De diepere zin van karnemelk

Simon Schama schuwt grote gebaar niet

Simon Schama bij een schilderij van Caravaggio. Opname uit de tv-serie Power of Art.

Door Vincent Bongers

Hij is een meesterverteller, maar soms draaft Simon Schama door. Volgende week geeft de Briste historicus de Huizinga-lezing.

eigenlijk net te hip is voor zijn leeftijd. Hij spreekt met licht geaffecteerde stem. Zijn hoofd beweegt op en neer, alsof hij de woorden nog wat meer vaart wil geven. Dan volgen scènes met heftig gezwaai van zwaarden en rokende lopen van musketten. Op de achtergrond hameren de piano’s en ronken de cello’s.
De Britse historicus Simon Schama (1945) schuwt het grote gebaar niet en ligt niet wakker van fouten. Maar hij is ook een meesterverteller die in een paar woorden een historische gebeurtenis kan verklaren en met bijna barokke taal vorsten en kunstenaars treffend beschrijft.
Televisieseries als A History of Britain en Power of Art zorgden voor een doorbraak naar het grote publiek. Nederlandse historici lagen toen al een tijd met hem in de clinch over de Gouden Eeuw. En ook op zijn andere werk is de nodige kritiek te leveren. Op 9 december geeft hij de Huizinga-lezing in de Pieterskerk.

‘Wie dachten de Nederlanders eigenlijk dat ze waren?’
(Uit: The Embarrassment of Riches, 1987)

In zijn beroemde en beruchte boek over de Gouden Eeuw, probeert Schama de identiteit en cultuur van de Nederlander te vatten. Om door te dringen tot psyche van onze voorouders stort hij een overvloed aan informatie over de lezer uit. Tot in details beschrijft hij de reacties van Nederlanders op het aanspoelen van een potvis op het strand bij Katwijk. Schama gaat in op de fascinatie van publiek voor de penis van de potvis. Vertelt over de economische waarde van het dier. Maar legt ook uit dat er in die tijd allerlei symboliek werd gekoppeld aan het incident. Voor de ene beschouwer is het een teken van rampspoed, anderen vinden het een hoopgevend signaal.
Het boek is doordrenkt met dit soort associaties en verbanden. Zo begint het eerste hoofdstuk met de beschrijving van een kerker in de Amsterdamse gevangenis die als extra straf langzaam volliep met water. De gevangene kon zijn leven redden door een pomp te gebruiken. Letterlijk: pompen of verzuipen. Schama erkent dat het niet zeker is of de cel wel echt heeft bestaan. Maar het is een goede metafoor.
De onlangs overleden historicus Arie van Deursen had grote problemen met het boek en veegde de vloer aan met de Brit. ‘Hij vermoedt achter iedere pijp tabak en in elke beker karnemelk een diepere zin.’ En: ‘Hij weet ook niet genoeg van de 17e eeuw.’ Dat probleem deelt Schama volgens Van Deursen weliswaar met meer geschiedkundigen, maar de Brit wil te veel ‘met wat hij wel weet’.
Zo beweert hij dat de Nederlanders zich tijdens de strijd tegen de Spanjaarden zagen als een uitverkoren volk. Het was hun calvinistische lot om deze oorlog te voeren. Onzin, vindt Van Deursen. ‘Het stemt mij wat moedeloos.’ Vooral omdat Schama frappant genoeg naar Van Deursen verwijst als bron voor deze kennis.
‘Het is een man van ideeën’, zegt de Leidse emeritus hoogleraar vaderlandse geschiedenis Simon Groenveld. ‘Maar hij werkt ze vaak niet goed uit. Het is gewoon geen goed boek. Het stikt van de fouten. Maar ook inhoudelijk kan ik het niet altijd volgen. Dat eerste hoofdstuk over water, ik weet nog steeds niet wat ik daarmee moet.’
Klopt het gerucht dat eerstejaars geschiedenis in Leiden de opdracht kregen fouten uit het boek op te sporen? ‘Dat lijkt me een gechargeerd verhaal’, zegt Groenveld. ‘En het was zeker geen opdracht voor eerstejaars. Veel leer je ook niet van dit soort fouten vlooien. Misschien dat oudejaars het boek hebben gerecenseerd.’
Als De Groene Amsterdammer die vermeende Leidse opdracht in een interview als feit presenteert, reageert Schama verontrust. Volgens hem zijn Nederlandse historici laf.
‘Het lijkt of ze allemaal streven naar een grafsteen met de tekst: “Hij maakte nooit een fout.” Dat daaronder ook had moeten staan “omdat hij niks deed”, nemen ze blijkbaar op de koop toe.’

‘Hij was ooit “cock of the walk” in het glinsterende en welvarende Amsterdam. De mensen konden geen genoeg van hem krijgen. Nu woont hij tegenover een plek van goedkoop vertier en kotsen dronkaards voor zijn deur en zijn er elke vrijdagavond vechtpartijen waarbij messen worden getrokken.’
(Over de teloorgang van Rembrandt in de BBC-serie Power of Art, 2006)

Schama vertelt meesterlijk hoe Rembrandt de wensen van de rijke burgers van Amsterdam weet te vangen in portretten. Ja, er is ruimte voor luxe maar de calvinistische soberheid is altijd aanwezig in de schilderijen. De rijkdom en vroomheid zijn perfect in evenwicht. Het gaat allemaal naar wens met ‘mister cleverclogs’ en Amsterdam, ‘de discount supermarkt van de 17e eeuw’, ligt aan zijn voeten.
Maar Rembrandt wil verder, het vuur van nieuwe ideeën brandt in hem. Hij vervreemdt van zijn publiek en raakt aan de grond. De mopperende notabelen geven hem nog een kans. Hij krijgt in 1661 de opdracht voor een stuk dat in het net gebouwde Paleis op de Dam moet komen te hangen. Rembrandt schildert ‘De Samenzwering van Claudius Civilis’. Het werk past absoluut niet in het pronkzuchtige paleis, vinden de rijke burgers. Het is wild, barbaars en Civilis, een Bataafse opstandeling tegen de Romeinen, wordt afgebeeld als een oude man die een oog mist. Het schilderij wordt afgekeurd.
Rembrandt snijdt het werk in stukken om het centrale deel nog te kunnen verkopen: hij verminkt zijn schilderij om nog wat geld te vangen. Schama maakt duidelijk dat Rembrandt zijn artistieke visie niet wilde opgeven en geeft een kijkje in de gedachten van de schilder. Een gevaarlijke missie waarin hij wonderwel slaagt.
Soms gaat hij te ver. In de reeks is er ook aandacht voor Vincent van Gogh. Die was toch gek, of in ieder geval ‘a bit barmy’? Nee, zegt Schama. Hij maakt Van Gogh een profeet met een oneindige zucht naar kennis die met zijn werk ‘de hemel op aarde wilde openbaren’. Of deze lezing van de psyche van de schilder hout snijdt , is al twijfelachtig. De aflevering brengt in ieder geval een zwak punt van Schama naar voren. Hij heeft de neiging door te draven. Een acteur speelt de labiele schilder die fragmenten vertolkt uit brieven aan zijn broer Theo. De koortsachtige monologen geven het portret van Van Gogh de sfeer van een B-film.

‘De lucht was ranzig van het zweterige ongeloof’
(Over het besef dat Barack Obama president kon worden, in The American Future, 2008)

Hoewel Schama graag en veel schrijft over Nederland, woont hij al jaren in Amerika waar hij hoogleraar is aan Columbia University. Zijn meest recente project is een boek en een documentairereeks over zijn tweede vaderland. The American Future ademt een optimistische toon. Het verscheen voor de presidentsverkiezingen van 2008, toen het al wel duidelijk was dat Obama echt een kans maakte.
Het verleidt Schama, uiteraard ondersteund door een barrage aan historisch feiten, om de hoop uit te spreken dat Amerika zich opnieuw kan uitvinden. ‘Amerikanen die wakker zijn geschud, brengen het onmogelijke tot stand, leren levenslange gewoontes af, zetten verontwaardiging om in actie en voor je het weet heb je een geheel nieuwe Verenigde Staten.’
Al dat positiviteit laat nog wel ruimte voor wat stekeligheden. Al prikt Schama uiteraard het liefst met een flinke dosis understatement. Hij beschrijft een Veteranendag waar vicepresident Dick Cheney een toespraak houdt en zegt: ‘Amerika heeft nooit een militaire cultuur gehad.’ Schama noteert droogjes: ‘Deze uitspraak was niet automatisch onwaar omdat hij afkomstig was van Cheney.’

Tolerantie in Nederland

In de veertigste Huizinga-lezing zal Schama ingaan op tolerantie in Nederland door de eeuwen heen. ‘De vraag boeit me waar de grenzen liggen, en hoe groot de tolerantie voor de intolerante moet zijn’, zei hij in een interview met NRC Handelsblad. ‘Dat beheerst het debat in Nederland sinds 2004, de moord op Theo van Gogh. Maar het speelde ook een grote rol in de Republiek van de zeventiende eeuw.’
Johan Huizinga (1872-1945) was hoogleraar algemene geschiedenis aan de universiteit Leiden. Van 1932 tot 1933 was hij ook rector magnificus. Hij wordt gezien als een van de meest invloedrijke Nederlandse historici ooit. In 1919 publiceerde hij het boek Herfsttij der Middeleeuwen waarmee hij wereldberoemd werd. In zijn functie als rector maakte hij in 1933 bezwaar tegen de aanwezigheid van de Duitse wetenschapper Johann von Leers bij een internationaal studentencongres, vanwege de antisemitische teksten die Von Leers publiceerde. Ter ere van Huizinga wordt er sinds 1972 elk jaar een lezing georganiseerd. Bekende sprekers waren onder andere Noam Chomsky, Harry Mulisch en Renate Rubinstein.

Simon Schama, ‘What happened to the idea of toleration?’
Pieterskerk, vrij 9 december,
20.00 uur (uitverkocht)

Deel dit bericht: