ACHTERGROND - Mare 26, 1 april 2004

‘Saai zijn hysterici niet’

Voorwaarde nummer 1 voor succesvolle omgang met een theatraal iemand is uzelf in toom te houden – schroef uw verwachtingen niet te hoog op. Het gedrag van hysterici suggereert een diepgang – intense vriendschap, geweldige seks – die meestal niet waargemaakt wordt. Laat u dus ook niet in de luren leggen door de wisselende en heftige emoties. Geniet niet te veel van de intense bewondering en affectie die u ten deel valt, en laat u niet van uw stuk brengen wanneer u voor rotte vis wordt uitgescholden.

Probeer een accepterende houding aan te nemen – saai zijn hysterici in elk geval niet. Houd uw grenzen in de gaten, de impliciete boodschap moet zijn: wat voor fratsen je ook uithaalt, het gaat niet veel uitmaken voor hoe ik me tegenover jou gedraag. [...]

Ten slotte, we leven in een toenemend theatraal-narcistisch tijdsgewricht. Zeker sinds, om met Gerrit Komrij te spreken, de treurbuis is uitverkocht aan kermisexploitanten en verworden is tot terreurbuis. Generaties groeien op met de holle emoties van dagelijkse soaps, en met de goedkope instant-oplossingen van dating- en herenigingsprogramma’s. Geen wonder dat menigeen gaat denken dat dat de norm is.’

Fragment uit:
Willem van der Does & Peter van Straaten: Zo ben ik nu eenmaal! Lastpakken, angsthazen en buitenbeentjes Scriptum, 160 pgs. € 16,-


Peter van Straaten, illustratie uit het besproken boek

Getekende GEKTE

Thomas Blondeau

In een boek over ‘lastpakken, angsthazen en buitenbeentjes’ verduidelijkt psycholoog Willem van der Does persoonlijkheidstoornissen met zeurcartoons van Peter van Straaten. ‘Er bestaat een risico dat mensen dit boek vooral als gezelschapspel gebruiken.’

‘Toen ik besloot het boekje te schrijven, heb ik wel wat afwegingen moeten maken. Zo heb ik geprobeerd een luchtige toon aan te slaan maar het mocht natuurlijk niet al te jolig worden.’ Het is een dilemma waar niet veel wetenschappers mee te maken hebben als ze aan het schrijven beginnen. Maar weinigen wagen zich ook aan een boekje als Zo ben ik nu eenmaal! waarin heldere beschrijvingen van persoonlijkheidstoornissen zoals paranoia en dwangmatigheid worden gecombineerd met cartoons.

Dr. Willem van der Does, universitair hoofddocent bij de sectie klinische psychologie en afdeling psychiatrie van het Leids Universitair Medisch Centrum, durfde het aan. ‘Tijdens het eerstejaarsvak Inleiding psychopathologie merk ik aan de studenten dat ze het meestal moeilijk vinden om, aan de hand van beschrijvingen, een duidelijk beeld te krijgen van een bepaalde stoornis. Daarom gebruik ik vaak speelfilmfragmenten. Maar in het geval van persoonlijkheidsstoornissen is het lastiger om de essentie met korte fragmenten weer te geven.

‘Bij cartoons van Peter van Straaten vielen met name zijn tekeningen over de flamboyante persoonlijkheidstypes op als didactisch bruikbaar. Bij nadere beschouwing bleek hij cartoons te hebben voor elk type. De tekeningen bestonden dus al.’

In het boek worden de verschillende types beschreven aan de hand van het gangbare psychiatrische classificatiesysteem. Het ordeningsprincipe kent tien verschillende persoonlijkheidsstoornissen die in drie groepen worden ingedeeld. Dit zijn de dramatische types (zoals hysterici), de angstige, teruggetrokken types en de excentrieke types (zoals paranoïde persoonlijkheden). Of zoals de ondertitel al aangeeft: Lastpakken, angsthazen en buitenbeentjes.

Niet meteen woorden die je verwacht van een hoofddocent psychiatrie. ‘Ik heb me inderdaad vaak afgevraagd of ik het niet wat te populair maakte. Ik wou immers niet de draak steken met patiënten. Een ander risico was dat ik misschien te veel zat te pathologiseren. Moet je alledaagse trekjes als ijdelheid wel in het kader van een stoornis zien?

‘Er bestaat een risico dat mensen dit boek als een gezelschapspel gebruiken en zomaar diagnoses op elkaar gaan loslaten. In het boek waarschuw ik daar ook voor. Maar ik vind wel dat er een overgangsgebied is tussen de ernstige stoornis tot normale persoonlijkheidstrekken. En als het bij trekjes blijft, mag het van mij best grappig worden beschreven.’

Voor de indeling van de verschillende typen heeft Van der Does zich gebaseerd op de vierde editie van het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, hét standaardwerk voor mentale aandoeningen. Vorige edities lagen onder vuur omdat homoseksualiteit getypeerd werd als aandoening. Voorziet de psycholoog dat zijn boekje ooit updates nodig zal hebben? ‘Bij elke nieuwe editie van DSM zijn er wijzigingen, maar ik denk niet dat ik categorieën heb beschreven die op de nominatie staan om te worden geschrapt.

‘Mogelijk wordt er wel een toegevoegd, bijvoorbeeld de depressieve persoonlijkheid. Op grond van de cartoons van Peter van Straaten kun je vermoeden dat die bestaat. Verder is het zo dat de grens van wat je acceptabel vindt, varieert met de tijdgeest. We leven bijvoorbeeld in een steeds individualistischer tijdperk, dus misschien wordt narcisme later minder als afwijkend gemarkeerd.'

Opvallend aan het werk is de alledaagse taal die erin wordt gehanteerd. Maar houdt een populair woord als ‘lastpak’ ook niet meteen een waardeoordeel in? Mag een wetenschapper zich daaraan wagen? ‘Extreme antisociale persoonlijkheden kunnen vanuit hun stoornis criminele daden begaan en daar heb ik natuurlijk een moreel oordeel over. Dat sluit niet uit dat ik ook vind dat die mensen ziek zijn. Over de andere persoonlijkheidsstoornissen heb ik geen oordeel. Maar in het dagelijks leven hebben mensen natuurlijk wel hinder van hun gedrag, soms extreme hinder. Dat heb ik inderdaad zonder verontschuldiging proberen uit te leggen.

‘Ik denk niet dat het helpt om mensen met betrekkelijk alledaagse persoonlijkheidstrekken als ziek te benaderen. Mensen verantwoordelijk houden voor hun gedrag, betekent niet per se een moreel oordeel.’ Van der Does trekt daarbij de vergelijking naar de therapeutische praktijk. ‘Als behandelaar is de meest vruchtbare benadering mensen zelf verantwoordelijkheid te leren nemen voor hun gedrag, ook als de disfunctionele handelwijze uit een ziekte voortkomt.’

Hoewel het boek in een fonds vol zelfhulpboeken zit, plaatst de auteur zijn boek niet op deze plank. ‘Er staan wat omgangstips in, en het boek kan helpen bij het inschatten van de oorzaak van een probleem. Ligt het bij jezelf ligt of bij een ander? Als iemand een narcistische woedeaanval heeft en tegen je uitvliegt, dan kan dat overweldigend overkomen. Maar als je door hebt dat die persoon narcistische trekjes heeft, dan besef je dat het niet allemaal jouw schuld hoeft te zijn en kun je het afstandelijker benaderen.’

Wat voor persoonlijkheidstrekjes komen een wetenschapper nu het best van pas? ‘Een vleugje dwangmatigheid. Dat helpt je op de details te letten, maar niet te veel anders wordt het contraproductief. Wat narcisme kan ook geen kwaad om niet ten onder te gaan in de survival of the fittest.’

En waar lijdt die lezer aan die na de laatste bladzij van Zo ben ik nu eenmaal! denkt alle beschreven stoornissen onder de hersenpan te hebben? De docent herkent de symptomen en zijn diagnose luidt: Student’s disease. ‘Dat is een ziekte waar ook veel geneeskundestudenten last van hebben. Je leest over een tumor en je denkt die zelf te hebben.’