Floor Ligtvoet
De gedragskundige rechercheur van het korps landelijke politiediensten (KLPD) gaf afgelopen dinsdagavond op verzoek van criminologie-studievereniging CoDe een kijkje in zijn wereld van misdrijven en daderprofielen. Over zijn werk bestaat nog altijd een geromantiseerd beeld, constateert Schippers. ‘Veel mensen denken dat profilers op de plaats van het delict direct een beeld kunnen geven van het type dader(s) en het soort misdrijf dat heeft plaatsgevonden.‘ De werkelijkheid is weerbarstiger. Desondanks blijft, gezien de grote belangstelling voor de lezing, de aantrekkingskracht van het beroep behouden.
Profiling is een relatief jong vak. Zo is Schippers pas sinds veertien jaar als eerste profiler op Nederlandse bodem actief. De ontvoeringszaak van Ahold-topman Gerrit-Jan Heijn was destijds de directe aanleiding om de toenmalige rechercheur naar het FBI-opleidingscentrum in Amerikaanse staat Virginia te sturen. In die ontvoeringszaak had een onprofessioneel daderprofiel de Nederlandse politie meer kwaad dan goed gedaan. ‘Ze zochten naar mannen met een mavo-opleiding en een Indische achtergrond‘, herinnert Schippers zich. ‘Dat profiel klopte van geen kant.‘ Na de eerdere Heineken-ontvoering -uitgevoerd door meerdere personen - kwam de politie simpelweg niet op het idee dat er ook wel eens één man achter de zaak zou kunnen zitten, legt hij uit. ‘Logistiek gezien is het ook lastig om een ontvoering in je eentje uit te voeren. Dat Ferdi E. wel alleen kon opereren was omdat hij Heijn diezelfde dag nog had vermoord.‘
Tijdens zijn FBI-opleiding werd Schippers een jaar lang bedolven onder stapels moord-, mishandeling- en verkrachtingszaken. Door de bestudering van al deze case files en het interviewen van gedetineerden leerde hij patronen in het gedrag van misdadigers te ontdekken. Inmiddels kan hij met behulp van het referentiekader dat hij heeft opgebouwd, het profiel van daders achterhalen en overeenkomstige zaken met elkaar in verband brengen. De manier waarop een moordenaar iemand van het leven beroofd, zegt veel over zijn gedragingen in het gewone leven, weet Schippers. ‘Als profiler kijk ik daarom naast het letsel van het slachtoffer onder meer naar wat en hoe iets precies is gebeurd. Aan de hand daarvan kan ik beredeneren wat voor persoon de dader is.‘ De dagelijkse praktijk leert hem dat plegers van zware misdrijven vaak geestesziek zijn of worden geleid door een hevige emotie of fantasieën over seks, macht en geweld.
Al kan het daderprofiel helpen de dader te traceren, voldoen aan het profiel op zich leidt niet tot een veroordeling. ‘Het profiel geeft slechts de richting aan waarin het rechercheteam moet zoeken,‘ vertelt de profiler. ‘Het bewijs moet uit verder onderzoek blijken.‘ De selecte groep gedragskundige recherche adviseurs waartoe Schippers behoort, geven niet alleen advies in moordzaken. Ook bij een zedendelict, vermissing, ontvoering, brandstichting, mishandeling of stalking wordt een beroep gedaan op hun expertise. ‘Als een man bij een vermissing opgeeft dat hij zijn vrouw naar het station heeft gebracht, dan ruik ik al rottigheid. Meestal vinden we haar dan even later in een put onder de grond.‘