Column: Trucje

De eindexamens zijn weer begonnen! Je hoort het op steeds meer scholen: examentraining. Voor ons een verre herinnering. Tentamentraining is een stuk minder veelvoorkomend, en bovendien bepalen we zelf wel of we een jaartje langer doorstuderen omdat dat ene tentamen gewoon slecht getimed was. De druk is min of meer van de ketel. Je bent geneeskunde binnen gewandeld met je acht gemiddeld, en nu volstaat een zes. Oh ja! De zesjescultuur. Daar heb je al genoeg over gehoord. Zal ik je dan ook niet mee vervelen. Het gaat nu even over scholieren, en examens.

Als docent hoor ik dat er trucjes zijn die je je leerlingen bij kan brengen. Die trucjes hebben over het algemeen een hoog bijgeloofgehalte. ‘Als er een woord in het antwoord staat dat in de luistertoets genoemd wordt, is dat niet het antwoord, maar een instinker.’ Dat soort technieken. Ze zeggen dat het werkt.

Examentrainingen zijn niet voor niets zo populair. En misschien is het ook allemaal wel waar: dat als er ‘altijd’ in één van de meerkeuzeantwoorden staat, dat dat dan sowieso fout is. Dat als twee antwoorden op elkaar lijken één van de twee sowieso het goede is. Misschien ga je dan wel van een vier naar een zes. Scholen hebben ook een quotum. En het gaat er toch om dat je dat examen haalt?

Maar hier word ik zo woest van, zo nietsontziend razend: wat leerlingen hier voornamelijk van leren, wat leerlingen hier exclusief van leren, is dat er cheats zijn voor kennisverwerving. Dat je op weg naar zelfverbetering prima een stuk kunt afsnijden. Dit zijn de leerlingen die als studenten (en kijk, hier gaat het opeens over jou) vlak voor een tentamen beginnen te leren en het dan halen omdat het allemaal nog zo vers in hun geheugen zit. De leerlingen die een maand later alles kwijt zijn. Weet ik alles van. Was ik zelf ook. Ben ik, en dit is mijn persoonlijke en tragische zelfbesef, nog steeds.

We leren scholieren dat het gaat om het cijfer. Dat leren we ze omdat we het zelf denken. En we denken het zelf omdat het, in de context van employability, in de context van langstudeerlijfstraffen, en in de context van beloning naar product in plaats van inzet, inderdaad gaat om het cijfer. In een maatschappij als de onze is het het resultaat dat het belangrijkste is, want een resultaat kan je te gelde maken en een leerproces niet. Vandaar dus trucjes. En vandaar dat we allemaal functioneren op de helft van ons kunnen omdat dat makkelijker is en we hebben het al zo druk. Druk met stagneren. Druk met genieten van de druk die van de ketel is.

Hier is een trucje: werk hard. Realiseer je dat je vaak iets leert zonder dat je daar een beloning voor krijgt. Realiseer je dat een afgesloten vak niet betekent dat je klaar bent met dat onderdeel van je ontwikkeling. Blijf leren. Leer nieuwe dingen. Verbeter de dingen die je al kent, en kunt. Het maakt niet uit of het hier gaat over Frans, internationaal strafrecht, een taart bakken, of skiën. En als je deze zomer afstudeert en gaat werken, zie de onvermijdelijke en oneindige trainingsessies op je werk dan niet als noodzakelijk kwaad. Zie het als een voorrecht. Als een kans.

Ja? De toets begint nu.

1. Wat zegt docent Anne van de Wijdeven over toetsing in dit fragment?

a. Dat het altijd het belangrijkste is dat je een voldoende haalt.

b. Dat er trucjes zijn om een voldoende te halen.

c. Dat leren een doel op zichzelf is.

Anne van de Wijdeven is literatuurwetenschapper en docent Engels in opleiding

Deel dit bericht: