Jasje aan of jasje uit?

Die nacht droomde ik dat hij me de ministers van Nederland overhoorde en ik jankend het gebouw uitrende.
Nog een uur voordat ik weg moest. In de zoekbalk tikte ik ‘meest gestelde vragen stage gesprek’. In ruil daarvoor stortte Google een nieuwe lading onzekerheid over me heen. ‘Hoe heb je dit gesprek voorbereid?’ Wat was dat nou weer voor een vraag? ‘Ik heb een mantelpakje gekocht, op hakken leren lopen en uw naam gegoogled.’ Ik hoopte maar dat deze vraag aan me voorbij ging.
Voor de deur verwisselde ik mijn platte schoentjes voor een paar hakken. In mijn hele leven was ik pas op drie redacties geweest en ze hadden verdacht veel op elkaar geleken. Bergen papier hadden de bureaus verslonden, planten waren schaars of dood en overal zaten stoffige mensen op zombieachtige wijze naar hun computerscherm te staren.
Hoe anders was het hier. Mijn ogen gleden over glazen deuren en glimmende vloeren. Ik moest mijn naam invullen en hoe lang ik wel niet dacht in dit gebouw te blijven. De tijdelijke bezoekerspas zou me dadelijk toegang verlenen tot het walhalla van liften. Zover was het nog niet. ‘U mag daarachter plaats nemen, ik zal hem voor u bellen.’ Hier regeerden een twaalftal luxe banken. Ik besloot niet te gaan zitten, dat zou vast een inactieve indruk maken. In plaats daarvan bewoog ik me voorzichtig naar de kasten vol speciale uitgaven. Zo nu en dan pakte ik een blad, bladerde er quasi-nieuwsgierig doorheen en zette het terug. Zou die man al bijna komen?
Aan de overzijde stonden glazen vitrinekasten met oude medische boeken. Er een blik opwerpen zou vast intelligenter staan dan lui achterover te hangen op een van de steeds aantrekkelijker wordende zwarte bankjes. Na tien minuten geveinsde interesse in kriebelig Latijn zag het er echter niet meer zo intelligent uit. Toch maar zitten. Ik was net neergeploft toen de man verscheen. Hij zag er goed uit in zijn pak, waar waren de spijkerbroeken gebleven? Ik raakte verwikkeld in een ruzie met het beveiligingspoortje terwijl ik de dresscode probeerde te ontrafelen. Wat was het vrouwelijke equivalent van een pak zonder stropdas?
Een van de vele liften bracht ons naar de elfde verdieping. Hij was Belgisch en daarmee per definitie attent. Hij hield alle deuren voor me open en zei continu ‘Na u.’ Het was lief, maar ik had geen idee waar ik heen moest, met ongemakkelijke botsingen tot gevolg.
Hij vroeg of ik iets te drinken wilde, en ging weg om een glas water te halen. Ik had een flesje water in mijn tas, maar het was vast raar om deze te pakken. Bovendien had ik die minuut hard nodig om mezelf nog wat nerveuzer te maken.
Een uur later stond ik weer buiten: flink wat zenuwen armer, een rood hoofd en een stage rijker. Naar de ministers van Nederland was niet gevraagd.

Petra Meijer

Deel dit bericht: