Column: Evenwicht

Afgelopen zomer besloot ik in een spontane bui een abonnement af te sluiten bij de sportschool in het Zeeuws-Vlaamse vestingstadje waar mijn ouders wonen. De gemiddelde leeftijd ligt in die sportaccommodatie net iets hoger dan in het USC, maar dat had ook wel wat.

Ik ontdekte al snel dat liggen/zitten/staan buffelen op machines waar je nog het zweet van de persoon voor je op ziet blinken, niet zo mijn ding was. Gelukkig werden er ook groepslessen aangeboden en over pilates had ik wel wat positieve dingen gehoord. Het zou moeten zorgen voor een betere balans en meer controle over de spieren. Ik heb geen idee in hoeverre daar wetenschappelijk onderzoek naar is gedaan, maar we moesten push ups doen op Another One Bites The Dust van Queen, dus dat maakte me ook niet zoveel uit. Ik was fan.

Het leuke aan groepslessen is dat je andere mensen leert kennen. Neem Celeste. Een blonde, tengere vrouw, met een asblond en driehoekig kapsel. Immer gekleed in een gewatteerde zilverkleurige bodywarmer. Ze nam regelmatig haar kleinzoon mee en kwam standaard een half uur voordat de les begon: dan kon ze voor zes andere pilates-vriendinnen alvast een matje klaar leggen.

Barbara was iets jonger en ook niet zo tenger. Ze kwam altijd schaamteloos twintig minuten te laat en legde dan zo’n heel dun matje (alle goede had Celeste natuurlijk al gepakt) net iets te dicht naast je neer. Bij iedere houding, meestal in een uitademing, hoorde je haar zachtjes vloeken: fuuuuuuck. 

Dat sporten deed me goed en dat was blijkbaar voor mijn omgeving zo duidelijk dat ik voor mijn verjaardag een abonnement voor het USC kreeg. We zijn inmiddels een maand verder en als je me nog niet in het USC hebt gezien, kan dat goed kloppen. Ik ben er namelijk nog geen één keer geweest. Als iemand amper tijd heeft om wekelijks Heel Holland Bakt te kijken, hoe kun je dan verwachten dat ‘ie wél tijd vrijmaakt voor de sportschool?

De werkelijkheid is dat ik wel gewoon genoeg tijd heb, maar dat ik die beloofde balans van pilates ofwel nog niet heb verkregen, ofwel in de afgelopen vier weken direct ben verloren. Op maandag kan ik wel jankend in bed gaan liggen omdat ik niet een week voorloop met het lezen van de opgegeven literatuur. Op dinsdag verkondig ik tegen iemand ‘dat ik praktisch weekend heb dus dat we best wel even wat kunnen drinken’, om een uur voor de deadline aan het eigenlijke project te beginnen.

Ik ben geen Celeste of Barbara. Ik ben Celeste én Barbara.

Femke Blommaert is student Taal­wetenschap

Deel dit bericht:

Voorpagina

Achtergrond

Wetenschap

Rubrieken

071-527... Taalvoutjes

Tijdens de Week van het Nederlands peilt Vellah Bogle, van de site Taalvoutjes , de …

English page

We're an easy target

Is the Ministry of Justice’s zero-tolerance policy effective against motorcycle …