CULTUUR - Mare 33, 10 juni 2004
Sjans in het dierenrijk
Hester van Santen
Het is niet moeilijk om je in Naturalis’ tentoonstelling ‘Verliefd en Verloren’ te identificeren met bronstige beesten. Van wenkkrab tot trommelwolfsspin, ze zijn er allemaal.
Deze week stond ik tegen een twee meter grote wijngaardslak aan te schurken, tot z’n harde puntige penis naar buiten kwam en dwingend in mijn buik prikte. Daarvoor had ik al gebruld als een bronstig edelhert en geprobeerd om het geslachtsorgaan van de mandril in het vizier te krijgen: ‘een rode penis en blauwe ballen met gele haren eromheen’. Het was een mooie ochtend, daar in Naturalis.
Wie zich echt uit wil leven bij de tentoonstelling ‘Verliefd en Verloren’, kan beter komen voordat de colonnes schoolreizende schoolklassen gearriveerd zijn. Anders wordt het toch wat gênant om jezelf diepgaand te identificeren met bronstige, tochtige of berige beesten. De samenstellers hebben er in ieder geval alles aan gedaan om het seksuele leven in het dierenrijk te verbeelden. Letterlijk. Bij de opstelling over varkens kijk je recht in de schede van een opgezette zeug, om maar iets te noemen.
De dieren wier lustrijk gedrag in het twintigtal installaties geportretteerd wordt, zijn alle populair in anekdotes die biologen elkaar aan de borreltafel vertellen. Een flinke portie Midas Dekkers dus, maar laat Dekkers nou juist een scherp oog hebben voor fascinerende verhalen over beesten. Dus de wenkkrab is er, die met zijn enorme linkerschaar zwaait om vrouwtjes te lokken. En ook de satijnvogel, een soort prieelvogel die het andere geslacht niet paait met ‘een lekkere fles Rioja die ik nog thuis heb staan’ maar met een verzameling blauwe spulletjes.
Als er uit Verliefd en Verloren al iets van een ‘theoretisch kader’ af te leiden is, dan is het wel dat de evolutie geen grenzen kent als het om seksuele selectie gaat. De trommelwolfsspin had anders nooit zo mooi op droge bladeren leren trappelen, en we hadden ongetwijfeld moeten missen dat de liervogel een natuurgetrouwe imitatie geeft van een auto-alarm en een kettingzaag.
Veel expliciete evolutionair-biologische uitleg is er niet te vinden, maar dat is niet erg. De voorlichtende computeranimatie over een alien Adam en Eva op vrijersvoeten is zeker niet het hoogtepunt van de tentoonstelling, al is de Vlaams ingesproken commentaarstem die de concurrentie tussen de Adams beschrijft, best de moeite waard: ‘Hoe straffer, hoe beter.’
Verliefd en Verloren is vooral leuk – en dan ook echt leuk. Drukknoppen zijn inmiddels vaste prik bij exposities in natuurmusea, maar het komt weinig voor dat je blind aan spinrag mag voelen, in microfoons mag brullen en opgezette parkieten met een uv-lamp mag beschijnen. En zo’n slak, dat maak je als vrouw ook niet elke dag mee. Bijna alles doet het, en dat is al een goede score. Bij de missers hoorde helaas de spiegel die een blik op de intieme delen van de mandril moest gunnen: is een mandrilpenis nou zo klein of was de belichting slecht ingesteld?
Die dierlijke escapades vragen natuurlijk om vergelijking met onze eigen versierpogingen. Daar is voor gezorgd in een met zacht rood kunstleer bekleed baarmoederachtig lounge-filmzaaltje, waar op het doek een verantwoord multiculti-groepje acteurs bezig is te acteren dat ze andere multiculti’s de dansvloer op tronen. We hebben het in In Casa allemaal wel eens natuurgetrouwer gezien, maar de meeste bezoekers zullen wat dat betreft niet voor de voorlichting komen.
Afgeleid rondkijkend blijkt de achterwand van de filmzaal met spiegels bekleed. De toeschouwer ziet zichzelf, de versierende stellen op de video op de achtergrond. Blijk je er opeens middenin te zitten.
Verliefd en Verloren, tot en met 9 januari 2005 in Naturalis. Toegang voor volwassenen 9,- voor het hele museum.