Column: Angst en verbroedering

Vier weken nadat twee snelkookpannen in het hart van de stad ontploften, hangen de vlaggen nog steeds halfstok. Op de stadsbussen knippert er niet alleen de bestemming, maar ook "Boston Strong".

Op maandag 15 april, Patriots Day én Marathon Monday, was ik op weg naar het vaderlandslievende feestje van een collega (‘because America was built on the tradition of day drinking’). Op mijn route dacht ik wel even een stukje marathon mee te kunnen pakken, maar de mensenmassa bij de finish maakte daar enige route onmogelijk. Met velen anderen kreeg ik het idee om via een warenhuis met een achteruitgang de massa te omzeilen.

Samen werden wij getuige van een hard knallend geluid aan de voorkant van datzelfde warenhuis. Het was duidelijk dichtbij en klonk als metaal. Bij het zien van de paniek van Amerikaanse omstanders probeerde ik mijn Hollandse nuchterheid te houden (‘die Amerikanen dachten natuurlijk altijd weer meteen aan een terrorist attack…’).

Na dertien seconden en een tweede bom, overwon mijn adrenalinepeil het van mijn nuchterheid. De stille paniek werd opgevolgd door talloze sirenes en agenten die huilende en rennende mensen weg van de plek des onheils sluisden. Door mijn hoofd speelde de vraag of ik in de open lucht of juist binnen moest blijven. Ik hoorde een Amerikaan zijn familie vertellen om juist weg van de hoge gebouwen te gaan, maar tegelijkertijd kon het gevaar natuurlijk ook uit de lucht gekomen zijn.

In de nasleep probeerden de Amerikaanse media en het volk al snel het leed om te zetten in een kans om te tonen dat zij zich niet lieten intimideren. Mensen toonden strijdkracht en strijdlust bovendien. Een Amerikaanse anchorman reageerde hier gevat op door te stellen dat men, als in een CSI-aflevering, ‘na de reclame verwachtte te weten wie de dader was’.

De meest opvallende quote was nog wel dat deze gebeurtenis ‘je vertrouwen in de medemens versterkt’. Hoewel de angst die ik ter plekke ervaren had, je zeker deed verbroederen met de andere mensen, voelde ik toch ook sterk de aanwezigheid van een ‘ieder voor zich’-instinct. Ik maakte me geen illusies: als er één uitweg zou zijn, was mijn buurman net zo goed over mij heen gelopen.

De verslaggever doelde op de vele hulpverleners en omstanders die in plaats van wég van het gevaar, direct op de bommen in waren gerend. De mensen die over hekken klommen om de slachtoffers met afgerukte ledematen direct te hulp te schieten. Om die reden worden vaak twee bommen achter elkaar gebruikt, vertelde weer een andere verslaggever, want dan raakt de tweede ook nog eens de hulpverleners.

Ik ben het maar als volgt gaan bekijken. Zoals een noodsituatie je zowel verbroedert met je naasten, als dat het je hun ‘overlevingsconcurrent’ maakt; zo win én verlies je een beetje vertrouwen in je medemens bij een terroristische aanslag.

Marit de Vos

Vijfdejaars studente geneeskunde, doet dit collegejaar onderzoek in een ziekenhuis van Harvard Medical School in Boston.

Deel dit bericht: