ACHTERGROND - Mare 26, 1 april 2004

Hoogleraar gelijkheid en diversiteit Goldschmidt ruilt Leiden voor Utrecht

‘Dat kan toch niet meer anno 2004’

Thomas Blondeau

Rechtenhoogleraar Jenny Goldschmidt vertrekt naar Utrecht en zo verliest Leiden een bijzondere pleitbezorgerster van gelijkheid en emancipatie. ‘Onder universitaire bestuurders moet je de vrouwen nog steeds met een vergrootglas zoeken.’

‘Toen ik begin jaren tachtig iets minder uren wou gaan werken, werd mij door de toenmalige directeur van de faculteit duidelijk gemaakt dat dat kon maar dan moest ik als reden maar mijn doofheid opgeven. Ik mocht niet zeggen dat ik tijd vrij wou voor de kinderen. Dat liet het bestuur niet toe.’
Na bijna dertig jaar van dienst zal Jenny Goldschmidt, bijzonder hoogleraar gelijkheid en diversiteit in het recht de Leidse Universiteit verlaten. In Utrecht wordt ze hoogleraar mensenrechten.

Dat haar handicap twintig jaar geleden de drogreden was om een paar uur minder te gaan werken, geeft een inkijk in de verworvenheden van vrouwen. Aan die emancipatie heeft Goldschmidt eigenhandig een flinke bijdrage geleverd door haar voorzitterschap van de Commissie Gelijke Behandeling. Toen ze in 2003 die functie na negen jaar overdroeg, loofde de minister van Justitie, Donner haar inzet. Volgens hem had ze de commissie aanzien en bekendheid gegeven. Na het commissiewerk wou Goldschmidt weer fulltime de academische wereld in. Leiden had geen geschikte vacature. Utrecht wel. Haar nieuwe baan viel niet te combineren met haar bijzondere hoogleraarschap. ‘Jammer voor Leiden’, zegt ze zelf.

‘Maar ik vind het ook jammer om Leiden te verlaten. Net nu er weer jonge mensen zijn aangesteld en er – ondanks de zware bezuinigingen - weer vooruitziend beleid wordt gemaakt. Tien jaar geleden heeft de rechtenfaculteit de boot gemist met onderzoekscholen. Blijkbaar vond men dat hier niet nodig. Leiden was behoorlijk arrogant toen. Dat is nu aan het veranderen.’

Maar misschien verliest de universiteit aan haar wel meer dan een bevlogen wetenschapper. Op het afscheidssymposium dat woensdag voor haar is gehouden, stond de vraag centraal of met haar vertrek ook de leerstoel verdwijnt. ‘Op dit moment is het nog niet zeker of die plaats na mij nog invulling kent. Voor jezelf is dat ook een gek idee. Zo van “Jammer dat je weggaat maar zo interessant was je onderwerp nu ook weer niet”.’

Ze was rechten gaan studeren omdat ze de het ontwikkelingswerk in wou. Maar eens aan de universiteit, vond ze haar plaats op de leerstoel van wat toen nog ‘Vrouw en Recht’ heette. ‘Na verloop van tijd was de vraag of we onder die noemer verder moesten. Door mijn werk in de Commissie had ik niet alleen te maken met de gelijkheid van man en vrouw maar hield me onder andere ook bezig met onderscheid op grond van ras, homoseksualiteit en godsdienst. Maatschappelijke vraagstukken gaan steeds vaker over gelijke rechten aan de ene kant en de pluriforme samenleving aan de andere kant.’

Niet dat ze gelooft dat de emancipatie voltooid is. ‘Ik was bij de uitvaart van Juliana en toen ik naar het vak van de universitaire bestuurders keek, moest ik de vrouwen met een vergrootglas zoeken. Dat kan toch niet meer anno 2004.’

Wel ziet ze een kentering in de gelijkheidsproblematiek. ‘Uit mijn mond klinkt het misschien gek maar ook de gelijke behandeling van gehandicapten heeft zijn limiet. Soms bestaat de indruk dat je alles moet kunnen, net alsof je geen handicap hebt. Maar de maatschappij kan niet alle aanpassingen op zich nemen. Je kunt niet door alle muren beuken. Zo wist ik dat ik door mijn doofheid moeilijk advocaat kon worden. Soms moet je gewoon accepteren dat je er niks aan kunt doen en dat het gewoon hartstikke rot voor je is.’

Maar de universiteit van Utrecht moest wel eerst een slechthorendenalarm in haar kamer installeren. Anders kwam ze niet. In Leiden heeft ze nooit zo’n lichtalarm gekregen. ‘Jaren geleden was ik hier op weg naar de kantine en stuitte op een kleerkast van de politie die bars vroeg wat ik daar nog deed. Ik moest eruit want er was een bommelding. Of ik het niet gehoord had, ze hadden toch op alle deuren geklopt.’