Raad verdeeld over collegegeldtermijnen

Onduidelijkheid over gevolgen van vermindering
13 Februari 2014

De universiteitsraad is verdeeld over het voorstel van het college van bestuur om het aantal betalingstermijnen van het collegegeld terug te brengen van tien naar vijf termijnen. Het ontbreekt aan voldoende gegevens om een goede afweging te maken.

Dat bleek maandag tijdens de raadsvergadering. De raad krijgt nu een notitie waarin het college de gevolgen voor studenten schetst van de nieuwe regeling. Daarna volgt een definitief advies.

Het voorstel is het gevolg van de EU-betalingsregeling SEPA, waardoor bijvoorbeeld ook alle bankrekeningnummers veranderd zijn in een IBAN. Een andere verandering is dat de storneringstermijn wordt opgerekt van dertig naar 56 dagen. Dat betekent dat betalingen nog gedurende 56 dagen teruggedraaid kunnen worden. Nu wordt in zo’n geval het collegegeld bij het incasseren van de volgende termijn alsnog betaald.

Bij een storneringstermijn van dertig dagen kan telkens alleen het laatst geïnde bedrag teruggedraaid of geweigerd worden. Bij een situatie van 56 dagen en tien termijnen, kan zowel het laatste als het voorlaatste bedrag gestorneerd worden. Omdat banken pas na twee weken melding maken van een niet geslaagde of teruggedraaide betaling en nieuwe incasso-opdrachten bovendien minimaal zes dagen voor de incassodatum moeten worden klaargezet, blijft er weinig tijd over voor zowel studenten als de universiteit om de betaling recht te zetten.

‘De betalingsachterstand loopt veel sneller op als we tien termijnen behouden’, zei vice-collegevoorzitter Willem te Beest. ‘Dat kost de universiteit en de student veel geld. We houden juist rekening met studenten die de fout in gaan met een betaling.’

De raad wilde vorige week weten hoe bijvoorbeeld verhuurders en energiebedrijven met SEPA omgaan. Het leek de raad onwaarschijnlijk dat zij hun incasso aanpassen. ‘Ik weet niet hoe dit soort organisaties het regelen’, aldus Te Beest. ‘Daar hebben we ook niet naar gekeken. Maar ook andere universiteiten kiezen voor een aantal termijnen vergelijkbaar met ons voorstel. Er ligt overigens ook een wijzigingsvoorstel van de wet op het hoger onderwijs bij de Tweede Kamer waar betaling in vijf termijnen wordt vastgesteld. Maar we weten natuurlijk niet wat de Kamer met dit voorstel gaat doen.’ Daarin wordt overigens wel degelijk ruimte gelaten om af te wijken van vijf termijnen.

Mahamed Xasan van studentenpartij LVS is kritisch. ‘U kijkt met deze regeling alleen naar studenten die in gebreke blijven. Er verzuimen nu zo’n duizend studenten per maand, vijf procent van het totaal. Het is naïef om te denken dat zij wel betalen als de termijnen veranderen.’

Mara Lammerdin van studentenpartij BeP: ‘Wij vrezen echt dat het veel vaker misgaat in een systeem van vijf termijnen en zijn hier tegen.’ Janna Vermolen van studentenpartij SGL was het niet met haar eens. ‘We worden nu eenmaal geconfronteerd met deze Europese regeling. Je mag van studenten verwachten dat ze daar mee kunnen omgaan.’ Joost Augusteijn van personeelspartij Abvakabo: ‘We willen weten wat het effect is op studenten in beide scenario’s. We weten nog steeds niet wat er gebeurt als een student niet betaalt en kunnen ons niet voorstellen dat de EU een regeling invoert die een maandelijkse incasso bijna onmogelijk maakt. Het is gewoon niet helder.’

Het college beloofde de raad een notitie te sturen waarin precies wordt uitgelegd wat de consequenties zijn voor studenten die een betaling missen in een scenario met vijf of juist met tien termijnen.
Vincent Bongers 

Deel dit bericht:

Nieuws