Cultuur
Doodmoe van al dat fietsen
In de verhalenbundel Kop in de wind racet Wilfried de Jong met een Katwijks toptalent en een oorlogsveteraan zonder benen. Alleen slaat de wielerromantiek soms om in pure porno.
Frank Provoost
woensdag 13 juni 2012
© VPRO

En dan is er nog een sport waarover niemand raakt uitgepraat: wielrennen. Wat is de heroïek van een sport waarin alle 'kampioenen' uiteindelijk de robots zijn van een paar ingenieuze pillendraaiers? Als de ware competitie zich in het lab en bij de bloedbank afspeelt, waarom wordt 'het snot voor de ogen rijden' dan zo verheerlijkt? En waarom bestaat er dan wel een literair tijdschrift over wielrenners en niet over marathonlopers, triatleten of sporters met een nog grotere doodsverachting?

Zijn het de bouwvakkersarmen, de verweerde koppen, de tragische mannen in te strakke pakjes die nauwelijks normaal kunnen lopen vanwege de blokjes onder hun belachelijke schoentjes, de dorpscafés, de oude toeschouwers met klapstoeltjes, de rondjes rond de kerk, de premies op de meet mede mogelijk gemaakt door slagerij Kauwels (ook voor de beste ambachtelijke leverworst)?

Hijgend stond ik stil. Opnieuw moest ik slikken. Zoveel zuur. Diep van binnen kwam een golf aanrollen. Ik ging over mijn stuur hangen, sperde mijn mond open. Haring en kibbeling in een bruine plas cola.

Theatermaker, tv-presentator en interviewer Wilfried de Jong heeft die treurigheid prachtig gevangen in zijn verhalenbundel Kop in de wind. In het verhaal 'Kramp' wordt de hoofdpersoon bij zijn trainingsrondje in de Noordwijkse duinen genadeloos gepasseerd door een vijftienjarige Katwijker. Als hij moet lossen, vergrijpt hij zich bij een viskraam aan vette snacks, die op de terugweg uiteraard in het zand belanden. Uiteindelijk duwt de jonge Katwijker hem als een oude man huiswaarts. Maar ook de jonge wielergod blijft niet gespaard. Hij zal zijn talenten immers nooit kunnen verzilveren: op zondag koersen mag niet van de kerk.

Met hetzelfde oog voor detail beschrijft De Jong een toertochtje met een Amerikaanse oorlogsveteraan zonder benen die in zijn rolstoelfiets door de bergen scheurt, of de moord op een meerkoet. Na de fatale botsing beschrijft hij tergend traag hoe hij het beest uit zijn lijden verlost: na tevergeefs heen en weer over de nek te hebben gereden trapt hij toch maar de schedel in. Maar dan? Waar laat je het lijk van een meerkoet?

'Ach ja. Miguel. Die lange van Pamplona. Vijf keer achter elkaar de Tour de France gewonnen. Zoals hij in 1990 in de klim naar Luz Ardiden op het einde wegreed van wereldkampioen LeMond. Zo mooi. Handen losjes op het stuur, zwaar verzet. Als ik dat knikje zag in Miguels nek, dan wist ik: hij heeft een goede dag.'

Alleen: soms slaat de romantiek door. Bijvoorbeeld bij de orakelwijsheden van wielerweduwe en mysterieuze masseuse Mona Lisa, woonachtig in een schimmig hutje op de Col de l'Homme Mort, een berg van de eerste categorie. Of wanneer volwassen mannen hun fiets een koosnaampje geven. Of in dialogen waarin een Italiaanse schone bij een toevallige ontmoeting op een verlaten kerkhof vraagt:

'Met welk verzet reed u omhoog naar het dorp?'

'Ik geloof ergens tussen de 21 en 23 achter.'

'Niet slecht.'

De middag dat ik de fiets bij hem bestelde waren we het steeds eens geweest over de opbouw van de Pegoretti: een Campagnolo Chorus-groep met 50 en 34 tandjes voor en tandwielen achter oplopend van 13 tot 26, een zwart San Marco-zadel en Syntace-stuur.

En dan ontspoort doorgeslagen romantiek in pure wielerporno. Bij al die glimmende velgen, gladde frames, diepe schroefdraden en inbussleutels dringt zich weer die vraag op: waarom is een ketting smeren wel literair verantwoord en een auto tunen niet? Vervang voor de grap "Pegorett" maar eens door "Opel Manta", "Campagnolo Chorus-groep"door "5-gang Omega/senator ZF 25 versnellingsbak", "San Marco-zadel" door "Irmscher-spoiler" en "Syntace-stuur" door "Empi deurtrekkers". Het ene tandwiel is kennelijk het andere niet.

'Hybride. Mijn god, een stadsfiets die doet alsof hij een racefiets is. De transseksueel onder de tweewielers.'

Als naast de pornoficatie van de koersfiets, er ook nog homofoob snobisme optreedt, weet je dat het tijd is voor een surplace. Aan de stijl ligt het niet, maar van al dat fietsen word je doodmoe.

Wilfried de Jong: Kop in de wind, Podium, 176 pgs, € 17,50. De auteur signeert bij boekhandel Selexyz, zaterdag 16 juni, 16.00 u