Column: Next

Door Petra Meijer

Zoals het een journaliste in spe betaamt, nam ik een abonnement op nrc.next. Dat was fijn, want mijn docenten stelden één voor één voor om de mediaconsumptie van onze klas te doorgronden. Wie goed oplette, snapte dat deze indeling om meer draaide. Binnen twee seconden werden wij op waarde geschat.
Zij die nog nooit een krant gelezen hadden, waren tijdens de voorgesprekken waarschijnlijk al gesneuveld, ontdekten de gratis krantenlezers ontsteld. Op de vraag wie van de abonnementlozen regelmatig een kwaliteitskrant kocht, staken sommigen  vertwijfeld hun vinger op. Wangetjes kleurden rood. Ik was dolgelukkig met mijn abonnement.
Dat duurde maar even. Vier dagen lang stond ik een kwartier eerder op. Ik ontbeet bij mijn krantje. Hoewel het me jarenlang niet opgevallen was, ontdekte ik op dag vijf dat een mat zonder krant er behoorlijk leeg uitziet. Ik was geschokt en controleerde zeventien keer de bezorgtijden voordat ik het klachtenformulier invulde. Nadat ik op de verzendknop had geduwd verscheen de tekst: ‘Bedankt, we zullen het doorgeven aan uw bezorger.’
Geweldig. Dat had ik weer. Ik stelde mij voor hoe mijn bezorger dit op zou nemen. ‘Mevrouw Meijer van nummer 33 neemt het u uitzonderlijk kwalijk dat u haar omhooggevallen ochtendblad bij het oud papier gedumpt heeft. Het staat u vrij om op creatieve wijze antwoord te geven aan haar gezeik.’ Ik besloot me op te maken voor krantjes vol uitgesmeerde hondenpoep, uitgeknipte Fokke en Sukkes en verregende pagina’s.
De poeppagina’s bleven uit. Net als de zaterdagkrant, waar ik nog zo nadrukkelijk voor besloten had bij te betalen. Braaf vulde ik klachtenformulieren in. Tevergeefs. Op een zaterdagmiddag, de krant had er al lang moeten zijn, hoorde ik tegen alle verwachtingen in toch de brievenbus. Met grote passen beende ik naar het raam, waar ik nog net een glimp opving van een 13-jarig meisje en een onder fietstassen verstopt stuk oud ijzer. Dit was mijn moment. Ik rende naar de voordeur, terwijl mijn hersenen gehaast de meest indrukwekkende scheldwoorden tevoorschijn toverden. Toen viel mijn blik op de Het op Zondag. In elk geval op tijd.
Nu is het december. Ik vertelde mijn vrienden stoere verhalen. Daarin wacht ik vol smart op het miezerige mannetje dat met zijn kerstkaartje langs de deuren gaat. ‘Vier zaterdagedities en zes dagbladen, ik krijg nog precies twintig euro van je’, zou ik naar hem schreeuwen.
Volgende week zullen ze informeren naar de afloop. Ik zal ze vertellen van mijn heldendaad, met blozende wangen, want waarschijnlijk twee euro armer. Ik ben zoveel slechter dan de gratis krantenlezer.

Deel dit bericht: