Bestuivers - Muziek - Kankerkippen

Bestuivers
In Science van afgelopen week staat een artikel over bloembestuivers, met Naturalis-onderzoekster Luísa Carvalheiro als tweede auteur. Haar eerdere onderzoek liet al zien dat een hoge diversiteit aan bestuivende insecten goed is voor de oogst, maar deze studie onderstreept het belang van een hoge biodiversiteit voor kleine boerderijtjes in de Derde Wereld. Die zijn weliswaar klein, maar gezamenlijk voeden ze zo’n twee miljard mensen, dus als zij een probleem hebben met hun bestuivers, is dat meteen een groot probleem. 35 Onderzoekers gebruikten gedurende vijf jaar hetzelfde protocol om meer dan driehonderd velden met 33 gewassen in Afrika, Azië en Latijns Amerika te onderzoeken. De conclusie was andermaal: tekorten in bestuivers leiden tot verminderde oogst. De onderzoekers geven daar een optimistische slinger aan: als je kan zorgen dat er meer biodiversiteit komt, is er ook meer te eten voor de mensen.

Muziek
Aan musiceren worden allerlei gunstige bijwerkingen toegeschreven. Van het spelen van een instrument ga je niet alleen beter muziek maken, je wordt ook beter in allerlei andere dingen. Dat muzikanten gemiddeld een betere timing hebben en beter toonverschillen horen, gelooft u wel. Helpt het ook bij niet aan muziek gerelateerde vaardigheden? De Leidse psychologen Bernhard Hommel en Lorenza Colzato schreven mee aan een overzichtsartikel over die vraag in Frontiers in Psychology.
Kort samengevat: het lijkt er wel op. Muzikanten scoren iets beter op bepaalde geheugen-, creativiteits- en aandachtstaken. Ze kunnen ook sneller informatie verwerken, en het mooie van het onderzoek daarnaar is dat de wetenschappers jongeren volgden tijdens de muzieklessen. Het grote probleem bij onderzoek naar de gevolgen van muziek blijft dat er allerlei andere verschillen zijn tussen muzikanten en niet-muzikanten dan alleen de muziek. Desalniettemin vinden de psychologen de resultaten die er nu zijn hoopgevend, vooral bij het tegengaan van de gevolgen van veroudering van de hersenen.

Kankerkippen
In een artikel in Molecular and Clinical Oncology zetten Christine Mummery en Ana de Melo Bernardo van het Leids Universitair Medisch Centrum samen met een Portugese collega de onderzoeksmodellen voor de eierstokkanker op een rijtje.
Muizen en fruitvliegjes, de werkpaarden van de biologie, zijn nuttig voor sommige onderzoeksvragen. Die twee soorten ontwikkelen echter nooit spontaan kanker aan de eierstokken, dus als model hebben ze ook hun tekortkomingen. Celkweken zijn handig om medicijnen op te testen, maar een petrischaaltje is een volkomen andere omgeving dan een levend wezen.
Kippen krijgen wel spontaan kanker aan hun eierstokken – vrij veel zelfs, omdat ze continue ovuleren. Het ziekteverloop lijkt op dat bij mensen. Ook zijn er de afgelopen jaren meer labtechnieken beschikbaar gekomen om kippenonderzoek mee te doen. Mummery en co zijn dus behoorlijk enthousiast over de kip als proefdier voor het onderzoek naar deze vorm van kanker, maar zeggen ook dat het wetenschappelijk gezien nog toffer is om de verschillende modellen elkaar aan te laten vullen.

Deel dit bericht:

Voorpagina

Achtergrond

Sjoelen for science

Voor studenten culturele antropologie uitvliegen naar Groenland of Kenia om onderzoek te …

Wetenschap

Lang leve Sjakie

Filmwetenschapper Peter Verstraten onderzocht humor in Nederlandse films. ‘Flodder …

Studentenleven

Nieuws

English page

A desperate business

Poor Ghanaian women are being encouraged to start their own businesses. “Those …