Column: Copyright©

Een tijdje terug heb ik een artikel geschreven over hoe het idee van ‘de getto’ verbeeld wordt in populaire cultuur. Het zou deze zomer uitkomen in een Brits urban studies blad. Plots kreeg ik een mail van de redacteuren: een oplettende copy-editor had hun er op geattendeerd dat er veel songteksten in het artikel geciteerd werden. Ze hadden de copyrightexpert van de uitgever geraadpleegd en zijn oordeel was “Even quoting just one line could get us into hot water.” Het advies was dat ik óf alle teksten moest schrappen óf elke afzonderlijke tekstauteur een copyright permission form moest laten ondertekenen.
Een Britse romanschrijver moest recent 1000 pond betalen om twee regels van een Bob Marley liedje te citeren. Maar is een roman niet iets anders dan een wetenschappelijk artikel? Een songtekst aan wetenschappelijke analyse onderwerpen is toch niet hetzelfde als een cover-versie van een liedje uitbrengen? Uit nieuwsgierigheid probeerde ik uit te zoeken welke copyright-regelgeving van toepassing is op citaten in wetenschappelijk werk. Weinig verrassend blijkt het een ontzettend wazig terrein.
Met de opkomst van nieuwe technologie is het steeds makkelijker geworden om muziek, films, enzovoorts te kopiëren en via het internet te verspreiden. De pogingen van de muziek- en filmindustrie om dit te bestrijden hebben overwegend weinig succes. Ook uitgevers moeten er aan geloven – er zijn allerlei websites die gratis (en illegaal) pdfs van complete boeken aanbieden.
Wat zou ik er zelf van vinden als een boek van mij zo te downloaden was? Ergens is het bijna een eer, maar op de lange termijn heeft het waarschijnlijk een negatieve uitwerking op academische uitgevers en daarmee op de mogelijkheden voor wetenschappers om een boek te publiceren. Mijn opvattingen worden natuurlijk beïnvloed door het feit dat mijn directe inkomen niet afhangt van hoeveel mensen zo’n boek kopen, wat bij songwriters en muzikanten wel anders ligt.
Afgezien van alle morele en financiële overwegingen die spelen bij het downloaden van pdfs of het citeren van songteksten is het opvallend dat de strijd om de bescherming van intellectueel eigendom steeds harder wordt bevochten. De beruchte SOPA- en PIPA- wetvoorstellen in de VS zijn een voorbeeld van de bereidheid van bepaalde industrieën en politici om internetvrijheid en privacy op te offeren in het belang van auteursrechten. Hierin valt misschien een veel bredere tendens te herkennen waarbij het recht op privacy het steeds vaker moet afleggen tegen het eigendomsrecht.
De privacyschending bij de televisieopnames van patiënten in het VU Medisch Centrum leidde terecht tot veel ophef, maar het RTL4-programma ‘24 uur tussen leven en dood’ werd gewoon uitgezonden. In de tussentijd proberen Tea Party activisten in de VS via de Freedom of Information Act toegang te krijgen tot de e-mail van kritische wetenschappers aan staatsuniversiteiten – hun accounts zijn officiëel universiteitseigendom en daarmee overheidsinformatie.
Zou dat in Nederland ook kunnen? Er was op een gegeven moment sprake van dat auteursrechtenorganisatie Stichting Pro toegang zou krijgen tot ons eigen Blackboard om rond te snuffelen en overtredingen op te sporen. Zouden politici ook toegang kunnen krijgen, om te kijken of ons onderwijs opruiend of politiek gekleurd is? Misschien mogen we blij zijn als onze copyrightvraagstukken zich beperken tot een paar songteksten.


Rivke Jaffe
Universitair docent culturele antropologie

Deel dit bericht: