Die 6 zit tussen de oren

Zesjescultuur is een vaag begrip, maar Zijlstra baseert er wel zijn paradoxale beleid op

Van staatssecretaris Halbe Zijlstra moeten alle studenten excelleren. Maar dat wordt ze juist onmogelijk gemaakt, betoogt Johannes Visser. ‘Hij probeert van onderwijs een bio-industrie te maken.’

Het beeld is bekend: de student aan wie je steevast je pen moet uitlenen, die aan het eind van de collegereeks je aantekeningen wil kopiëren, die meer weet van poppers dan van Popper en die rimmen verkiest boven Rimbaud. En dan blijkt in het derde jaar dat je met hem in dezelfde bachelorscriptiewerkgroep zit, omdat hij de afgelopen jaren weliswaar vaker met zijn gezicht dan met zijn kont boven een wc heeft gehangen, maar toch precies aan alle criteria voor de werkgroep heeft voldaan – mits hij volgende week die ene opdracht nog inlevert.

Het moet maar eens afgelopen zijn, vindt Halbe Zijlstra. Hij wil af van de zesjescultuur. Dat hoeft niet te verbazen, want Zijlstra heeft een hekel aan cultuur. Toch is het op zijn minst komisch te noemen dat het juist Zijlstra is die de student van anti-intellectualisme beticht. Een politicus wiens grootste verdienste de invoering van de Voetbalwet is. Iemand die in interviews grif toegeeft dat muziek gaat om ‘uit je dak gaan’ en wiens favoriete auteur Dan Brown is.
Bovendien heeft Zijlstra er in zijn eerste jaar als staatssecretaris juist alles aan gedaan om het excellerende studenten moeilijk te maken. Voor een tweede studie betaal je duizenden, zo niet tienduizenden euro’s. Zijlstra die ageert tegen de zesjescultuur is als Robert M. die zich uitspreekt tegen de kinderstring
Volgens deze Zijlstra gaat de student, of liever de student van tegenwoordig, dus het liefst voor een zesje. Een blik in het digitaal krantenarchief van LexisNexis leert ons dat de term ‘zesjescultuur’ al in 1996 voor het eerst in een tijdschrift verschijnt. In Quote wordt universiteit Nijenrode besproken, met als opmerkelijke conclusie: ‘De zesjescultuur is aan het verdwijnen. Met een zesje kun je niet meer overleven.’ Op 27 april 2005 verschijnt een ANP-bericht over een studentenprotest tegen de plannen van, jawel, staatssecretaris Rutte. ‘De studenten vrezen dat zij in de toekomst geen tijd meer hebben om zich naast hun studie te ontplooien. Ook verwachten zij dat een “zesjescultuur” ontstaat als de Tweede Kamer akkoord gaat met de plannen van de staatssecretaris.’
Op 13 oktober 2006 een nieuw krantenbericht: ‘Ze (minister Maria van der Hoeven, JV) meent dat leerlingen ‘het gewoon goed doen’, dat ‘excelleren geen vies woord meer is’ en dat de ‘typische Nederlandse zesjescultuur’ langzaam verdwijnt.’ NRC Handelsblad kopt op 10 maart 2007: ‘Studenten zweren zesjescultuur af.’
Even gemakkelijk wordt in dezelfde jaren het tegendeel beweerd: de student is wel degelijk lui en twee op de drie studenten geeft aan geen extra moeite te doen voor een cijfer hoger dan een zes. Het is een vaag begrip, de zesjescultuur, een pijn die niet verklaard kan worden en die misschien zelfs tussen de oren zit.
Maar niet voor Zijlstra. Hij gelooft heilig in de zesjescultuur. Misschien niet zo gek. Als je een jaar met Dion Graus hebt samengewerkt, ga je vanzelf geloven dat er met het onderwijs iets mis is geweest de afgelopen jaren. Zijlstra komt zelfs met maatregelen die de tendens moeten stoppen. Uit een bericht van de NOS: ‘Volgens de staatssecretaris moet het gemakkelijker worden voor onderwijsinstellingen om eindexamencijfers te laten meetellen bij de selectie van studenten. Maar cijfers mogen niet het enige selectiecriterium zijn; er moet bijvoorbeeld ook een motivatiegesprek worden gevoerd.’
Je hoeft geen acht voor argumentatie gehaald te hebben om te zien waarom Zijlstra’s plannen geen oplossingen bieden. Bijvoorbeeld: wanneer je eindexamencijfers laat meetellen bij de selectie van studenten, kan dat ertoe leiden dat studenten in spe de toegang tot hun studie naar keuze wordt ontzegd. Gedemotiveerd beginnen zijn aan de studie die hun tweede keuze is. Of: het zal de bijna-student die niet weet wat hij moet studeren zijn die slecht voor de dag komt bij een motivatiegesprek. Hij zal bij elk motivatiegesprek hetzelfde probleem hebben. Bovendien heeft het selectiebeleid voor de kandidatenlijst van de PVV al aangetoond dat zo’n methode de rotte appels er niet per se uit hoeft te pikken.
Er zijn nog 101 andere praktische bezwaren te geven tegen de Buurman & Buurman-oplossingen van Zijlstra. Verontrustender is dat de plannen het onderwijsbeleid van de afgelopen veertig jaar simpel aan de kant schuiven. Probeert de regering al sinds invoering van de Mammoetwet in 1968 zoveel mogelijk jongeren aan een vervolgopleiding te krijgen, nu wil zij slechts nog excellerende studenten.
Bovendien ondermijnt Zijlstra met zijn maatregelen en passant het hele idee van de middelbare school. Een vwo-diploma alleen geeft als het aan Zijlstra ligt binnenkort geen garantie meer op een studie. En merk ook de paradox op. Enerzijds wil Zijlstra dat eindexamencijfers mee gaan wegen bij de selectie van studenten, anderzijds wil hij dat eindexamencijfers minder belangrijk worden - een motivatiegesprek moet ook mee gaan tellen.
Zijlstra zal er zelf niet bij stilstaan. Voor hem is het probleem, als dat er al is, even eenduidig als de plots van zijn favoriete boeken. Laat je Zijlstra de financiële crisis oplossen, dan stort hij morgen een tientje op eenieders rekening. Vraag je naar Zijlstra’s oplossing voor het Palestijns-Israëlisch conflict, organiseert hij een touwtrekwedstrijd die voor eens en altijd beslist wie zich rechtmatig eigenaar van het land mag noemen. Moet Zijlstra iets doen aan de voedseltekorten in derdewereldlanden, dan stuurt hij nog geen week later een dozijn Allerhandes naar Congo.
Eerst was Zijlstra er alleen nog op gebrand studenten zo snel mogelijk door hun studie heen te jagen. Langstudeerders moesten worden beboet en tweede studies waren uit den boze. Nu wil hij ook nog dat nieuwe studenten gemotiveerd zijn en excelleren. Zijlstra probeert van onderwijs een bio-industrie te maken. Dan moet hij niet vreemd opkijken wanneer dat slechts taaie sudderlapjes oplevert.

Johannes Visser sprak vorig jaar bij de studentenprotesten in Amsterdam en Den Haag de menigte toe. Hij studeerde Nederlandse taal en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. Hij kreeg een 7,5 voor zijn scriptie.

Deel dit bericht: