Broadway

Column

Ik schrijf graag. Vandaar dat ik op de achterkant van dit weekblad sta. Hoi. Twee keer per maand wordt deze ruimte voor mij gereserveerd (waarvoor dank) en mag ik brullen wat ik wil, zolang het maar minimaal vierhonderd woorden zijn en het op een niveau is waar je je ogen niet van wil uitlepelen.

Na ruim een jaar ben ik nog steeds verbaasd dat mensen het daadwerkelijk lezen (waarvoor weer dank).

Ik praat ook graag. Misschien nog wel liever dan dat ik schrijf. Wist ik natuurlijk allang, maar dat werd nog maar eens bevestigd toen ik laatst iets meemaakte waarvan je denkt: leerzaam, had toch niet per se gehoeven. In plaats van het klassieke "van je afschrijven", geef ik de voorkeur aan een Broadway-uitvoering van de gebeurtenis.

In een natuurlijk gesprek wordt er geen ruimte voor je gebrul gereserveerd en moet je dat jezelf toe-eigenen. In dat laatste ben ik gelukkig heel erg goed, wellicht beter dan in het praten zelf. Zodoende schroom ik niet om de theatervoorstelling meerdere keren op te voeren. Ik praat mezelf als het ware comfortabel in de eerder vervelende situatie. Sterker nog, hoe vaker ik de voorstelling speel, hoe beter het wordt. De oneffenheden in het script raken verloren en maken plaats voor puntige zinnen.

Er beginnen verschillende versies te ontstaan: van vijf minuten, een kwartier en een half uur. Natuurlijk ben ik lichtjes verontwaardigd als mensen niet de laatste optie nemen, maar met de verschillende opties is ‘Ik heb geen tijd’ geen excuus. Voor zo’n toneelstuk heb je een publiek nodig. De samenstelling van dat publiek maakt me niet zoveel uit. Ik treed op voor zowel individuen als groepen. Soms overlappen die groepen wat en hoort iemand vijf keer exact hetzelfde verhaal, maar ‘het blijft grappig’, blijkbaar. Bovendien kun je na vijf keer doen alsof het jouw verhaal is. Werkt erg goed op feestjes.

Hoewel voor het schrijven zo’n publiek niet noodzakelijk lijkt te zijn, is het dat wel. Vertraagd weliswaar (columns worden een week van tevoren aangeleverd), maar toch. Sterker nog, jij die dit leest, bent er onderdeel van. Dik vierhonderd woorden. Zo’n drie minuten die je niet meer terugkrijgt. Waarvoor dank, tijd is immers het kostbaarste goed om iemand cadeau te doen. Anderen gingen u voor, maar velen doen het u niet na. Kun je nu weer gewoon iets nuttigs gaan doen.

Femke Blommaert is student taal­wetenschap

Deel dit bericht:

Voorpagina

Jezelf invechten

Vechten met de meisjes naar wie je onderzoek doet: antropoloog Jasmijn Rana deed veldwerk …

Achtergrond

Wetenschap

De oudste hondenliefde

Archeoloog en dierenarts Luc Janssens onderzocht de tanden van een prehistorische puppy. …

Studentenleven

Nieuws

Nog geen ombudsman

De universiteitsraad wil graag een ombudsman voor medewerkers. Die is er nu alleen voor …

English page