IN MEMORIAM - Mare 28, 22 april 2004

In memoriam Prof. Dr. E. van der Starre


Op 23 maart 2004 is op 68 jarige leeftijd Evert van der Starre, emeritus hoogleraar Franse letterkunde, overleden.

Evert van der Starre werd geboren in 1935 te Rotterdam, alwaar hij in 1953 eindexamen Gymnasium B en staatsexamen Gymnasium A deed. Van 1953 tot 1959 studeerde hij Frans in Leiden. Van 1959 tot 1970 was hij werkzaam als leraar Frans in het middelbaar onderwijs aan scholen in Leiden en Voorburg. Van 1957 tot 1964 was hij assistent bij zijn leermeester S. Dresden, die hij later als hoogleraar zou opvolgen. Hij promoveerde bij Dresden in 1966 op het proefschrift ‘Racine et le théâtre de l’ambiguïté’, een studie die nog steeds in de Racine kritiek geciteerd wordt. Na zijn promotieonderzoek richtte hij zich vooral op de moderne letterkunde Sartre, Camus, René Char , met een sterke voorliefde voor ‘moeilijke’ auteurs als Vian, Beckett, Queneau. Everts gevoel voor humor maakte hem bij uitstek geschikt om de voor deze auteurs kenmerkende procédé’s van humor en ironie te analyseren. Hij kon ook uitgesproken polemisch zijn, zoals blijkt uit zijn publicaties over Yourcenar en Vestdijk.

In 1970 werd hij benoemd tot wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de vakgroep Frans, en in 1977 tot hoogleraar Franse letterkunde. Ondanks de hoge eisen die hij aan de studenten stelde, was zijn onderwijs geliefd. Van zijn colleges over de Franse letterkunde, die hij didactisch en met humor wist te geven, hebben generaties studenten kunnen genieten. In de jaren ’80 en ’90 begeleidde hij een tiental promoties over naoorlogse auteurs. In 1997 ging hij met emeritaat. Ter gelegenheid van zijn afscheidscollege op 26 mei 2000, ontving hij uit handen van de Franse ambassadeur de hoge onderscheiding van Commandeur de l’ordre national du Mérite.

Evert was een markant bestuurder, die vele jaren met grote toewijding en betrokkenheid voorzitter is geweest van de opleiding Frans. Zijn hart ging evenwel vooral uit naar onderwijs en onderzoek, minder naar bestuur. Dit bleek wel toen hij met emeritaat ging. Ontlast van zijn bestuurlijke taken, bleef hij zijn derdejaarscollege Beschouwend Proza geven, tot in oktober 2003, toen zijn ziekte hem verder werken onmogelijk maakte. In drie jaar tijd verschenen er drie boeken van zijn hand: ‘Vestdijk over Frankrijk’ (1998), ‘Au ras du texte’ (2000) en ‘Chamfort, de lachende mensenhater’ (2000). Bovendien redigeerde hij een belangrijke bundel artikelen over dichtbundels: ‘De tweede gisting’ (2001). Kort voor zijn dood rondde hij het manuscript voor een boek over Queneau af.

Het uitdragen van zijn liefde voor literatuur zag hij als zijn voornaamste taak. Uit zijn oratie citeer ik de slotzin, waarin hij zich richtte tot de studenten: ‘Wanneer ik erin zou slagen u duidelijk te maken wat het voor een mens kan betekenen met literatuur om te gaan, zou ik voor mijn eigen gevoel het belangrijkste gedeelte van mijn opdracht vervuld hebben.’

Wij gedenken Evert als een scherpzinnig geleerde, een inspirerend docent en een goede collega en vriend. Wij zullen zijn vakkennis, betrokkenheid en gevoel voor humor missen.

Paul Smith
voorzitter Opleiding Franse taal en cultuur
Universiteit Leiden