Zo eng is het ook weer niet

De Leidsche Studenten Aeroclub blijft zo lang mogelijk boven

Foto’s Sjef Prins

Door Petra Meijer

Elke twee weken zweeft Leidsche Studenten Aeroclub door het luchtruim. Mare mocht ook mee omhoog. ‘Laatst nam ik mijn oma van 83 mee. Ze vond het fantastisch.’

‘Let maar niet op het plakband’, zegt Hendrik van Putten, terwijl hij naar de vleugels van het vliegtuig wijst. ‘Het zit er niet voor de stevigheid, maar voor de luchtafdichting.’ De vaste instructeur van de Leidsche Studenten Aeroclub (LSA) loopt langs het zweeftoestel en geeft zachte klopjes op de vleugels. ‘Als er ergens een zwakke plek zit, dan hoor je dat’, verklaart preses Sander van der Harst (20, bestuurskunde), terwijl hij de vliegtuighoezen opvouwt. 

Van Putten voert de dagelijkse controle uit en haakt het vliegtuig vervolgens achter de trekhaak van zijn bestelbusje. Ongeveer eens in de twee weken vertrekt de gepensioneerde wiskundige met een groepje Minervanen naar zweefvliegveld Terlet, waar de heren een eigen vliegtuig hebben staan. ‘We hebben zelf geen lier, en zijn dus eigenlijk overgeleverd aan de bereidwilligheid van andere verenigingen’, legt Van Putten uit. Vandaag vliegt LSA met de Delftsche Studenten Aeroclub (DSA). Bij een Gelderse vereniging wordt een startgelegenheid geronseld. Een paar minuten later wordt de tweezitter met behulp van hun lier gelanceerd.
‘Ik wilde eigenlijk piloot worden’, vertelt Van der Harst. ‘Helaas ontdekte ik dat de kans op een vaste baan als piloot nihil is, dus toen ik deze subvereniging van Minerva ontdekte, wist ik zeker dat ik wilde vliegen.’

In de praktijk zijn de leden van LSA allemaal lid van Minerva. ‘Maar we zijn een open subvereniging, dus iedereen is welkom’, zegt Van der Harst. ‘Het lidmaatschap bedraagt honderdvijftig euro. Voor dat geld mag je vijf keer vliegen. En als je vaker wilt, kost dat vijftien euro per keer. Maar studenten kunnen ook mee voor een losse vlucht. Daarvoor betalen Minerva-leden 25 euro en niet-Minervanen dertig euro. Veel mensen denken dat zweefvliegen een dure hobby is, maar voor drie tientjes zit je dus wel gewoon in de lucht en kun je ervaren hoe bijzonder het is.’

Het weer zit mee en er is voldoende thermiek (stijgende warme lucht). Het vliegtuig landt een half uur later aan de andere kant bij de Delftenaren. In wrakkige autootjes zonder kentekenplaat pikken de technische studenten de toestellen op. ‘Ik had nog veel langer kunnen zweven, zegt Van Putten als hij weer terug bij de startbaan is. ‘Maar mijn passagier werd een beetje misselijk. Dat kan gebeuren, maar normaal gesproken is het natuurlijk de sport om zo lang mogelijk boven te blijven.’

Links vliegt een buizerd. Even verderop hangt een vijftal zweefvliegtuigen als grote vogels in de lucht. De gelijkenis in hun bewegingen is opvallend. Er worden wat handjes geschud en wat namen genoteerd, dan is het tijd voor de tweede vlucht. ‘Als je misselijk wordt’, waarschuwt Van Putten, ‘zit er in het vakje naast het raam een zakje.’

De opstijging is ongetwijfeld het spannendste onderdeel van de vlucht. ‘Het vliegtuig gaat van nul naar honderd kilometer per uur in twee seconden. Je zet je onbewust toch altijd even schrap’, zegt Freek Mohrmann (25, lucht- en ruimtevaarttechniek). ‘Ben je in Six Flags wel eens in de Superman the Ride geweest?’, vraagt Marko Škoravié (23, werktuigbouwkunde). Mohrmann: ‘Zo eng is het ook weer niet. Laatst heb ik mijn oma van 83 voor het eerst mee de lucht in genomen. Ze vond het fantastisch.’

Maar terwijl de spanning oploopt, blijft het vliegtuig aan de grond. De rij met vliegtuigen die op de lier wachten wordt langer en langer, maar de heren blijven kalm. ‘We hebben een salade!’ roept een van de Delftse studenten tegen de inzittenden. ‘Dat betekent dat de lier kapot is’, verklaart Van Putten. Dat is niet echt een geruststellende gedachte, maar hij zegt overal op te zijn voorbereid. ‘Als de lier breekt op een hoogte onder de honderd meter, dan vliegen we rechtdoor naar het tegenovergelegen veldje. Bij een hoogte boven de honderd meter maak je een bocht en land je netjes op hetzelfde veld.’

Een half uur later komen de Delftse studenten ineens in beweging. Er komt een auto aangereden met de kabels. ‘Wat voor een salade was het nou?’, vraagt Van Putten. Het blijkt om een ‘spaghetti’ te gaan. Nadat het vliegtuig gelanceerd is, wordt de lier ontkoppeld. Deze valt – vertraagd door een kleine parachute – naar beneden. Soms draait de kabel in lussen in elkaar, en als de lier dan wordt binnengehaald komt hij vast te zitten.

Het vliegtuig wordt vastgekoppeld en de startauto geeft met een lichtsignaal aan dat de lier zachtjes strak kan worden getrokken. Na een tweede signaal schiet het vliegtuig omhoog. Binnen een paar tellen is de cockpit omgeven door blauwe lucht. Wat een kick! Als het toestel een horizontale positie aanneemt, wordt de kabel losgekoppeld en is het ineens helemaal stil.

‘En toen zaten we op ruim vijfhonderd meter hoogte’, zegt Van Putten, die achterin zit.
Beneden lopen miniatuurkoeien in een miniatuurweiland. Op de Veluwe ontwaren we wat wandelende mensenmieren. In een van de graanvelden is een gigantische QR-code aangebracht die alleen vanuit de lucht te zien is.

‘Het is helemaal dichtgetrokken, dus ik vrees dat het een korte vlucht wordt’, zegt Van Putten. ‘Tijdens wedstrijden wordt er soms kilometers over land gevlogen, maar wij blijven meestal in de buurt van het vliegveld. Het is toch vervelend als je ineens in een maïsveld moet landen. Dan moet je die boer weer vijftig euro betalen.’

De landing wordt ingezet en na een vlucht van zeven minuten staan we weer met beide benen op de grond.
‘Als er geen thermiek is, maak je korte vluchten’, zegt Van der Harst. ‘Maar zo erg is dat niet, want de opstijging en landing vind ik het allerleukst.’ Van Putten, die al 48 jaar vliegt, vindt juist het zweven het mooist. ‘Voor mij is het bijna een vorm van meditatie.’

Wie regelmatig meevliegt, leert ook om zelf te vliegen. ‘In eerste instantie leer je om op veilige hoogte zelf een bocht te maken. Na veertig of vijftig vluchten mag je zelf vliegen en na honderd tot honderdvijftig vluchten ben je klaar voor het examen.’ Škoravié: ‘Het leukste aan vliegen is dat je zelf bepaalt waar je naar toe gaat. Als je op de snelweg rijdt, moet je de andere auto’s volgen. In de lucht ben je vrij als een vogel.’

Deel dit bericht:

Voorpagina

Achtergrond

Wetenschap

Grote kleine kwaal

Huisarts en promovendus Sjoerd Bruggink zette ons beeld van wratten op de kop. …

Studentenleven

De perfecte haal

Bij toeval begon ze in Leiden te roeien. Zeven jaar later werd biologe Marie-Anne Frenken …

Column: Gefelicitweet

Mediaspecialisten, sociologen en ‘trendwatchers’ krijgen het niet vaak genoeg …

Rubrieken

English page