Column: Bestaat een niet-Nederlands uiterlijk?

De afgelopen weken was een artikel van Leidse criminologen en juristen volop in het nieuws: uit hun onderzoek blijkt dat politierechters verdachten met een niet-Nederlands uiterlijk strenger straffen. Een belangrijk onderzoek, want het wijst op de institutionalisering van discriminatie binnen het rechtsstelsel, bij uitstek een institutie waar gelijke behandeling centraal zou moeten staan. Blijkbaar is Vrouwe Justitia toch niet zo blind.
In de media ging het uiteraard over de verontrustende conclusie dat de besluitvorming van politierechters bevooroordeeld is. Verder ging een belangrijk deel van de discussie over statistische termen: het gebruik van de term 'odds' (kansverhouding) werd vaak verward met de term 'kans'. Ik was zelf bij het lezen van het artikel (gepubliceerd in het Nederlands Juristenblad) geïntrigeerd door een ander aspect, namelijk het gebruik van de term 'niet-Nederlands uiterlijk'.
Hoe meet je zoiets? Wat is een 'niet-Nederlands uiterlijk', en hoe operationaliseer je het als variabele? Je komt al snel uit bij andere, politiek-filosofische kwesties uit: wat is überhaupt 'Nederlands'?
Aan de Universiteit van Amsterdam is een groep sociologen en antropologen bezig met een onderzoek naar de 'culturalisering van burgerschap'. Zij kijken naar hoe, binnen Nederlandse discussies over burgerschap, de nadruk is verschoven van juridische definities naar culturele definities. Nederlanderschap wordt steeds minder gezien als een nationaliteit, een staatsburgerlijke status, en steeds meer als een culturele eigenschap of affiniteit. Dit Amsterdamse onderzoek biedt een sterke analyse van recente maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. Maar het belang van uiterlijke, lichamelijke kenmerken in processen van in- en uitsluiting komt nauwelijks aan bod.
Hoe zit het met de 'somatisering' van burgerschap? Bewust of onbewust is voor veel mensen Nederlanderschap niet alleen een kwestie van paspoort of cultuur, maar ook van uiterlijk. Hoeveel generaties je familie ook in Nederland woont, hoe cultureel aangepast je ook bent, als je uiterlijk 'afwijkend' is (van een blonde, blauwogige norm?) zal je vaak als 'niet-Nederlands' worden ingedeeld.
Het Leidse onderzoek werd uitgevoerd op basis van observaties door studenten met een gestandaardiseerde checklist. Bij navraag begreep ik dat de variabele 'niet-Nederlands uiterlijk' gebaseerd was op een combinatie van de subjectieve inschatting van de observant, en de registratie van het geboorteland van de verdachte. Bij onduidelijkheden moesten observanten dit kenmerk open laten. Als er onzekerheid bestond of het uiterlijk van de verdachte al dan niet Nederlands was, werd die case niet opgenomen in de analyse. Dit was slechts in tien van de 541 zaken het geval, dus de observanten voelden zich vrij zeker over hun vermogen het onderscheid tussen een Nederlands en een niet-Nederlands uiterlijk te maken.
Ik vind dit soort onderzoek ontzettend belangrijk. Het is dan ook niet mijn bedoeling de onderzoekers aan te vallen. Wel wil ik graag een kanttekening zetten bij hun categorisering.
Als we niet uitkijken, draagt ons wetenschappelijke werk ook bij aan de somatisering van burgerschap. Studenten – en allicht zelfs rechters – denken een trefzeker onderscheid denken te kunnen maken tussen Nederlandse en niet-Nederlandse gezichten of lichamen. Kunnen wij wetenschappers het ons permitteren om die assumpties, of die taal, kritiekloos over te nemen? Als we er in ons onderzoek vanuit gaan dat – hoe subjectief gedefinieerd ook – er iets bestaat als een niet-Nederlands uiterlijk, versterken we de associatie tussen nationaliteit en fenotype.
Mijn eigen discipline, de antropologie, heeft een roemloze geschiedenis van somatische categorisering. Diverse vormen van 'antropometrie', van schedelmeten tot visuele ordeningen, werden ingezet om de mensheid in een afgebakende serie standaardtypen te verdelen. Daarnaast heb ik zelf een uiterlijk en een naam die vaak als niet-Nederlands worden geïnterpreteerd. Het is waarschijnlijk vanuit die combinatie van disciplinaire en persoonlijke kenmerken dat ik er altijd extra huiverig voor ben als wetenschappers impliciet de aanname onderschrijven dat nationaliteit aan het lichaam af te lezen is.

Rivke Jaffe
Universitair docent culturele antropologie

Deel dit bericht: