Column: Nachtmerries

In mijn studentenhuis vinden we het belangrijk om een schijnbaar huiselijke sfeer te creëren. Dit trekken we soms door tot in het extreme. Houten bordjes met een nep-rustieke ‘ik lig al zeker vijf jaar ergens in de tuin te rotten onder een struik’-uitstraling, daarop een inspirerende tekst met slechts drie spelfouten.

Een minder extreem voorbeeld is de scheurkalender die ieder jaar weer op het toilet ligt - naast zo’n potje met geurstokjes natuurlijk. Vorig jaar hadden we er eentje van het tijdschrift Quest, met confronterende vragen als ‘Waarom blijf je voor de tv zitten als je iets beters te doen hebt?’ en ‘Waarom eet je een zak chips in één keer leeg?’

Toch is het niet zozeer de inhoud van de scheurkalender die zo confronterend is, als wel het object zelf. Laatst zat ik daar, op het toilet dus, en zag ik dat er al ruim een week niet was gescheurd. Een week? Voor mijn gevoel ratste ik gisteren nog een stapeltje eruit. En opeens is ‘ie daar dan: de laatste maand van het jaar. December.
Deze maand is anders dan andere, eenduidigere maanden. Januari? Koud, nieuw jaar dus nieuwe hoop.

Augustus? Warm, vakantie, bijbaantje. December? Een tweestrijd voor het hoofd. Enerzijds wil ik lange avonden op de bank, slechte kerstfilms kijken die door maximaal een kwart van de huisgenoten kan worden geapprecieerd. Gevulde speculaas, repen chocolade, warme chocolademelk en daarna wijn.

Anderzijds wil ik wel gewoon mijn tentamens halen en degelijke essays en papers inleveren voor het einde van het eerste semester. Dientengevolge bestaan mijn dagen in december vooral uit colleges volgen, inefficiënt papers schrijven omdat ik ondertussen panikeer over het feit dat het misschien niet gaat lukken, vinden dat ik wel een pauze verdien, slechte kerstfilm, zoetigheid eten alsof ik mijn huid niet al genoeg te verduren kreeg door de stress, drinken alsof dat helpt.

Meestal in die volgorde.

Door deze chaos, vergeet ik wel eens wat. Laatst was dat een deadline voor het inleveren van een opdracht. Toen had ik de hele dag zo’n ellendige hekel aan mezelf, dat ik ‘s avonds in de stortregen naar de HEMA struinde voor een agenda. Die had ik al wel, online, maar ik was duidelijk niet in staat om die te onderhouden. Het werd zo’n lieve, kleine agenda. A6-formaat.

Wat blijkt nou: agenda’s zijn wat dat betreft het tegenovergestelde van scheurkalenders. Met het object is helemaal niets mis, het zorgt allerminst voor nachtmerries.

Sterker nog, ik heb dat ding al meerdere keren aangezien voor mijn telefoon en gretig een USB-kabel erin proberen te rammen. Zolang je je agenda niet opent, is er niets aan de hand. De inhoud, dié zorgt voor confronterende, slapeloze nachten.

Femke Blommaert studeert taal­wetenschap

Deel dit bericht:

Voorpagina

Achtergrond

Wetenschap

Studentenleven

Nieuws

Fondsen krijgen oppepper

Er komt meer geld voor de profileringsfondsen van universiteiten en hogescholen, maar ook …

Rubrieken

English page