terug
ACHTERGROND - MARE 31, 22 mei 2003

Vaarwel NLCM

Het geesteskind van Frits van Oostrom, ‘Nederlandse cultuur en literatuur in de Middeleeuwen‘ (NLCM), is na het vertrek van de geestelijk vader een zachte dood gestorven. De digitale nieuwsbrief is inmiddels gestopt. De site meldt alleen nog uit monde van Van Oostrom en zijn Leidse collega Wim van Anrooij: ‘NLCM is nooit officieel geopend, en zal ook niet ceremonieel worden gesloten. Inmiddels is het programma wel in de eindfase beland. De laatste aanstellingen lopen de eerstkomende jaren af.‘
Daarmee is een einde gekomen aan veertien jaar onderzoek, dat ongeveer 2,5 miljoen euro heeft gekost, geld dat vooral afkomstig was van door Van Oostrom binnengehaalde subsidies: de NWO-Pionierssubsidie in 1989 en zes jaar later de Spinozapremie.
Wim van Anrooij zegt desgevraagd dat de opheffing van NLCM niet direct met Van Oostroms vertrek samenhangt: ‘Het subsidiegeld was sowieso op. Als Van Oostrom het gevoel had gehad dat dit project nog helemaal full swing was, dan had hij links en rechts misschien nog wat bronnen hebben kunnen proberen aan te boren, maar hij had een andere agenda.‘
Op dit moment werken de laatste twee NLCM-ers aan hun proefschrift. De docentenstaf voor middeleeuwse letterkunde aan de opleiding Nederlands bestaat uit Van Anrooij en zijn collega Ludo Jongen. Over de opvolging van Van Oostroms leerstoel is nog geen duidelijkheid. (CW)

Afscheidsboek voor jarige Frits van Oostrom

Christiaan Weijts Te vroeg voor een huldebundel, maar toch een afscheidscadeau. Frits van Oostrom is vijftig geworden, en hield zijn oratie aan zijn nieuwe universiteit, die van Utrecht. Als eerbetoon schreven zijn Leidse discipelen een bundel met studies naar de pioniers van het Middelnederlands.

Het zou een liber amicorum kunnen zijn, een huldebundel bij iemands emeritaat. Maar voor Frits van Oostrom, die een ongekende bliksemcarrière maakte in de middeleeuwse letterkunde, is de vijftigste verjaardag al aanleiding voor een eerbetoon in boekvorm.
Vorige week donderdag sprak hij in Utrecht zijn oratie uit bij het aanvaarden van zijn nieuwe baan als universiteitsprofessor. In het geheim hebben zijn Leidse (oud-)leerlingen, verenigd in het onderzoeksprogramma NLCM (Nederlandse cultuur en literatuur in de Middeleeuwen) een bundel studies voor hem geschreven. Als afscheidscadeau, in twee betekenissen van het woord, want na Van Oostroms vertrek is ook het NLCM een zachte dood gestorven (zie kader).
Met de bundel, die Van Oostrom als verrassing kreeg aangeboden, is een lang gekoesterde wens van het voormalig Leids kopstuk in vervulling gegaan: een studie naar de vroegste onderzoekers in de mediëvistiek.
Aan de hand van zeventien portretten wordt de gestage opkomst van de studie naar de middeleeuwse literatuur geschetst, van de handschriftverzamelaars en uitgevers van tekstedities in het begin van de negentiende eeuw, tot de professionalisering in een systematische aanpak, en het verschuiven van de invalshoek naar richtingen als de receptie-esthetica en het plaatsen van de literatuur in de context (Van Oostroms voornaamste fort).
In het boek zijn een aantal aardige passages te vinden, zoals de polemiek van Eelco Verwijs (een van de makers van het Middelnederlands woordenboek) tegen Johannes van Vloten (hoogleraar in Deventer): ‘Gij draagt het onzalig plan met u om, o oud-Hooggeleerde! u aan de uitgave van Maerlant‘s Merlijn te wagen. Ei lieve! laat dat onzinnig voornemen varen!‘
Maar over het algemeen heeft deze materie toch een hoog ‘meta‘-gehalte. Voeg daar nog aan toe dat de bijdragen niet al te sprankelend geschreven zijn, en het zal duidelijk zijn dat de bundel zich uitsluitend in de aandacht van geïnteresseerde vakbroeders zal kunnen verheugen.

Wim van Anrooij, Dini Hogenelst en Geert Warnar (red.): Der vaderen boek. Beoefenaren van de studie der Middelnederlandse letterkunde. Amsterdam University Press / Salomé. 348 pgs. €34,50. omhoog