaar van hebt.’

Ze wijst op een lange rij glitterpakken en knallende jumpsuits in de rekken. ‘De discospullen verhuizen allemaal naar boven om plaats te maken voor de Sinterklaas- en Pietenpakken.’ André: ‘Over een paar weken staat de goedheiligman weer in Nederland. Daar moeten we klaar voor zijn.’

De documentaire Hoppezak gaat in première op het Leiden International Film Festival, zondag 4 november, 11:30-12:45, Trianon, €9

Deel dit bericht:

Voorpagina

Achtergrond

Wetenschap

Studentenleven

Nieuws

English page