Rot tot op het bot

Wat Mexicaanse drugskartels, IS en kindsoldaten gemeen hebben

Foto: Teun Voeten

De bruutheid van het geweld overstijgt alle culturele verschillen, vindt antropoloog en oorlogsfotograaf Teun Voeten, die vandaag promoveert op zijn onderzoek naar Mexicaanse drugskartels. ‘Er zit logica achter de wreedheid.’

Door Vincent Bongers In een verlaten buurt in de Mexicaanse stad Ciudad Juárez ligt een man in een poel van bloed. Agenten maken wat foto’sen verzamelen wat kogelhulzen. Het is de zoveelste moord, routine. Ze maken flauwe grappen, een van hen neemt zelfs een selfie. Dan stappen ze in hun pick-up truck: de volgende dode wacht. Fotograaf, journalist en antropoloog Teun Voeten (1961) rijdt met hen mee. ‘In 2009 en 2010 was de hele stad ’s avonds volledig uitgestorven’, zegt hij nu. ‘Er waren tien moorden per dag.’

De strijd in Mexico is nog niet voorbij. Deze donderdag hoopt Voeten te promoveren op een onderzoek naar de oorlog tussen de drugskartels in Mexico die nog in alle hevigheid voortduurt. ‘Het wordt alleen maar erger. 2017 was zelfs het meest gewelddadige jaar ooit. Er vielen 29.000 doden.’

Bang was hij niet tijdens de ritten. Als oorlogsfotograaf heeft hij al het nodige meegemaakt. Hij werkte in Liberia, Afghanistan, Irak en Rwanda. In Sierra Leone ontsnapte hij maar net aan executie door kindsoldaten. ‘In Juárez voelde ik me redelijk veilig.

De moorden in Juárez waren vrijwel altijd hit and run. Als in Sarajevo iemand werd neergeschoten door een sluipschutter, en je nam daar een foto van, dan kon je de volgende zijn die werd geraakt. In Juárez was ik eigenlijk alleen bang voor een auto-ongeluk: de politie reed nogal hard.’

Beerput

Voeten stelt dat de karteloorlogen moeilijk zijn te doorgronden. ‘Je moet echt een beerput opentrekken om het te begrijpen. Mexico is een heel erg corrupt land. Criminele groepen en autoriteiten zijn enorm met elkaar verweven. Daarnaast is de economische ongelijkheid groot. Verder is er de heel poreuze grens met de Verenigde Staten, waar een enorme vraag naar drugs is.’

Er zijn verschillende soorten kartels. ‘Het Sinaloa-kartel wil met zo min mogelijk gezeik coke naar de VS smokkelen en heeft geen enkel belang bij geweld. Bij Los Zetas was niet drugs de belangrijkste business, maar de smokkel van migranten, afpersing en kidnapping. Zij controleren echt territoria.’ Frappant is dat ze commando’s waren in de elite-eenheden van het Mexicaanse leger. ‘Ze zijn zwaarbewapend en gaan het gevecht aan met andere kartels én met de politie.’

Zo ontstaat een ‘hybride oorlog’, aldus Voeten, ‘een nationaal en internationaal conflict, waar zowel primitieve als geavanceerde middelen worden ingezet. Het conflict met IS en de strijd tussen de kartels zijn beide voorbeelden van deze nieuwe vorm. IS heeft een territorium, maar het is vooral ook een concept. Terroristen die aanslagen plegen kunnen dat eenvoudig onder de vlag van IS doen.’

Beide partijen gebruiken extreem geweld. ‘Soms ontspoort dat compleet. Dat heeft ook te maken met verveling. Het wordt steeds perverser.’ Zo werd er in januari 2010 in Sinaloa het afgestroopt gezicht van een slachtoffer op een voetbal geniet met daarbij een briefje met de tekst: “Gelukkig Nieuwjaar, want het is het laatste.”

Sloophamer

Voeten: ‘Los Zetas hebben ook een keer een bus tegengehouden. De vrouwen werden verkracht, en daarna vermoord, net als de kinderen. De mannen kregen een sloophamer in de handen gedrukt en moesten elkaar te lijf gaan. De overwinnaars werden gerekruteerd als sicario, huurmoordenaars van het kartel. Er zit een logica achter de wreedheid: de overlevenden zijn sterke lui, die een verschrikkelijk geheim delen. Het is een gruwelijke vorm van ontgroening.’

De walgelijke martelingen van de kartels hebben een soortgelijk doel. ‘Dat gebeurt om een afstand te scheppen tussen slachtoffer en dader: het zodanig ontmenselijken van je tegenstander dat het geen mens meer is, maar een hoopje bibberend vlees. Dan is iemand doodschieten eigenlijk een daad van genade.’

Voeten denkt niet dat al het geweld puur het gevolg is van omgevingsfactoren. ‘Deels is het biologie. Mensen kunnen zich empathisch of egoïstisch gedragen. De natuurlijke weerzin om een mens te doden, is niet bij iedereen even krachtig. Die weerstand is er echter vaak ook bij de sicarios. De eerste keer dat ze iemand doden is vaak per ongeluk, maar na de eerste moord is de tweede een makkie.’

Die weerzin is ook weg te nemen, legt Voeten uit. ‘Door bijvoorbeeld tegenstanders te zien als ratten die moeten worden verdelgd, of door mensen met een pistool op de kop te dwingen iemand te executeren. Een andere mogelijkheid is met drugs en brainwashing iemands gemoedstoestand zo te beïnvloeden dat ze voor je moorden.

Dat zie je terug bij de jihadisten van IS, kindsoldaten in Sierra Leone en Mexicaanse huurmoordenaars. Het is vloeken in de kerk van de antropoloog, maar er zijn gemeenschappelijke kenmerken die de culturele verschillen overstijgen.’

Kopstukken

De overheid probeert de kartels te onthoofden door kopstukken te arresteren. Die zogeheten kingpin-strategie is contraproductief, aldus Voeten. ‘Het is heel sexy om een grote baas te arresteren voor het oog van de camera. Maar een kartel is een heel netwerk, als je de kop eraf slaat, gaat het niet dood. Je krijgt een opsplitsing in kleinere kartels, cartelitos, die zich moeten bewijzen. Het gevolg is een bloedige concurrentiestrijd.’

Bovendien creëert het beleid ook martelaren. ‘El Chapo, de leider van het Sinaloa-kartel, was en is een held in die regio. Hij is al een aantal keer gesnapt en vervolgens weer ontsnapt. Volgens een populaire complottheorie kreeg hij daarbij hulp van de regering. Het is mogelijk. In een stadje stond het hele politiecorps onder controle van het kartel: rot tot op het bot.’

Voeten keerde na 2010 nog regelmatig terug naar Mexico. ‘Een goede vriend van mij, de journalist Javier Valdez Cárdenas, is vorig jaar mei vermoord. Hij was een dappere en aardige vent die met dertien kogels is doodgeschoten omdat hij kritisch schreef over de kartels. Voor mij is het makkelijk: ik ga erheen, maak twee weken foto’s en vertrek weer. Als je daar permanent werkt als journalist, crimefighter of hulpverlener, is dat heel anders. Ik heb heel veel respect voor personen die ondanks alle ellende in het goede van de mens blijven geloven.’

De beulen spreken
Samen met filmmaker Maaike Engels interviewde Teun Voeten zes Mexiaanse huurmoordenaars. ‘Een actieve sicario van het Sinaloa-kartel droeg een masker en had als schuilnaam ‘El Gordo’ - de dikzak. Hij vertelde dat hij ons in de gaten had laten houden: “Jullie hadden agenten van de Drugs Enforcement Administration kunnen zijn.”’ Vaak wordt aangenomen dat sociale uitsluiting een belangrijke motivatie is, maar El Gordo groeide op in een welvarende buurt en was een goede student. ‘Hij is erin gerold toen hij op een rijkeluisschool zoontjes van kartelleden ontmoette.’ 

Ook sicario Jaime zei tegen Voeten: ‘Ik ben geen slachtoffer van de maatschappij, zoals iedereen zegt. Iedereen maakt zijn eigen keuzes, en ik kies er blijkbaar voor om zo te zijn. Drugs verkopen is makkelijker dan werken: meer geld en minder uren.’

Maar als hij in bed ligt, ziet El Gordo soms zijn slachtoffers terug, liet hij weten: ‘Ze zitten in een stoel en kijken me aan. Ze zien er normaal uit: ik zie helemaal geen bloed. Ze maken me niet bang. Soms steek ik een kaars aan, of doe het licht aan. Dan gaan ze wel weg. Ik draai me om en val in slaap.’

Sicario
Edgar gaf juist toe niet zonder het moorden te kunnen. ‘Het geeft me een gevoel van macht, maar dat gevoel duurt maar kort. Ik moet dan weer iemand vermoorden. Het is gewoon nodig.’
In de gevangenis waar hij zit is een Adictos Anonymous-groep waarin alle vormen van verslaving worden aangepakt. Ook de zucht naar doden. Edgar heeft wel een erecode: ‘Geen vrouwen en kinderen omleggen.’

Gangsterhoempa
Bij de narcocultura van Mexicaanse drugskartels hoort een luxueuze levensstijl met dure auto’s, gigantische villa’s, gouden pistolen en met edelstenen bewerkte kalasjnikovs. Maar ook de zogeheten narcocorridos horen erbij: liedjes waarin kartels en geweld worden verheerlijkt. 
‘In de VS heb je gangsterrap waarin menig cop wordt vermoord’, zegt Teun Voeten. ‘In Mexico zijn het van die hoempapaliedjes met heel expliciete inhoud.’ 
Als voorbeeld noemt hij het nummer ‘De bloeddorstige M1’ van de groep Buknas de Culiacán.
Over gezellig trompetgeschal klinken teksten als: ‘Ik heb een AK-47 en een bazooka achter mijn hoofd. Als je mijn pad kruist, dan hak ik je kop er af. Ik ben gek en ik hou ervan mijn vijanden te vermoorden.’

Teun Voeten, The Mexican Drug Violence. Hybrid Warfare, Predatory Capitalism and the Logic of Cruelty. Promotie op 20 september

Zie ook Narco Estado, Voetens fotoboek over de karteloorlogen.

Deel dit bericht:

Voorpagina

Een tijdbom van bedrog

Jarenlang liegen tegen vrienden, familie en huisgenoten om maar niet te hoeven vertellen …

Achtergrond

Wetenschap

De ideale beestenbieb

Het is een monsterklus: het digitaliseren van de collecties van natuurhistorische musea. …

Rot tot op het bot

De bruutheid van het geweld overstijgt alle culturele verschillen, vindt antropoloog en …

Rubrieken

English page