Meneer de Professor: De heren zijn de heren niet meer

Wie ouderwets is zoals ik, en binnenloopt in het Rijksmuseum van Oudheden aan het Rapenburg, moet even wennen. Op een vrije middag kwam ik er terecht toen ik wat wandelde door Leiden, de stad waar ik pas sinds kort woon.

Eerst was ik, om aan een herfstbui te ontkomen, met het hoofd tussen de schouders het bekende ‘koffiehuys’ ingedoken. Je kunt hier in Leiden namelijk nog gewoon een ‘koffie’ krijgen, zonder dat ze je lastig vallen met vragen over gewenste herkomst van de bonen en schuimfactor van de melk. Ook boden ze broodjes half-om aan, of met oude kaas. Simpele maar schier vergane geneugten, die elders veelal zijn verstoten door hippe Thaise wraps, vergezeld van harde herriemuziek en een interieur à la Yab Yum.

Opgewarmd door de ouderwetse ‘koffie’ met ‘speculaas’ en een kwijlerige huispoes, begaf ik mij zoals gezegd niet veel later naar het om de hoek gelegen museum, en trof daar overal lego en duplo, een glijbaan en speelgoedauto’s waar je gemakkelijk over kan uitglijden. Kortom, een modern museum.

Misschien was het vanwege deze infantiele entree, dat de tentoonstelling me maar niet kon boeien en ik terugdacht aan de vele reacties op mijn vorige column. Was er een verband tussen de spelling van de studenten die volstrekt beneden peil is, hun kinderlijkheid, hun verwendheid, en deze overal geziene opkomst van het speeltuin-museum? Had Huizinga gelijk gehad toen hij schreef dat een toenemend ‘puerilisme’ de kern van de Westerse cultuurcrisis is?

Eén ding was zeker: mijn column had een snaar geraakt. De observaties die ik deed over het ineenstorten van het academisch niveau worden zeer breed gedragen. Ik kreeg niet enkele mails – maar tientallen. Sommige schrijvers brachten hun eigen jaren op de kweekschool in herinnering, waar ‘een spelfout bij Nederlands consequent [werd] gestraft met een aftrek van anderhalve punt. Spelfouten waren daardoor uiterst zeldzame rariteiten.’

Een ander schreef mij: ‘In een cultuur waar de door u in collegezalen gehekelde androids en tablets domineren, is geen plek meer voor lezen als hobby.’ Weer een ander noemde de veranderde corpscultuur. Kon Minerva vroeger nog ‘een essentiële rol claimen in de opvoeding en volwassenwording der studiosi, tegenwoordig is het eerder het afleren van beschaving. De heren zijn de heren niet meer.’

Ik zuchtte. Ik sloot mijn ogen. Dwong mezelf met aandacht te kijken naar een vitrine met gouden sieraden. Toen ik het museum verliet hoorde ik de klokkentoren spelen, en zag vogels v-vormig vliegen.

 Prof. D.M. Sanders is gastonderzoeker aan de Universiteit Leiden. Op deze plek doet hij wekelijks verslag van zijn indrukken. Reageren? d.m.sanders@mail.com

Deel dit bericht: