Fijnstof fotograferen

Academische Jaarprijs gaat op aan ‘grootste publieksmeting aller tijden’
Door Bart Braun

Een team met Leidse astronomen won vorige week de Academische Jaarprijs. De wetenschappers gaan tienduizend opzetstukjes voor smartphones uitdelen, voor een van de grootse publieksexperimenten ooit.

Sterrenkundige Frans Snik heeft honderdduizend euro gewonnen, en hij gaat het allemaal uitgeven. Aan u. In de vorm van een technologische upgrade van uw iPhone die het apparaat dingen laat doen die het nu nog niet kan, en die u vooralsnog nergens anders kunt krijgen. Of het gratis wordt, durft hij nog niet te beloven, maar hij legt er op toe. 'Het wordt in elk geval goedkoop', belooft hij.
U moet er wel iets voor terug doen. Ergens in de mooie maanden van 2013 krijgt u bericht dat de metingsdag eraan komt. Op de dag zelf neemt u uw opzetstukje, u schuift het voor de lens van uw telefoon, en neemt wat foto's van de lucht. That's it.
De technologie uit de opzetstukjes komt uit de sterrenkunde, en zorgt ervoor dat uw telefoon kan meten aan de golflengtes en de polarisatie van het licht waarmee u fotografeert. Apparatuur die dat kan, is normaal best prijzig, maar alles dat het duur maakt zit al in de telefoon, net als de gps-ontvanger die doorgeeft waar u precies de foto's heeft gemaakt.
De telefoon stuurt de meetgegevens door naar Snik en zijn collega's, die vervolgens softwarematig het licht uit elkaar rafelen. Specifieker: lucht met fijnstof erin heeft andere optische eigenschappen dan schone lucht. Door de tienduizend metingen samen te voegen, hopen Snik en co de grootste fijnstofmeting vanaf de grond ooit te doen. 'En het grootste citizen science-experiment aller tijden. Doordat we met tienduizend mensen gaan meten, kunnen we niet alleen iets zeggen over hoeveel fijnstof er is, maar ook over de grootte van de stofdeeltjes. Als de meting echt goed is, kunnen we zelfs bepalen wat voor soort stof het is, bijvoorbeeld roet of zeezout.'
Bij de opzetstukjes hoort ook een app die de meting zo intuïtief mogelijk moet maken. De rest van de tijd kun je met het opzetje je eigen polarisatie- en spectrumwaarnemingen doen. Snik: 'Kinderen kunnen door spectra te meten 's bijvoorbeeld avonds uitzoeken wie in de buurt er spaarlampen heeft en wie nog gloeilampen heeft.'
Nadeel van de smartphone-methode is dat je niet ziet hoe hoog het fijnstof zit. Als metende burger ben je vooral geïnteresseerd in de lucht die je inademt, maar het verschil tussen stof in die lucht en ultrafijn Saharazand op tien kilometer hoogte haal je niet uit zo'n foto. 'Dat klopt', zegt Snik. 'Alleen deze meting zal niet voldoende zijn. Maar met andere instrumenten, zoals satellieten, kan je meten aan dat stof in de hogere luchtlagen. Als je daar niets vindt, weet je dat het stof dat je meet in de onderste kilometers zit. Dan kan het RIVM, die met ons in het team zitten voor de Academische Jaarprijs, een busje langs sturen voor een zorgvuldiger meting. Als ons experiment dan dingen meet die echt nieuw zijn, dan weten we dat we ermee door kunnen. Dan nodigen we de deelnemers ook uit om zelf vaker te gaan meten'

Meer info en opgeven: www.ispex.nl

Deel dit bericht: