Zeiksnor en kniesoor

‘Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is ongelukkig op z’n eigen manier’, luidt de openingszin van Tolstojs Anna Karenina. Geluk is een saaier onderwerp dan ellende. Iedereen die wel eens een soap heeft gekeken, weet dat. Verdriet, ellende en frustratie vormen vaak een bron van creativiteit - een gebroken hart leidt eerder dan een gelukzalige romance tot een hitsong, zoals de carrière van de zangeres Adele laat zien.
Zo kan ik me ook voorstellen dat happy columns op een gegeven moment nogal monotoon worden, terwijl je rond het thema onvrede eindeloos kan variëren. Het is makkelijk om steeds weer een nieuw stukje te schrijven over bezuinigingen, wanbeleid en diverse misstanden, er is altijd wel wat om je over op te winden. Een tevreden column er uit ploepen is een stuk moeilijker.
Ik neem deel aan een kunstproject waarbij wetenschappers een denktank vormen over geloof en ongeloof in de samenleving. Hierbij kregen we de opdracht ons te buigen over het boek Geluk: The World Book of Happiness, waarin de Vlaming Leo Bormans de inzichten heeft verzameld van honderd internationale experts op het gebied van ‘positieve psychologie’. Deze geluksprofessoren doen allemaal wetenschappelijk onderzoek naar levenskwaliteit en welbevinden.
Zo’n boek is net wat ik nodig had, want ik ben zelf een ontzettende azijnpisser. Ik ben een zeiksnor en een kniesoor. Het liefst draag ik altijd zwart. Mijn beste vriendin en ik hadden vroeger met z’n tweeën een misantropenclubje (meer leden strookte niet met onze principes), met als motto homo homini lupus. Net als Cruijff kan ik bij elk voordeel een nadeel bedenken. Mijn studenten denken dat ik een grapje maak als ik zeg dat het allemaal bergafwaarts gaat, maar ik meen het. Volgens diverse experts is een dergelijke persoonlijkheid funest wat betreft geluk.
Gelukkig kon ik in het boek diverse verklaringen vinden voor het feit dat ik ondanks mijn zwartgallige kijk toch overwegend gelukkig ben – er kwamen zoveel verschillende wetenschappelijke visies aan bod dat ik geheel onwetenschappelijk die conclusies eruit kan plukken die me goed uitkomen.
De universiteit blijkt om diverse redenen niet heel geluksbevorderend te zijn. Tussen IQ en geluk bestaat in ieder geval geen enkele correlatie. Studenten lijden want ‘Education should not focus on anxiety, conformity, competition and testing’, volgens de Australische onderwijsdeskundige en geluksexpert Mathew White. Oeps!
Wetenschappers zit het ook niet mee want slaapgebrek en onvoldoende beweging zijn belangrijke geluksbeperkers, net als competitie. Gelukkige mensen zijn vaak tevreden met zichzelf en met de wereld. Geldt dat ook voor wetenschappers?
Anderzijds zijn volgens andere deskundigen persoonlijke vrijheid en non-conformisme belangrijke geluksindicatoren. Die zijn dan weer wat makkelijker te vinden binnen de universiteit. Volgens één wetenschapper valt geluk het makkelijkst te herleiden tot relatedness (zorgzame relaties met anderen), het gevoel van autonomie, en het gevoel dat je competent bent in activiteiten die door anderen worden gewaardeerd. Wat die factoren betreft biedt een baan aan de universiteit ook vaak uitkomst.
Happiness research is een mooie tak van wetenschap, maar misschien heeft Oscar Wilde het toch nog het best gezegd: ‘We are all in the gutter, but some of us are looking at the stars.’

Rivke Jaffe
universitair docent culturele antropologie

Deel dit bericht: