Opinie: Buitenlandse studenten plagiëren vaker

Plagiaat komt vaker voor, dan de Universiteit Leiden wil toegeven. Vooral kwetsbare, buitenlandse studenten zouden hier gevoelig voor zijn, meent Jan Just Witkam.

Plagiaat in Leiden? Ja, en het komt vaker voor dan je denkt. Mare 15 citeert een rapport waarin staat dat in Leiden sinds 2005 slechts één geval aan het licht gekomen is, van een mevrouw, uit 2006. Eén geval! Zalig zijn de armen van geest die zich visioenen van het rijk der hemelen laten voortoveren. Dit laat opnieuw zien dat de universiteit ziende blind en horende doof is, niet de universiteit natuurlijk, maar haar vele bestuurders.
Over wat plagiaat precies is, bestaan aan de Leidse universiteit slechts rudimentair ontwikkelde noties. Een jaar of vijf, zes geleden volgde ik een cursus voor docenten over plagiaat. Docente noch deelnemers kwamen veel verder dan de constatering dat het toch vooral ging om het plaatsen van complete verwijzingen in je voetnoten.
Dat plagiaat primair het gebruiken van andermans gedachtegoed is, gratis gegapt of gekocht voor geld, dat werd zo niet gezegd. Dat het tegelijkertijd een inbreuk is op de orde van de examens, waarbij de individuele verworvenheden van de student getoetst worden, kwam evenmin ter sprake. Het kwaadwillig verbergen van zulke diefstal is alleen maar plagiaat in de tweede graad. Nog een vorm van plagiaat die vaak voorkomt, is de recycling door de student zelf van eerder en elders gemaakt werk.
Na afloop van die cursus heb ik bij mijn faculteit (Letteren) een richtlijn over plagiaat opgevraagd. Die was op dat moment nog niet beschikbaar, maar een half jaar later lag er inderdaad een facultaire tekst op tafel.  Daarin (de meest recente versie in de site van Universiteit Leiden is gedateerd 3 mei 2011) wordt nog steeds gesteld dat plagiaat ook ‘per ongeluk’ kan voorkomen. Dit is vergoeilijkend taalgebruik, want diefstal en ordeverstoring vinden nooit per ongeluk plaats. De tekst in de universitaire site vertelt nog steeds niet wat plagiaat is en ook niet waarom het aan een universiteit niet thuishoort. Wel handelt de tekst uitgebreid over procedures die bij het constateren van plagiaat moeten worden gevolgd.
Plagiaat kan alleen bestaan in een omgeving waar het niet wordt voorkomen en evenmin bestraft. Laten we daar dan eens naar kijken. Eind 2009 bracht ik een kwestie van plagiaat ter sprake tijdens het overleg van mijn opleiding. Het betrof een buitenlandse student die mij, naar mijn vaste maar onbewijsbare overtuiging, werk had aangeboden dat hij had gerecycled uit een eerder academisch leven. Deze student wilde datzelfde werk voor de derde maal gebruiken, nu bij weer een andere Leidse docent en in een iets andere setting. Ik sprak daarbij mijn niet geheel ongefundeerde vermoeden uit dat dit eerder gewoonte dan uitzondering was bij sommige buitenlandse studenten. Op de lange en goed gedocumenteerde brief die ik vervolgens aan de drie betrokken docenten hierover schreef, heb ik nooit een reactie ontvangen.
Dit raakt aan iets heel anders, maar voordat ik verder ga even dit. Het moge volstrekt duidelijk zijn dat het mij er niet om gaat om buitenlandse studenten als groep in een kwaad daglicht te stellen. Zij zijn in feite uiterst kwetsbaar en de universiteit zorgt niet altijd even goed voor hen. Cultuurverschillen en heimwee kunnen soms tot grote, vrijwel onoplosbare, problemen leiden. Onder hen zijn echter individuen actief, en mogelijk relatief meer dan onder Nederlandse studenten, die zich bedienen van allerlei handigheden om het diploma zonder veel moeite te bemachtigen. Aan een goedgelovige instelling als de Universiteit Leiden, waar men nog steeds niet is toegekomen aan een bruikbare definitie van plagiaat, en waar veel docenten geen gedonder willen hebben, hebben zij praktisch vrij spel.
Maar om hen gaat het mij niet. Ik heb het liever over de faciliteerders van plagiaat. Er zijn aan de universiteit nogal wat kwetsbare opleidingen die voor hun voortbestaan geleidelijk aan afhankelijk zijn geworden van de instroom van buitenlandse studenten. Hun studie wordt niet zelden betaald door het Nederlandse ministerie van Ontwikkelingssamenwerking of daaraan gelieerde organisaties. De overheden in sommige landen van herkomst streven naar het upgraden van hun ambtelijk apparaat en willen dat bereiken door hun mensen buitenlandse diploma’s te laten behalen. Dit is een win-winsituatie voor vrijwel iedereen, Ontwikkelingssamenwerking heeft een mooi en veilig project, aan de universiteiten worden de studentenaantallen opgekrikt, de buitenlandse aanwezigheid kan tegelijkertijd gebruikt worden in de statistieken over de internationalisering, en de studenten in kwestie krijgen een deftig diploma. Het gaat bij dat alles om veel geld en de belangen voor alle betrokkenen zijn groot.
Iedereen weet het, maar er wordt zelden over gesproken. Een plagiaatje meer of minder doet er dan weinig toe. De verliezers bij dit alles zijn natuurlijk de wetenschap zelf en de paar docenten die zich met haar solidair verklaren.

Prof. dr. Jan Just Witkam is emeritus handschriftenkunde van de islamitische wereld

Deel dit bericht: