Troonrede: afschaffen, of niet?

21 September 2017

‘Moet de Troonrede afgeschaft worden?’ Die vraag probeerde Jaap de Jong, hoogleraar journalistiek en nieuwe media aan de Universiteit Leiden te beantwoorden in zijn Prinsjesdag-analyse, die hij dinsdag hield in de hal van de Haagse Campus.

‘Prikkelend’, noemt De Jong de vraag die hij namelijk vaak genoeg te horen krijgt. Hij somt een aantal reacties op: de Troonrede is een ‘raar genre’ en ‘nooit overtuigend’.

De waarde van de Troonrede is dubieus, geeft De Jong eerlijk toe: het ontbreekt namelijk aan allerlei eisen die aan een goede toespraak worden gesteld. Dat de spreker de tekst niet zelf schrijft, helpt ook niet. ‘Normaal leef je op bij anekdotes die je voor je ziet.’ Maar de troonrede mag juist niet te persoonlijk zijn. Gevolg: veel te formele taal. ‘Er mogen echter best meer frisse beelden en flonkerende formuleringen in.’

‘De toon mag niet zwartgallig of jubelend zijn’, vervolgt de hoogleraar. Verder kan de rede slechts twee verschillende boodschappen bevatten: ‘Het gaat goed maar we zijn er nog niet’ of ‘Het gaat slecht en de regering gaat er dit aan doen.’

‘De kunst is om een balans in stijl te vinden: een passende formele setting maar voldoende duidelijk.’ Hierbij moet het gebruik van zogeheten ‘fossiele woorden’ worden vermeden en is jargon zoals ‘stuwmeerproblematiek’ (premier Lubbers) of ‘participatiesamenleving’ (Rutte) eigenlijk verboden.

Al is dat laatste begrip wellicht toch slim gekozen, geeft De Jong toe. ‘Want we hebben het er nog steeds over.’
Omdat de mensen thuis ‘geen kleur mogen herkennen’ en er geen aanstoot aan de tekst genomen mag worden, wordt het retorisch potentieel beperkt. Daarom ‘hebben wij ook geen scherp geprofileerde teksten zoals Bush of Trump’.

Kortom: ‘Het is een wedstrijd die je niet kan winnen.’

Afschaffen dan maar? Toch niet, besluit De Jong: ‘Deze dag is ervoor om samen aan de slag te gaan. De waarde van de Troonrede is als de koffie na afloop bij een voetbalclub: niet per se om excuses aan te bieden voor wat er op het veld is gebeurd, maar wel om weer in gesprek gaan.’ MP

Miljoenennota: student profiteert niet

Prinsjesdag is als het ware de ALV van Nederland. De onverkozen preses houdt een toespraak, en de begroting voor komend jaar komt langs. Die begroting heet de Miljoenennota. Die naam is een understatement, want de Rijksoverheid heeft voor 2018 een begroting van 285 miljard euro.

Die begroting is er vermoedelijk vooral voor de vorm. Na maanden formeren lijkt er toch echt een nieuw kabinet te gaan komen, en dat zal zo zijn eigen ideeën hebben over welk geld waarheen moet.

Van de 285 miljard euro gaan er als het aan het demissionaire kabinet Rutte-Asscher ligt 35,4 miljard naar onderwijs, cultuur en wetenschap. In de begroting voor dit jaar was dat nog 33,8 miljard. De meest in het oog lopende verandering: 270 miljoen extra voor de salarissen in het basisonderwijs.

De uitgaven aan wetenschappelijk onderwijs blijven nagenoeg hetzelfde: 4,4 miljard. Aan onderzoeks- en wetenschapsbeleid wordt ietsje minder uitgegeven: 1,01 miljard in plaats van 1,03 miljard.

Belangenorganisaties voor studenten waren teleurgesteld over de begroting: collegegeld, studiekosten en huren gaan omhoog, maar studenten worden daarin niet tegemoet- gekomen. De Landelijke Studenten Vakbond en het Interstedelijk Studenten Overleg riepen de formerende partijen daarom op om ervoor te zorgen dat de kosten voor studenten niet verder zullen stijgen. BB

 

 

Deel dit bericht:

Nieuws

'Wij willen graag bouwen'

Het kamertekort in Leiden moet in 2020 gedaald zijn tot vijfhonderd. Dat hebben de …

21 September 2017